Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis

Constitutioneel eczeem

Foto (detail): Wikipedia / Chamaeleon

DOCUMENTO ARTE CURA PARANORMAL
Mediumistic Studies on Eczema / Atopic Dermatitis, 1987-2013

 

De benaming constitutioneel eczeem is arbitrair, de diagnose, op basis van een samenraapsel van criteria, niet valide, een verlegenheidsdiagnose.

De oorzaken van huidaandoeningen die als constitutioneel eczeem worden gediagnosticeerd, zijn inwendig van oorsprong, en terug te voeren tot het disfunctioneren van uitscheidingsorganen en eliminatiesystemen waardoor het lichaam toxische stoffen niet kan afvoeren. De aanmaak van toxische stoffen is het gevolg van storingen in emotionele, mentale en spirituele lagen van de persoon.

De verstoorde processen zijn te herleiden tot belastende ervaringen van persoonlijke aard die regressief longitudinaal te traceren zijn in: een of meerdere vorige levens van de entiteit, in de prenatale periode als foetus, in het meer recente leven van kind of volwassene. Het stellen van een diagnose bij elke afzonderlijke patiënt is maatwerk. Outside the box-denken door ouders, arts, dermatoloog of genezend medium, is van cruciaal belang. De behandeling behoort eveneens maatwerk te zijn, afgestemd op oorsprong en aard van de individuele patiënt met een huidaandoening. De aandoening die op basis van multi-interpretabele criteria constitutioneel eczeem wordt genoemd, kan vele malen beter behandeld worden dan de conventionele geneeskunst geacht wordt te doen.

Draagt u de als wetenschap geclassificeerde ‘wetenschap’ een warm hart toe, lijdt uw kind aan een ernstige vorm van constitutioneel eczeem, kersverse open wonden die u dagelijks aankijken, slaapt u prettig bij de gedachte dat de handjes van uw kind ’s nachts moeten worden omwikkeld en vastgebonden, bent u in voor lichte tot zware hormoonzalven die ‘bij juist gebruik’ geen bijwerkingen hebben, die de huid niet lijken te beschadigen als gebroken witte verkeersstrepen na een kettingbotsing op de A12, lijkt het u ook wel wat om enige tientallen jaren te moeten wachten totdat uw kind vanzelf over de aandoening heen groeit?

Is uw antwoord op de meeste vragen een volmondig ‘ja’? Bezoek dan nimmer een paranormaal genezer die de oorzaak van de kwaal diagnosticeert als restimulaties van trauma’s uit vorige levens. Laat dan ook niet toe dat op basis van zijn mediamiek verkregen informatie de paranormaal genezer geen enkel medicijn, kruid of zalfje hoeft aan te bieden. Vergeet voor het gemak ook dat incidenteel slechts een glaasje cola wordt aangeboden zodat voor het kind met eczeem het consult ook een beetje leuk is, en dat naast handoplegging slechts een paranormaal ‘gesprek zonder woorden’ wordt gevoerd met de innerlijke systemen van de patiënt, mede waardoor zoals bij Kor G. & Jody O., de kwaal voor 25 jaar werd uitgebannen.

Respect is er uiteraard voor elke reguliere en niet-reguliere ‘geneesheer of dame’ die de aandoening reduceert of elimineert en het lijden van patiënt verlicht. Spijtig dat (medische) wetenschappers nog zo vaak naar believen onwetenschappelijk te werk gaan.

 

Inhoudsopgave

Voorwoord
Inhoudsopgave

1 Introductie
1.1 Genetica

2 Wetenschap versus ‘wetenschap’

3 Constitutioneel eczeem (atopic dermatitis)
3.1 Het medisch model van constitutioneel eczeem
3.2 Edgar Cayce’s perspectief op eczeem en andere huidziekten

4. De paranormale genezing: overleden artsen, dode therapeuten en Afro-Braziliaanse orixás
4.1. Filipijnse faith healers
4.2. Medium George Chapman & dr. William Lang
4.3. Medium Zé Arigó & dr. Fritz
4.4. Afro-Braziliaanse orixás

5 Medium Martien Verstraaten, overleden artsen & orixá Omolu
5.1 Mediamieke informatieopbouw en innovatieve behandelingsprotocollen
5.2 Orixá Omolu, godheid van de pokken en huidziekten

6 Casus Kor G.
6.1 Het kind, de diagnose
6.2 De behandeling
6.3 Een gelukkige moeder, een gelukkig jongetje
6.4 Kor G. – Periode 1989-2013

7 Casus Jody O.
7.1 Het kind, de diagnose
7.2 De behandeling
7.3 Een gelukkige moeder, een gelukkig meisje
7.4 Jody O. – Periode 1987-2013

8 Samenvatting en conclusies
8.1 Wie geneest heeft gelijk

Literatuur

 

1 Introductie
The American Academy of Dematology (AAD) sponsort voor patiëntjes van atopic dermatitis, constitutioneel eczeem, al 20 jaar Camp Discovery.

Onder begeleiding van dermatologen en verpleegkundigen wordt op instigatie van de AAD ’s zomers jaarlijks Camp Discovery georganiseerd voor patiëntjes (8 – 16 jaar) met vergelijkbare huidaandoeningen. Door de zomerkampen, (in 2013 gehouden) in Minnesota, Washington, Texas, Pennsylvania en Connecticut, wordt middels vissen, spelevaren, zwemmen, waterskiën, kunsten en ambachten automatisch aandacht gegeven aan het psychosociale aspect van patiëntjes met chronische huidaandoeningen.

Camp Discovery meldt op de frontpagina van haar site:

Fun, friendship, and independence are on the top of everyone’s agenda and everyone shares in the discovery of what it’s like to be included.

Op haar beurt verklaart The American Academy of Dematology:

The emotional support gained by participating in a support group, camp, or conference created for people living with a skin disease can significantly improve the quality of life for someone who has atopic dermatitis.

Daarmee wordt nog eens extra het belang aangegeven van de psychosociale component. Na het zomerkamp blijken de patiëntjes duidelijk waarneembaar zich stukken beter te voelen, en hun huidjes ook.

Met de psychosociale component, een onstoffelijke element, bevinden we ons op het terrein van de psychosomatische geneeskunde, met ICD-10-geclassificeerde aandoeningen binnen bijvoorbeeld de psychiatrie, psychologie, neurologie, chirurgie, dermatologie of psychoneuro-immunologie. Stoornissen van psychosomatische aard zijn, zoals bij vele (ogenschijnlijk) niet-psychosomatische aandoeningen, per definitie spiritueel-energetisch van origine. De psychosociale factor bij atopic dermatitis, als repercussies in de vorm van emotionele en sociale isolatie, moet niet alleen worden gezien als een gevolg van de ziekte. Het psychosociale ‘decor’ wordt door het kind (de entiteit) ook ervaren als bron en oorzaak van constitutioneel eczeem in het heden. Dit vanwege de grote verwantschap met het eczeem-gerelateerde ‘strijdtoneel’ van zijn vorige leven(s) waar de fysieke en psychosociale ‘infectiehaard’ voor zijn deelpersoonlijkheid te lokaliseren is.

Het is spijtig dat de Amerikaanse ‘dermatologische geleerden’ slechts in hoofdzaak weet hebben van het psychosociale ingrediënt als ‘zalf’ voor het gemoed en de reeds beschadigde huid, en niet als een te beschouwen grootheid, als een van de hoofdoorzaken, bij de diagnose constitutioneel eczeem. De psychische factor wordt door dermatologen niet gezien als een van de hoofdoorzaken bij constitutioneel eczeem, maar slechts als factor die de aandoening ‘kan’ verergeren of nadelig beïnvloeden. De huid zo moet ik stellen, is in dit verband de uitgerolde perkamentrol, het majestueuze vel papier, waarop organen, het endocrien stelsel en andere systemen een boekje open doen, waarop de innerlijke geschiedenis van de patiënt, gerelateerd aan heden, verleden en reïncarnatief verleden, staat beschreven.

Dat wat ‘wetenschap’ wordt genoemd, Thomas Kuhns magnum opus The Structure of Scientific Revolutions (Kuhn 1962) ten spijt, gaat vaak nog niet veel verder dan dat wat slechts wil worden begrepen en nagejaagd.

De AAD is daarop geen uitzondering. Enerzijds worden Chinese kruiden die corticosteroïden bevatten in alle toonaarden ontraden. Dit omdat, zo lezen we op hun website, levertoxiciteit, nierinsufficiëntie, zelfs niertransplantaties (toe maar, red.) en hartziektes er het gevolg van zouden kunnen zijn. En anderzijds zijn de Amerikaanse dermatologen, zoals ook hun Europese collega’s enorme voorstanders, welhaast prijsvechters, van dezelfde corticosteroïden (hormoonzalven) die enorme bijwerkingen kunnen hebben, en schrikken als arts er niet voor terug om het afslaan van behandelingen met corticosteroïden af te doen als steroid-phobia. Bij de Chinese kruidenmengsels kon volgens de AAD het gebruik van corticosteroïden leiden tot een zéér dunne huid, zo werd gemeld. Terwijl volgens dezelfde AAD de huid van de zieke bij gebruik van corticosteroïden ineens, mits voorgeschreven en aangewend door dermatologen, niet of nooit dun werd.

Als we de ‘poëzie’ van de AAD voor waar aannemen moeten we geloven dat Chinese vogels, of vogels uit welk land dan ook, kunnen komen aanvliegen met gemakkelijk verkoopbare troep. En dat dermatologen precies weten hoe constitutioneel eczeem uit te bannen. Maar het sprookje is anders, het nieuwste wetenschappelijk paradigma in dit verband, de dermatologische leuze aan beide zijden van de Atlantische Oceaan is onomwonden:

Gebruik je verstand wel als je (Chinese of andere) kruiden zou willen aanwenden, en gebruik je verstand niet als je je overgeeft aan de eerste de beste corticosteroïden-dermatoloog.

Tenslotte lijken, Ivan Illich indachtig, alleen de geïnstitutionaliseerde medische wetenschappers ‘langlopende octrooien en patenten’ te hebben op het gebied van ‘gezondheid en welzijn’. (Illich 1977)

Het subjectieve gebruik maken van kennis en data is dus de nieuwe wetenschap. Wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn zou zich omdraaien in zijn graf.

 

1.1 Genetica
Voor veel dermatologen en andere specialisten is anno 2013 de paranormale geneeskunst en het genezen aan vorige levens door reïncarnatietherapie nog steeds een anomalie binnen het klassiek medisch paradigma. Het is het gebruikelijke adagium: ‘dat wat we niet kennen bestaat niet’, of zoals George Walker Bush het zou zeggen: You are with us, or you are against us. En daar moet de patiënt het mee doen.

Het is mijn ervaring dat de psychosociale context waarbinnen de aandoening van het kind ‘gedijt’ een belangrijk grootheid is voor het kunnen stellen van een juiste diagnose en voor het concept van adviezen en aan te bevelen behandelingen.

Psychosomatische machinaties bij constitutioneel eczeem, met ankers – zowel in dit leven als in vorige levens – worden daarbij in gang gezet. Deze machinaties ‘gedijen voortreffelijk’ op een bedje van specifiek genetisch materiaal van het ouderpaar van de patiënt: het ouderpaar van hun – bewuste of onbewuste – incarnatieve ‘keuze’.

In gewone mensentaal betekent dit, dat een entiteit die wil incarneren, alleen maar geboren kan worden bij een ouderpaar dat specifieke genen heeft: genen die bij de geest en ervaringen van hem of haar (het zielbeginsel) zullen passen. Daardoor ‘bouwt’ de entiteit, laten we hem, de incarnerende entiteit, Alexandra noemen, positief of negatief verder op zijn geschiedenis van vóór de nieuwe incarnatie. Voor een entiteit waarvoor een perfect functionerend lichaam in de nieuwe incarnatie gewenst is om zijn innerlijke doelen te realiseren, het breken van Olympische zwemrecords, is het genetisch materiaal van bijvoorbeeld Stephen Hawking of van Luciano Pavarotti waarschijnlijk niet erg geschikt. Alleen door specifiek genetisch materiaal dat bij de geest van het zich materialiserende lichaam van de entiteit past, kan deze pas zwemster Alexandra worden. De indalende entiteit (het kind) ‘past’ zo goed bij het ‘gekozen’ ouderpaar, omdat ouder en ‘kind’ meestal al met elkaar verwant waren in een vorig leven: geestelijk en/of fysiek.

Het kind met constitutioneel eczeem en zijn bijbehorende ouders zijn, zoals we al zagen, geestelijk en dus genetisch aan elkaar verwant, kenden elkaar al in een vorig leven waarbij het thema ‘emoties en/of huid’, direct of indirect onderdeel van een levenslijn was. Alexandra zal in een vorige incarnatie naar alle waarschijnlijkheid dan ook geen enkele band hebben gehad met Hawking of Pavarotti.

De ‘hoofdelijk aansprakelijke’ voor alle lusten en lasten zo is mijn ervaring, dus ook in relatie tot constitutioneel eczeem, is en blijft de betreffende persoon/entiteit. De ingrediënten voor het zorgvuldig reduceren of elimineren van ernstige huidaandoeningen zijn dan ook altijd te vinden binnen de patiënt en binnen zijn spiritueel decor aan ervaringen, uiteraard ook bij baby, kind en adolescent.

De trigger voor het aanzwengelen van constitutioneel eczeem, maar ook van astma, hooikoorts en bronchitis (atopische aandoeningen), kunnen retrograde in volgorde, gevonden worden in ervaringen binnen het psychosomatische decor van:

1. Het huidige leven,
2. De prenatale periode, en al verder remigrerend naar decors van
3. Een of meerdere vorige levens.

In het verloop van deze studie zal ik aan de hand van praktijkvoorbeelden inzichtelijk maken op welke manier de oorsprong van atopic dermatitis, bij (de entiteit van) het kind met eczeem, te herleiden is naar ervaringen tijdens een of meerdere van de 3 genoemde ‘levensdecors’ die als broedplaatsen dienden.

The greatest enemy of knowlegde is not ignorence, it is the illusion of knowledge.
Stephen Hawking

 

2 Wetenschap versus ‘wetenschap’
In het door het Britse Chanel 4 in 2007 uitgezonden The Great Global Warming Swindle werd door wetenschappers meer dan forse kritiek geuit op de beweringen en uitkomsten van het zwaar gemanipuleerde klimaatonderzoek dat werd getoond in de documentaire An Inconvenient Truth. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de VN, verantwoordelijk voor het gemanipuleerd ‘wetenschappelijk’ onderzoek, kreeg het zwaar te verduren. In mijn column Climategate in de Himalaya maakte ik hierover reeds uitgebreid gewag.

De onder VN-vlag opererende wetenschappers van IPCC hanteerden geen van allen de CUDOS-norm van de Amerikaanse socioloog Robert K. Merton. Deze zogeheten ‘Mertonian norms of science’, werden in 1942 in The Normative Structure of Science voor het eerst geformuleerd (Merton 1973).

CUDOS staat sinds 2000 voor ‘Communalism’ (gemeenschappelijkheid), ‘Universalism’ (universalisme), ‘Desinterestedness’ (belangeloosheid), ‘Originality’ (originaliteit), en (orginized) ‘Skepticism’ (georganiseerd sceptisch vermogen). Filosoof en socioloog Jürgen Habermas, die met The Theory of Communicative Action (Habermas 1984) veel denkers inspireerde, stelde voor om Honesty toe te voegen aan de ‘Mertonian norms of science’ om tot CUDOSH te komen.

Verschillende wetenschappers, nationaal en internationaal, handelden ondanks Mertons en Habermas’ inspanningen lichtvaardig als het om moraliteit ging, ‘de ethiek van de wetenschap’. We kennen inmiddels de Diederick Stapel-norm en methode.

Ethiek, in de meest brede zin van het woord en zonder een dief van onze geest te willen zijn, is een van de belangrijkste pijlers voor wetenschapsbeoefening. De waarheid dienen houdt in de attitude te hebben of te koesteren om zo nodig oude paden te verlaten en nieuwe durven en willen in te slaan, en oude paradigma’s te vervangen voor nieuwe.

Natuurkundige en wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn (1922-1997), een van de eerste wetenschapsfilosofen van de nieuwe tijd, gaf nieuw elan en body aan structuur en invulling van wetenschapsbeoefening. ‘Paradigma’s’, zo stelde hij, ‘sterven uit met hun verdedigers en nieuwe paradigma’s ontstaan met nieuwe generaties onderzoekers’ (Kuhn 1962).

Gregorius van Tours bijvoorbeeld, was naast Gallo-Romeinse bisschop ook wetenschapper: historicus en heliograaf. Tijdens zijn bewind hield men rond 585 op het concilie van Mâcon nog een debat over de vraag of de vrouw wel mens was, en of zij ook een ziel had. Samen met een handvol kerkgeleerden stemde Gregorius voor een ‘ja’, en met een nipte meerderheid werd besloten dat de vrouw mens was, zelfs een ziel had. Nou zijn bisschoppen niet altijd de beste wetenschappers. De wereld volgens hen, in weerwil van Darwin, is in 7 dagen geschapen, en dan nog wel zonder condooms, toch een prestatie van formaat. Duidelijk is wel dat in de eeuwen na het concilie van Maçon er een paradigmaverschuiving nodig was voordat bijvoorbeeld de suffragettes van de 20ste eeuw uit de Britse startblokken konden komen.

Volgens Kuhn doorloopt de wetenschap als discipline verschillende fasen van ontwikkeling, en hij onderkent daarbij:

1. Pre-paradigma. Geen consensus, fase gekenmerkt door onvolledige en onverenigbare theorieën.
2. Normal science. Dominante paradigma’s, anomalieën, crisis ontstaat.
3. Revolutionary science. Nieuw onderzoek, nieuwe paradigma’s worden gevestigd.

Kuhn, die een dialectisch denken niet ontzegd kon worden, werd weer bekritiseerd door Karl Popper, en deze door Imre Lakatos, waardoor de Popper-Kuhn-Lakatosdiscussie werd geboren. En zo zou via kruisbestuiving de wetenschap zich ook moeten gedragen.

Ik schreef het al zo zóú de wetenschap zich moeten gedragen’, want te veel en te vaak berijden wetenschappers maar al te graag onwetenschappelijke stokpaardjes. Zoals elk mens een product van zijn epoque is, beschouwd ook ‘de moderne wetenschapper oude stijl’, zichzelf nog te vaak als übermensch. Dat wat in hun perceptie niet kan bestaan, bestaat niet. Of dat nou het revolutionaire gedachtegoed van Copernicus, Kepler en Galilei betrof, het goddelijk geachte Higgsdeeltje, de snaartheorie, of het paranormaal en reïncarnatief beteugelen van constitutioneel eczeem. Ook paranormale kennis en fenomenen zijn als elke wetenschap onderhevig aan wetten. Paragnost Gijsbert van der Zeeuw (1912-1981) was binnen het Nederlands taalgebied de eerste die met boeken als Wonderen of Wetten (Van der Zeeuw 1980) een formidabele aanzet maakte met het in kaart brengen van de wetten van de paranormale waarneming.

Op een meer gebruikelijke, theoretische manier, kan ik de meeste (medische) wetenschappers wellicht niet inzichtelijk maken, ik heb die behoefte ook niet, hoe constitutioneel eczeem te behandelen op basis van diagnoses gestoeld op paranormale en reïncarnatieve informatieopbouw. Paranormale praktijk en theorie zou welhaast zeker als abracadabra overkomen. De eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ook ik menige medicus ben tegengekomen die de paranormale diagnose en behandeling met open vizier tegemoet trad, en in voorkomende gevallen zich zelfs door mij als paranormaal genezer liet behandelen, met resultaat overigens. Er is dus duidelijk hoop, en dat stemt zeker tot tevredenheid.

De feiten van de casussen van Kor G. en Jody O., hier gepresenteerd als een beknopte studie, spreken voor zich. Voor sceptici met de behoefte aan een klassiek verklaringsmodel voor gemelde genezingen zal het nog een hele dobber worden om er toevals-chocolade van te kunnen maken. Feit is dat de beide kinderen, zoals in deze studie zal blijken, na de serie behandelingen in 1989, verlost waren van atopic dermatitis. Er zal nog heel wat water door de Bosporus of de Amazone moeten stromen alvorens parapsychologie en dat wat ‘paranormale fenomenen’ wordt genoemd een integraal onderdeel vormen met dat wat nu ‘wetenschap’ heet.

 

3 Constitutioneel eczeem (atopic dermatitis)
Constitutioneel eczeem is een van de huidaandoeningen waar wereldwijd veel onderzoek naar is gedaan. Desondanks tast men, bezien vanuit een medisch model, nog steeds in het duister. Als paragnostisch medium heeft het me altijd verbaasd hoe betrekkelijk weinig inzicht de gemiddelde westerse dermatoloog heeft, die ondanks een berg aan kennis waar menigeen jaloers op zou zijn, geen weet heeft van de onderliggende factoren bij atopic dermatitis, waarbij gekristalliseerde vergiften via de huid zich een weg banen naar de oppervlakte. Pappen, nathouden en smeren als symptoom management is vaak het advies van huisarts en dermatoloog. Dit om het orgaan huid tevreden te stellen, mild te stemmen, alsook de onwetende witte doktersjas en de geldbuidel van de farmaceutische industrie.

Een gediplomeerde loodgieter die de naden van een lekkende badkamerkraan slechts met papieren plakband af dicht en niet het kraanrubber vervangt of de wartel inspecteert, zouden we gelijk het huis uit bonjouren. Artsen kunnen uiteraard niet alles weten, maar de betweterigheid, arrogantie en vaak (kind)onvriendelijke benadering ingeval van (constitutioneel) eczeem (een ziekte waaraan volgens mijn moeder je niet doodging maar ook niet van genas) spreken voor zich. De paragrafen in deze studie vallend onder ‘patiëntenverklaringen’, de reeds in 1989 opgetekende bevindingen van de ouders van zowel Kor G. als van Jody O., geven een goed beeld van toon en teneur bij de gestelde diagnoses en ingeschat ziekteverloop.

 

3.1 Het medisch model van constitutioneel eczeem
‘De precieze oorzaak van constitutioneel eczeem is onbekend’, zo bericht de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Met veel veronderstellingen wordt aangegeven dat het eczeem ontstaat door een samengaan van verschillende factoren. De erfelijke kant komt in beeld, een gestoorde barrièrefunctie van de huid wordt gemeld, allergische en niet-allergische factoren zijn van invloed terwijl de rol van de allergische factor ook weer als ‘niet duidelijk’ wordt gekenschetst.

Inhalatieallergenen, zoals huisstofmijt, stuifmeel, grassen, honden en katten worden in allergische zin als boosdoeners overwogen, ‘en na onderzoek weer als niet-valide verklaring terzijde gelegd’. Voedingsstoffen, zoals koemelk, kippeneiwit, vis of de bekende pinda worden in allergische zin als boosdoeners overwogen, ‘en na onderzoek eveneens als niet-valide verklaring terzijde gelegd’. Wereldwijd wordt door verenigingen voor dermatologie op basis van wetenschappelijk onderzoek gegist naar de oorzaak. Allergologisch onderzoek bij mensen met constitutioneel eczeem staat zoals gemeld, dus niet (meer) ter discussie. Qua verklaringsmodellen van atopic dermatitis, en ook voor de behandelingen met hormoonzalven, blijft het vooralsnog pappen en nathouden.

Het toekomstbeeld dat deskundigen schetsen van een kind met constitutioneel eczeem is niet erg florissant. Op basis van uitspraken als ‘de precieze oorzaak van constitutioneel eczeem is onbekend’ en ‘van een deel van de jonge kinderen met eczeem krijgt astma. Welke kinderen dat zullen zijn is niet te voorspellen …’, kan het voor de patiëntjes vriezen en dooien met de huid, en lijkt het verloop op een tombola waarbij ‘pech en geluk’ de wetenschappelijke grootheden zijn voor prognoses via de klassieke geneeskunst.

 

3.2 Edgar Cayce’s perspectief op eczeem en andere huidziekten
Edgar Cayce (Hopkinsville 1877 – Virginia Beach, 1945), bekend als een van de grootste mediums aller tijden. In de database van de Edgar Cayce’s Association for Research and Enlightenment (A.R.E.) in Virginia Beach VA, USA, de organisatie die zijn nalatenschap bestiert, bevinden zich de verslagen van meer dan 14 000 in trance gegeven readings over 10 000 verschillende onderwerpen. Meer dan tweederde van de readings bestaat uit de zogeheten medische readings, allen stenografisch opgenomen en geregistreerd, die informatie geven over vrijwel alle aan ziekten en storingen van lichaam en geest.

Edgar Cayce geeft zijn visie ook op huidgerelateerde aandoeningen in de door de A.R.E zorgvuldig opgeslagen en gekoesterde readings. De readings over huidaandoeningen betreffen psoriasis (reading nummer 289-1 en 2455-2), sclerodermie (1968-3, 2514-1 en 726-1), vitiligo (464-2, 779-25, 779-25, 3338-1 en 3338-1), maar ook over het doorgaans minder belastende acne (968-3). De oorzaak van de diverse huidaandoeningen verschillen caleidoscopisch gezien uiteraard per type aandoening, maar nog meer aan variatie en enorme verschijningsvorm per uniek individu/entiteit.

Bij huidziekten zoals eczeem en psoriasis duidt Cayce als oorzaak op, ‘het dunner worden van de wand van de darm’, die daardoor onverteerd voedsel doorlaat. Daardoor kunnen ontstane vergiften (gefermenteerde voedseldeeltjes) zich een weg banen naar de huid. De rode draad van oorzaken bij huidgerelateerde aandoeningen is dan ook vaak poor elimination and intestinal toxicity. In de aan huidziekten gerelateerde readings meldt Cayce eveneens als belangrijk gegeven het persisteren van een combinatie aan verschillende oorzaken, en wel in een en/en- of en/of-setting. Zoals het onderzoek van het crashen van een verkeersvliegtuig vrijwel altijd laat zien dat de oorzaak van het neerstorten te vinden is in een opeenstapeling van defecten en/of menselijke factoren.

De hoofdoorzaken, wel of niet in combinatie met elkaar, worden volgens Cayce’s perspectief op eczeem en andere huidziekten gevonden in onder andere:

1. De verstoring van het zuiverend vermogen van het lichaam.

2. De verstoring van de bloedsomloop met betrekking tot een of meerdere eliminatiesystemen en/of uitscheidingsorganen, lever, darmen, nieren, longen, waardoor deze onvoldoende hun werk kunnen doen.

3. De verstoorde werking van de lever als fabriek die honderden chemicaliën afscheidt en uitscheidt.

4. Verdunning van de darmwand als gevolg van onder andere druk op bepaalde spinale zenuwen, veroorzaakt door problemen van de wervelkolom (de wervels).

5. De verstoring van afvoer van opgebouwde vergiften door de povere werking van de darm. Vooral de karteldarm (colon) wordt in dit verband door Cayce genoemd.

6. De verstoorde werking van het endocrien stelsel, waardoor het klierstelsel onvoldoende gereinigd en gezuiverd wordt. Hulptroepen voor de in het bloed aanwezige krachten zijn daardoor afwezig. Als gevolg vindt er te weinig activiteit plaats in de bloedsomloop van de huid (doorbloeding) en andere weefsels.

7. Onvoldoende werking immuunsysteem en lymfatisch circulatie van de huid.

8. Het disfunctioneren van cerebrospinale centra waardoor de coördinatie tussen de oppervlakkige en diepe bloedsomloop wordt gestoord.

9. Het gebruik van bepaalde voeding die de werking van de bloedsomloop en de eliminatiesystemen remt of blokkeert.

 

Bij de behandeling van huidziekten is ontgiften het centrale thema. Cayce stelt dat het lichaam vier primaire routes heeft voor het elimineren van vergiften uit het lichaam: de dikke darm, nieren, longen en huid. Cayce beschrijft uiteraard een aantal oorzaken voor het ontstaan van de vergiften in het lichaam. Bepaalde voeding als een van de oorzaken wordt in zijn readings meerdere malen gemeld, maar ook onvoldoende coördinatie tussen verschillende systemen, de bloedsomloop, het endocriene stelsel, en eerder ontstane letsels aan de wervelkolom. Voor meer uitvoerige informatie met betrekking tot concepten en behandelingen conform de readings van Edgar Cayce, zie http://www.edgarcayce.org/

Edgar Cayce kennende, die ook wel de vader van de holistische geneeskunst werd genoemd, zijn vrijwel alle storingen te herleiden tot de geest (van de betreffende persoon/entiteit). Een structureel verband tussen huidaandoeningen en specifieke ervaringen in de vorige levens van de entiteit, heb ik vooralsnog bij Cayce’s readings over de huid niet aangetroffen. In de readings van Edgar Cayce over (de verschillende vormen van) karma (Cerminara 1983) heb ik wel de relatie kunnen aantreffen tussen ziekte en vorige levens. Dit specifieke verband in relatie tot huidaandoeningen heb ik zelf wel meerdere malen aangetroffen (dood door verbranding van de huid in vorige levens als oorzaak voor psoriasis tijdens emoties en stress), en werden voor mij daardoor uitgangspunt bij de behandeling van, vooral ‘eczeemkinderen’, lijders aan constitutioneel eczeem.

 

4 De paranormale genezing: overleden artsen, dode therapeuten en Afro-Braziliaanse orixás
Puttend uit het dagbewustzijn van mijn huidig leven, mijn huidige incarnatie, bezit ik sec weinig kennis over de vele fysieke en niet-fysieke storingen en aandoeningen die via cliënten in beeld worden gebracht. Ik ben geen medicus, en spijtig genoeg krijg ik ook aanzienlijk minder betaald voor mijn werk. Daarentegen werd en word ik in mijn werk langs paranormale en mediamieke weg bijgestaan door een team van overleden artsen en specialisten, geleidegeesten genaamd, die voor hun dood actief waren in disciplines als dermatologie, gynaecologie, endocrinologie, chirurgie, psychiatrie, farmacologie, voedingsleer of toegepast entertainment.

Deze laatste aandachtsrichting, entertainment, als magisch gesproken of gezongen incantaties, is van belang om bij de zieke door relativering de druk van de ketel te kunnen halen. Ontspanning van lichaam en geest heeft zoals bij verliefdheid, een geweldige invloed op lichaam en geest, de chemische fabriek werkt dan op volle toeren, de vlinders verdringen de vleermuizen in ons. Een avondje cabaretier Youp van het Hek of salsaparty is voor bepaalde aandoeningen heilzamer dan een apotheek aan hormoonzalven of de gedachte aan een roestvrij stalen chirurgische messenset.

Bij incantaties ontdoet de geest zich van kramp, de coördinatie tussen de verschillende lichaamssystemen verloopt daardoor effectiever, en het lichaam ontdoet zich bijgevolg gemakkelijker van storende vergiften. Daarmee wordt de aandoening nog niet in de volle breedte verholpen, maar wordt, Edgar Cayce indachtig, een krachtige basis en voedingsbodem gelegd voor een meer effectieve behandeling en herstel. Naast handoplegging waren incantaties in de vorm van commando’s ook de enige methodiek die ik gebruikte bij de behandeling van secondary amenorrhoea (afwezigheid van menstruele periodes gedurende minimaal 3 maanden). De duur van de afwezigheid van de menstruele cyclus bij de patiënten voordat ze door mij behandeld werden varieerde van 6 tot 12 maanden. De commando’s die ik symbolisch aan de baarmoeder gaf was om binnen 6, 10 of 12 uur, afhankelijk van het type patiënt, de cyclus te herstellen. Alle ‘toegesproken’ baarmoeders gaven gehoor aan het verzoek, het bevel, en menstrueerden allen binnen de vooraf voorgestelde tijd. Een dame menstrueerde zelfs binnen enkele minuten, nog tijdens het consult. Zie ook: Case of Mr. and Mrs. Past Lives: Study on Relationships.

Ik, wij paranormaal genezers, kunnen dus gebruikmaken van de kennis van een compleet academisch ziekenhuis aan overleden specialisten. En zonder gevaar te lopen op de operatietafel ‘innerlijk’ te verbranden door een steekvlam in de buikholte als gevolg van verkeerd aangesloten zuurstofslangen (Academisch Ziekenhuis Maastricht, 2007), of van een te laat aangemelde Rota-virus besmetting op de prille couveuseafdeling (Diakonessenhuis Utrecht, 2011).

 

4.1 Filipijnse faith healers
Het via overleden artsen stellen van mediamieke diagnoses en het uitvoeren van mediamiek gestuurde ‘operaties’ is niet nieuw. In de Filipijnen verrichten faith healers, zoals bij velen bekend mag zijn, al decennialang ‘operaties’. Daarbij worden de ons bekende wetten van de fysica ogenschijnlijk ‘met voeten getreden’, als met blote handen het lichaam van de patiënt wordt binnengedrongen, en weefsel of ander materiaal wordt verwijderd.

Dr. Jan van Hemert, Ph.D. neurologie en neurofysiologie (Rotterdam, 1939), bestudeerde het werk van de met succes ‘opererende’ Alex L. Orbito, het internationaal vermaard Filipijnse medium. Prof. dr. van Hemert, was als trainer van artsen en coassistenten verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is oprichter van Teaching Tree University in Egypte.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek publiceerde prof. Van Hemert het rapport Scientific Report Spiritual Healing of Rev. Alex Orbito (Van Hemert 2004).

Van Hemert bestudeerde de gegevens van 124 patiënten, medische gevallen, waarbij de officieel gestelde diagnoses werden ingedeeld in 10 categorieën. De diagnose tumor bijvoorbeeld, vertegenwoordigd in groep I, werd in 48 gevallen gesteld, een 38,7% binnen de totale studiegroep.

Om de effectiviteit van de behandeling te kunnen bepalen, vergeleek Van Hemert de resultaten van de conventionele geneeskunde en de uiteindelijke prognose per patiënt gemaakt door de officiële geneeskunde met de resultaten van de behandelingen van Rev. Alex Orbito, uiteraard met betrekking tot dezelfde patiënten. De volledige medische dossiers van de 124 gevallen, die zowel voor als na de behandelingen van Rev. Alex Orbito waren bijgehouden, werden voor het onderzoek ter beschikking gesteld.

Van Hemert vergeleek de door de conventionele geneeskunde gestelde prognoses over levensverwachting/levensduur van patiënten met terminale kanker met de werkelijk ontstane levensduur van hen die door Rev. Alex Orbito behandeld waren. De overlevingskans van terminale patiënten binnen een van de groepen met een bepaald type kanker was statistisch gezien 0%. Dit op basis van prognoses daarvoor opgesteld binnen de conventionele geneeskunde. De patiënten uit de betreffende groepen die door Rev. Alex Orbito waren behandeld, bleken, zo lezen we in het rapport, 5 jaar na behandeling nog te leven en volledig genezen te zijn.

Zie ook de documentaire van antropoloog Jean-Dominique Michel: Les guerisseurs de la foi, chirurgie psychique aux Philippines

Van Hemert verdiepte zich ook in de theoretische geneeskunde op basis van de kwantumtheorie, en publiceerde daarover Retrospectieve studie over de effectiviteit van brandwondbehandeling met distance healing (Van Hemert, s.d.) In deze beknopte studie, is een van Van Hemerts premissen:

Dat genezing waarschijnlijk op atomair of zelfs onbewust subatomair niveau plaatsvindt.

Het is overigens mijn ervaring als medium dat ‘genezing op atomair en subatomair niveau’ feitelijk verstaan moet worden als genezing van de geest of de Geest, met een uitwerking op atomair niveau. De atomaire structuur richt/voegt zich naar de gegeven commando’s afgegeven door de geest van de afzender, meestal de paranormaal genezer, soms van de patiënt. Het genezen op atomair niveau is ‘technisch’ gezien vrijwel identiek aan de paranormale dematerialisatieprocessen die ik in 1984 en 1985 in Groningen entameerde. Zie: Psychic performance of dematerializing the clouds, spiritualizing the material.

In paragraaf 2. Wetenschap versus ‘wetenschap’, memoreerde ik als standaard voor betrouwbare wetenschapsbeoefening reeds de CUDOS-norm van socioloog Robert K. Merton, en liet ik eveneens wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn en socioloog Jürgen Habermas aan het woord. Ook Van Hemert heeft als onderzoeker een open geest als het op wetenschapsbeoefening aan komt. Daardoor verklaart hij niet vooraf, zoals in de Middeleeuwen, dat de aarde per definitie plat is als een aardappelchip of arabesk als een getordeerde wokkel. Dat sommige zogeheten wetenschappers in feite ‘onwetenschappelijk’ te werk gaan wordt ook door hem onderschreven. In de reeds genoemde studie over brandwondbehandeling verklaart van Hemert overduidelijk:

Indien verklaringsmethoden zich van te voren vastleggen op bepaalde grondbeginselen (zoals in ieder wetenschappelijk systeem) met uitsluiting van andere verklaringsmodaliteiten, dan zullen een aantal verschijnselen en waarnemingen nooit verklaard kunnen worden uit de simpele vaststelling, dat deze waarnemingen vooraf door dat bewuste wetenschappelijke systeem uitgesloten zijn.

Echter het ontkennen van een waarneming, die niet past of uitgesloten is in een wetenschappelijk systeem is onwetenschappelijk gedrag en remt door uitsluiting zo de ontwikkeling van de wetenschap in het algemeen. (Hemert s.d.).

 

4.2 Medium George Chapman & dr. William Lang
Dr. William Lang (1852-1937), een overleden oogchirurg ‘opereerde’ vele patiënten via het in trance verkerende Engels medium George William Chapman (1921-2006), een voormalige brandweerman (Chapman 1986). Dr. Lang was tijdens zijn leven verbonden aan het London’s Middlesex Hospital, later bekend als Moorfield Eye Hospital, van 1880 tot 1914. In tegenstelling tot de Filipijnse operaties waarbij weefsels pijnloos uit het lichaam werden genomen en er bloed vloeide, ‘opereerde’ de tandem Lang/Chapman op wat in esoterische kringen het etherisch dubbel wordt genoemd, een energetische kopie van het fysieke lichaam.

De nog levende dochter en kleindochter van de overleden dr. Lang, Lyndon Lang en Susan Fairtlough, bezochten Chapman meerdere malen. Toen ze hun overleden respectievelijke vader en opa ‘spraken’ via het medium Chapman, waren beide verbaasd over de exacte kopie die ze aantroffen. Stem en lichamelijke motoriek van hun in Chapman gemanifesteerde vader en opa, waren identiek aan de dierbare zoals ze hem gekend hadden. De significante details die ze over hun persoonlijke leven van hem te horen kregen kon niemand anders dan de gemanifesteerde vader/opa Lang weten. De nog levende dochter van dr. Lang, Lyndon Lang, schonk aan Chapman als dank voor zijn mediumschap het bed van dr. Lang, en vermaakte hem uiteindelijk een belangrijk deel van haar nalatenschap (The Telegraph, 2006).

De tandem Chapman/Lang behandelden gedurende 60 jaar vele aandoeningen bij vele zieken, bij handwerkslieden tot aan ministers. Onder zijn patiënten bevonden zich onder andere Lady Barbirolli, de acteurs Laurence Harvey and Stanley Holloway, de schrijvers Barbara Cartland en Roald Dahl, de verbannen koning en koningin van Roemenië, tot aan de vrouw van kaakchirurg Sidney Gerald Miron. Naar aanleiding van de wonderbaarlijke genezing van zijn vrouw schreef Miron het boek The Return of Dr. Lang (Miron 1973). Hierin beschreef hij een serie opmerkelijke casussen welke betrekking hadden op cataract, glaucoom, artritis, nieraandoeningen, hersentumoren, hartproblemen en kanker.

 

4.3 Medium Zé Arigó & dr. Fritz
Elk land, elk continent, heeft met inachtneming van de culturele nuance zijn eigen genezers. Medisch Nederland, geboren uit calvinistische piskijkers, bestaat voor het overgrote deel uit medici die de letter van de wet hebben uitgevonden en een vol orgasme krijgen bij de aanblik van een steriel reageerbuisje. Analyse, astrologisch analoog aan Virgo, waardoor met de ogen dicht het verschil kan worden waargenomen tussen een molecuul groene zeep van supermarkt Aldi of de Lidl. Soms is deze benaderingswijze excellent, heb ik nu geelzucht of juist roodvonk. Soms werkt die benaderingswijze fnuikend als medici al scrabbelend keer op keer de plank mis slaan. De analyse past ook wel bij de aard van een land vol regenten dat onder Multatuli bulkladingen vol kruiden stal uit de Gordel van Smaragd om de saaie Hollandse kookpot nieuw leven in te blazen.

De met hun handen uitgevoerde bloederige dematerialisaties van Filipijnse faith healers zijn daarentegen weer ingebed binnen het overwegend katholiek cultuurgoed van de Filipijnen. Jezus en een heel elftal aan heiligen zijn daar de baas. En conform de Bijbel horen daar wonderen bij, hoe bloederiger, hoe beter. Alsof de begeleidende geesten vanuit het hiernamaals ook precies weten welke vorm van behandelen ze binnen een bepaalde cultuur het beste kunnen (laten) gebruiken. Zonneklaar is dat de aan elkaar gekoppelde mediums en hun assisterende overleden artsen ooit al banden met elkaar hadden, in vorige levens of in het tussenbestaan. Dus al voordat men met elkaar ‘samenwerkten’ in landen als de Filipijnen, Engeland of Brazilië.

De Braziliaan Zé Arigó (José Pedro de Freitas, Congonhas do Campo MG, 1922-1971) werkte ook met zijn handen. Het rooms-katholieke Brazilië kon vanuit de geestenwereld blijkbaar het best bediend worden met weer een ander soort spectaculaire genezingen. Geen calvinistische reageerbuisjes en ook geen blote handen die in het lichaam verdwenen. Met een roestig en niet gesteriliseerd zakmes voerde Arigó bij honderdduizenden patiënten een ‘operatie’ uit in enkele minuten. Bij staaroperaties stak hij het lemmet in de oogkas, bewoog het mes op en neer, nam een schaar ter hand, en… de patiënt bleef rustig zitten. Tumoren en gezwellen werden opengesneden als gewillige kastanjes. Op basis van astrale interventies zoals de principes van het (de)materialisatie-proces werd geen enkele pijn gevoeld, terwijl het mes toch in het oog ‘verdween’ en de schaar zijn werk deed. De operaties werden geleid door de overleden Duitse militaire chirurg dr. Fritz (Adolph Frederick Yerperssoven, Dantzig, 1874-1914).

Dr. Fritz was bij leven een Duitse kapitein en chirurg in het leger. Nadat hij eenmaal gedesincarneerd was, liet hij als geest decennialang succesvolle psychische ‘operaties’ uitvoeren via Braziliaanse mediums die hij incorporeerde. Het tovermiddel om zijn mediums vrijwillig in zijn genezende ban te brengen was een krachtige wil en een serie motieven om menselijk leed te willen verzachten. Met die wil bracht hij ijzersterke motieven in stelling die over de grens van leven en dood heen reikten en zich voorbij ruimte en tijd konden realiseren.

Na zijn dood incorporeerde dr. Fritz als eerste de fenomenale genezer annex gemeenteambtenaar Zé Arigó, vervolgens de gynaecoloog Edson Cavalcante Queiroz, de gebroeders Oscar en Edivaldo Wilde uit Bahia, en uiteindelijk incorporerend tot op heden, de Braziliaanse elektrotechnische ingenieur Rubens Farias Júnior uit São Paulo, die in Rio de Janeiro zijn praktijk heeft. Alle mediums raakten in de ban van dr. Fritz en behandelden vervolgens succesvol honderdduizenden patiënten. De wekelijks behandelde patiëntenaantallen van alleen al Zé Arigó was in zijn tijd groter dan het aantal patiënten van drie academische ziekenhuizen bij elkaar.

Natuurlijk behandelde Zé Arigó, pardon dr. Fritz, pardon, beiden, ook huidziekten als eczeem.

Bij de Braziliaan J. Domingues, voormalig directeur van het Pacaembu Stadion, een bekende voetbalarena in de metropool São Paulo, werd een vorm van eczeem geconstateerd. De huidaandoening die zich kwaadaardig ontwikkelde had zich geconcentreerd op het rechterbeen. Alle beroemde dermatologen van São Paulo hadden zich al over hem gebogen. Er zat niets anders op, het been moest geamputeerd worden, het huidgangreen was in een ver gevorderd stadium. Ook Domingues moest, ongeduldig en ongelovig als hij was, in een lange rij op zijn beurt wachten. Arigó kwam langs, keek hem aan, en vroeg ‘hoe is het met je been?’ Arigó die via dr. Fritz ook recepten kreeg gedicteerd schreef op een stukje papier de namen van een aantal, zoals gebruikelijk, zeer onconventionele medicijnen. De farmacologische preparaten werden jarenlang door de plaatselijke apotheker samengesteld. En met de medicijnen voor het been verdween het huidgangreen, welke aandoening gemakshalve maar eczeem werd genoemd.

Zie ook: Oude historische opnames waarbij Zé Arigó in het midden van de vorige eeuw aan het werk, aan het ‘opereren’ is: Filmateca Allen Kardec “ARIGÓ”

De Amerikaanse medicus en parapsychologische onderzoeker Henry K. (Andrija) Puharich, M.D. was een van de eerste wetenschappers die zich door Arigó liet opereren. Met Arigó’s zakmes werd een lipoom (goedaardig gezwel) in Puharich’s rechterarm, zonder verdoving of narcose, pijnloos verwijderd (Fuller 1974). Naast Zé Arigó onderzocht Puharich eveneens de mediums Uri Geller en Peter Hurkos, de Amerikaanse Nederlander.

Zie ook: Oogoperaties uitgevoerd onder door dr. H.K. Puharich gecontroleerde omstandigheden: Arigo, the Brazilian healer

Zie eveneens: De geest van dr. Fritz opereert via het medium Rubens Farias Júnior. Op het einde van de film maakt Rubens een gat in de rug van de patiënt ter grootte van een perzik, vervolgens brengt hij een schaar naar binnen en voert een operatie uit aan de ruggengraat van de patiënt, MISTERIO – Cirurgia cerebral sem Anestecia (Dr Fritz) 1997 (opnamebeelden van verschillende operaties waaronder een hersenoperatie. Alle ingrepen uitgevoerd zonder enige verdoving of narcose).

 

4.4 Afro-Braziliaanse orixás
Orixás zijn Afro-Braziliaanse geesteswezens. Op totemistisch niveau vergelijkbaar met Hollandse patroonheiligen of beschermengelen, welke laatste vanaf de middeleeuwen als schutspatroon een gelijkgestemde groep of gilde beschermden (Verger 1957, 1981).

De heilige Cecilia stond garant voor een muzikale invloed op musici en instrumentmakers, en het uithangbord bij de hoefsmid liet zien dat deze onder invloed van de heilige Martinus het klappen van de zweep wel of niet meester was. Orixás zijn als Afrikaanse of Afro-Amerikaanse geesteswezens de bezielers en de spirituele accu van het individu waartoe deze qua energie van nature behoort. Dit energetische basispatroon vinden we globaal ook terug in de astrologie als elementaire en planetaire grondtoon waar iemand onder geclassificeerd kan worden. Van de verschillende orixás die in karakterologische wisselwerking met een persoon staan, is altijd één orixá dominant in zijn of haar manifestatie, de zogeheten Dono de Cabeça, de baas van je hoofd, een persoonlijke geleidegeest, waardoor de hoofdtoon in karakter en gedrag wordt gezet.

Van de 600 Afrikaanse orixás zijn er na de slaventransporten naar de nieuwe wereld in Brazilië effectief nog zo’n 16 over. Het waren de betere, zullen we maar zeggen, die overbleven, ofschoon het natuurlijke selectieproces voortvloeide uit andere grootheden. Het is als met supermarkten, de grotere hebben de kleinere verdrongen. Gelukkig is er nog voor elk wat wils.

Binnen de Afro-Braziliaanse cultuur heeft elke persoon een of meerdere orixás ter beschikking. Zoals honden of katten tot een bepaald ras kunnen worden ingedeeld, is dat bij mensen energetisch gezien hetzelfde. Tijdens het dansen kan ik aan de bewegingen van degene die danst, vanuit een Braziliaanse bril bekeken, al vaak zien tot welke orixá de persoon behoort. Vanuit een astrologische bril bekeken werkt het eender, de danser met bijvoorbeeld de Zon of ascendant in Tweeling is veel beweeglijker dan de meer specifieke Stieren of Steenbokken.

Orixás fluisteren, precies zoals dat bij de katholieke beschermheiligen het geval is, de gelovigen het een en ander in het oor, het doe wel of doe maar niet. Personen die wat meer intuïtief begaafd zijn, zoals mediums en paragnosten, ‘horen’ meer, en kunnen gemakkelijker adviezen geven.

Een van de meer bekende orixás waar een genezende werking van uitgaat is Osanha, de orixá die alles weet over medicinale en andere planten, en hoe die te gebruiken. Jongens en meisjes met een voorliefde en latente kennis voor geneeskruiden kunnen gelukkig nog aan haar worden gewijd. Elke Braziliaanse genezer die met planten en kruiden werkt ‘heeft’ Osanha, wordt door haar geïncorporeerd.

Orixá Oxum bijvoorbeeld, geeft informatie over de liefde en vrouwenzaken, specifiek bij kinderloosheid. Mediums die Oxum ‘dragen’ worden dan ook menigmaal geraadpleegd wanneer gezinsuitbreiding niet zo wil vlotten.

Orixá Omolu, bekend als de orixá van de pokken en de huid, de orixá voor de armen, is in verband met huidziekten de belangrijkste en ook de krachtigste orixá. Een must voor een medium die constitutioneel eczeem en andere huidaandoeningen wil beteugelen en uitroeien. In Brazilië gaan eczeem patiënten met een smalle beurs naar Omolu, de orixá voor de armen.

 

5 Medium Martien Verstraaten, overleden artsen & orixá Omolu

Als C., een bevriende jongedame uit de salsa, mij in een meer persoonlijke Facebook-chat meldt kortgeleden op de afdeling intensive care van een Marokkaans ziekenhuis gelegen te hebben wegens een ‘gediagnosticeerde’ virale voedselvergiftiging/ingewandsstoornis, en ik via een van mijn overleden specialisten na enige tijd begrijp, ingefluisterd krijg, dat de betreffende dame zich het beste ogenblikkelijk onder behandeling van een gynaecoloog zou moeten stellen, dan is het wellicht slim daar gehoor aan te geven.

Zodra ze de kans had gezien het vliegtuig naar Nederland te nemen was ze afgereisd en werd bij aankomst opgenomen in een van de grotere ziekenhuizen van haar stad. De behandelend specialist had, zo begreep ik, de diagnose van de specialist in Marokko klakkeloos overgenomen: ‘virale voedselvergiftiging’. Op aandringen van mij/mijn specialisten, en doordat ze vertrouwen had in mijn zienswijze, had ze om een uitgebreid gynaecologisch onderzoek verzocht, een soort second opinion.

Als de waarheid in het geding is blijven de paranormale machinerieën, mijn informatiebronnen, mij net zo lang kwellen totdat de waarheid boven water komt. Daarna komt er pas weer rust in mij.

De staf van het Marokkaanse ziekenhuis, alsook de specialisten van het Nederlandse ziekenhuis mochten wat de diagnose ‘virale voedselvergiftiging’ betrof nog eeuwig blijven doorslapen. Mijn informatiebronnen wierpen een ander licht op de gestelde diagnose, en hadden de Marokkaanse geadviseerd zich met spoed onder specialistische behandeling te stellen, bij een wakkere specialist wel te verstaan, en niet bij de polikliniek voor interne geneeskunde, maar bij gynaecologie. Dit omdat de oorzaak van de hevige pijnen gynaecologisch van aard waren. Patiënt verklaarde in Marokko en in Nederland zelfs (!) gynaecologisch onderzocht te zijn.

Ze kreeg van mijn informatiebronnen het advies om degene die het gynaecologisch onderzoek had uitgevoerd zo mogelijk in een pitrieten mandje te vondeling te leggen zodat deze op kosten van de gemeenschap verder kon slapen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

Het resultaat van een hernieuwd onderzoek was, zo vernam ik enkele weken later, dat de specialist een groot aantal cystes op/aan haar inwendige geslachtsorganen had geconstateerd. De diagnose over de oorzaak van haar pijnen werd desgevraagd, weliswaar met enige tegenzin van de behandelend specialist, bijgesteld. De specialist maakte zich er met een jantje-van-leiden van af door te zeggen dat de cystes inderdaad wel de oorzaak van de pijnen bleken te zijn geweest, maar dat de gemelde virale voedselvergiftiging ook wel ‘wat’ had meegespeeld.

Mijn medische informatiebronnen, de overleden specialisten, dachten met betrekking tot de gekunstelde diagnose achteraf, een verlegenheidsdiagnose, er het zijne van. Blijkbaar komen medici voornamelijk in het geweer zodra een medium (Jomanda in de zaak Millecam) hopeloos de fout in gaat, en zich (terecht) moet verantwoorden. Daarentegen wordt de berg aan niet onderzochte medische missers door reguliere artsen veroorzaakt, jaarlijks groter.

De moeder van de Marokkaanse die het verhaal over de mediamieke diagnose hoorde, was zowel met stomheid geslagen als blij verrast toen ze vernam dat de juiste diagnoses door een vreemdeling per Facebook-chat gesteld had kunnen worden, waardoor haar dochter had kunnen genezen.

 

5.1 Mediamieke informatieopbouw en innovatieve behandelingsprotocollen
Mijn begeleidende specialisten ‘in astrale vergadering bijeen’, informeren mij, nadat ik patiënt of cliënt gezien heb, vrijwel onmiddellijk en veelal in een flits:

1. Wat de hoofdoorzaak van de klacht is.
2. Wat de aanleiding van de storing is.
3. Tot welke gedefinieerde ziektebeelden de klacht te herleiden is.
4. De hiërarchische component in comorbiditeit, de rangorde van de ziektebeelden.

5. Over de te geven adviezen.
6. Over aan te bevelen doorverwijzingen.
7. De didactische vorm voor benadering van de patiënt of cliënt.
8. Over aan de klacht gerelateerde aanbevolen behandelingen.

9. De te verwachten tijdsduur voor een geheel of gedeeltelijk herstel.

Het binnenkrijgen van informatie over de 9 genoemde punten verloopt bij mij traploos en vindt plaats in een oogwenk. De waarneming is enigszins te vergelijken met de impressie die iemand krijgt bij het doorbladeren van een fotoalbum van een onbekende. Bliksemsnel, in luttele seconden, tekent zich een beeld af van de persoon of familie. Bij mij is het niet anders. Het enige verschil is dat, materieel gezien, ik in een niet stoffelijk fotoalbum blader. De plaatjes, ingeval van ziekte, worden mij aangereikt, zoals ik reeds memoreerde, door overleden artsen, specialisten, paramedici of paranormale genezers.

De te volgen procedure met overledenen is doodeenvoudig, zij hebben de kennis, ik het open oor, en een kind met of zonder eczeem kan simpelweg de was doen. Een van mijn leermeesters en latere collega, Jaap Eising (1930-2009) uit Groningen, ‘zag’ op het lichaam van de patiënt de acupunctuurpunten altijd verschijnen als lampjes die deden oplichten, als kleine lampjes op een kerstboom. Hij wist daardoor precies waar de punten voor Shiatsu zich bevonden, zonder daar ooit een opleiding voor genoten te hebben. De ‘echte’ acupuncturisten prikten vanuit boekenwijsheid weliswaar op de ogenschijnlijk juiste, maar in werkelijkheid op de verkeerde plaats. Bij ziekte konden namelijk de positie van de acupunctuurpunten danig verschoven zijn. Het oplichten van de mediamiek gestuurde ‘kerstboomlichtjes’ wezen via zijn overleden helpers hem exact de juiste plaats aan voor interventie.

Er zijn dus vele wegen die naar Rome leiden. Naast de geijkte medische modellen en protocollen is er een kleurrijke waaier aan alternatief geachte modellen en methodieken voor het stellen van diagnoses en behandelingen. Het medische model doet soms niet onder voor het meer alternatieve model, maar blundert vrijwel even zo vaak als het alternatieve model. Men kan dus in beide systemen een dubieus oor aangenaaid krijgen. Als consument van het product ‘Zorg’ is het verstandig om altijd gevoel en verstand te gebruiken, en vooral, kijken naar behaalde resultaten van de ‘dokter’ met of zonder aesculaap. Vergelijkbaar met onderzoek naar garages die bewezen hebben het beste APK-keuringen te hebben uitgevoerd.

Van de vele alternatieve modellen, van biologisch-dynamisch koekhappen tot familieopstellingen op de woonboot, is de mediamieke gestuurde informatieopbouw en daaruit voortvloeiende behandelprotocollen er slechts een van, gelukkig.

Een van mijn studenten beeldende vakken, die zoals de meeste van de studenten bekend was met mijn mediamieke gaven, verzocht mij eens tijdens mijn rondgang in een praktijkcollege modeltekenen of ik aan de hand van haar tekening, een houtskoolschets, een analyse van haar persoon kon, wilde maken. Aangezien zij achter het tekenbord stond en ik er voor, zag ik de tekening uiteraard ondersteboven. Het zogenaamde picturale, realistische of anatomische gehalte van haar tekening, dat ik amper kon waarnemen, kon dus niet de insteek zijn om tot een deugdelijk analyse van de studente te komen.

Ik keek dus niet als docent naar haar tekening, maar werd, als bij het kijken door de oogharen, geleid door de vage houtskoolstreepjes die als macaroni op mijn netvlies vielen, welhaast een abstract beeld van streepjes. Deze streepjes leken te gaan trillen, alsof ik even in trance raakte. Op de trillingen van de streepjes kreeg ik informatie over de studente. Ik zag en hoorde wat mij uit de bovenwereld werd verteld. Er zat een duidelijk psychiatrisch aspect aan de verkregen informatie, en de oorzaak van haar worsteling. Na enkele seconden kwam ik terug van weggeweest, overigens onzichtbaar voor de studenten, en informeerde haar, mijn geleidegeesten dus, over de tot stand gekomen analyse. Een en ander nam slechts enkele seconden in beslag. Mijn betoog van slechts enkele zinnen koos ik zodanig dat zij begreep wat ik bedoelde, en zonder dat ze teveel privacy moest opgeven in een collegezaal vol studenten. Met een mooie glimlach antwoordde ze: ‘Wat jij mij nu verteld daar heeft mijn psychiater twee jaar over gedaan’. Ik dacht bij mezelf, ‘jeetje zorgverzekeraar, jeetje psychiater, jaren naarstig zoeken, jaren therapie, de diagnose vlak voor de neus voor degene die wil zien’.

Ik doe dus wat mijn geesten mij influisteren, en tot nu toe kan ik me er altijd in vinden. De adviezen passen niet alleen bij patiënt of cliënt, ze passen ook altijd bij mijn zienswijze als paragnost. Mijn geesten kennen mij blijkbaar goed, het is bij/met hen aangenaam vertoeven.

Met een busje vol overleden artsen en therapeuten, van allerlei pluimage en gezindte, en een aanhangwagentje tjokvol therapeutisch gereedschap, ontvang ik cliënten die soms ook patiënt zijn. Zo ook ontving ik Kor G. en Jody O.

 

5.2 Orixá Omolu, godheid van de pokken en huidziekten
De kwelgeesten die verantwoordelijk waren geweest voor Nederlandse patiënten zoals Kor G en Jody O. (constitutioneel eczeem) en Roos T. en Mila B. (secondary amenorrhoea) werden in Brazilië waargenomen door een priesterlijk medium tijdens een avonddienst in een kerkgebouwtje nabij het stadje Vilas do Atlântico in de deelstaat Bahia. Het medium was een priester die gelieerd was aan een plaatselijk vorm van het Braziliaanse Espiritismo, de nationaal wijdverbreide religie op basis van spiritualisme.

Pedagoog Allan Kardec, Hyppolyte L.D. Rivail, Lyon 1804-1868, die in wetenschappelijk kringen in Europa hoog aanzien genoot, bracht in de 19e eeuw vanuit Frankrijk het spiritisme naar Brazilië. Met boeken als Het Boek der Geesten (Kardec 1857), Het Boek der Mediums (1861), en Genesis volgens het Spiritisme (1868) ontketende Kardec een religieuze revolutie in Brazilië waardoor het meer klassiek opererende rooms-katholicisme in Brazilië er een broertje bij kreeg, en daarmee een geduchte concurrent.

Genezing, niet alleen van atopic dermatitis eczeem of secondary amenorrhoea, is in spiritueel Brazilië een zaak van de werking van de (eigen) geest, van (bezettende) geesten/entiteiten (overledenen) en van onbelichaamde geesteswezens (orixás en caboclos). Zowel het verklaringsmodel bij ziekten: de diagnose en het behandelen van de ziekte, is een aangelegenheid van de geest en van geesten. Het Braziliaans spiritualisme, ook wel met Kardecisme aangeduid, alsook de animistische religies als de candomblé en umbanda met een pantheon aan genezende orixás, werken met interventies van en vanuit de geestenwereld.

In 1999, tijdens de pauze van een spiritistische dienst in het reeds genoemde kerkgebouwtje vertelt het priesterlijk medium aan mijn tolk, een bevriende Engelssprekende dierenarts, wat ze als medium zag toen ik, witte paranormale Hollander, haar spiritistisch kerkje binnenkwam. In een stoet ‘liepen’ achter mij aan, zo had ze gezien, verschillende geesten die ik ooit had uitgedreven bij zieken die nu waren genezen. Heel concreet beschreef ze daarbij tot in detail onder andere patiënten met eczeem die ik geholpen had. Een van de patiënten die ze had waargenomen, een bejaarde Utrechtse dame die ik in een Nederlandse kliniek voor dermatologie op verzoek had behandeld aan een open been, werd minutieus beschreven, evenals haar decor, het behandelbed waarop ze destijds had gelegen. In het spiritistische model waren patiënten als Kor G. en Jody O. door mijn behandelingen bevrijd van storende geesten die hen en soms ook hun familie hadden bestookt.

Het model van genezing van Afro-Braziliaanse orixás binnen bijvoorbeeld de candomblé is vergelijkbaar. Bij het Braziliaans Kardecisme is het Jezus voor en na, zoals ook bij de Filipijnse faith healers. Bij het genezingsmodel door orixás, de geesteswezens binnen een bezetenheidsreligie als de candomblé, wordt eveneens teruggegrepen naar ‘bezetting‘ als bij het Kardecisme. Een belangrijk verschil daarbij is de bron van het kwaad, de oorzaak van de ziekte. Het Kardecisme kent weliswaar geen duivels: we zijn allen op weg naar God zo annonceert men, maar kent wel geesten die tot kwaad doen neigen en die men duivelen zou kunnen noemen. Wanneer je de leer niet volgt, kan het dus fout gaan. Onder de vlag van het Kardecisme hebben overigens enkele zeer beroemde zieners en mediums hun werk verricht. Niet alleen Zé Arigó behoorde tot het Kardecisme, maar ook de Braziliaanse psychograaf Chico Xavier, een geweldenaar die in trance via automatisch schrift meer dan 400 spirituele boeken kreeg gedicteerd, en schreef.

Orixá Omolu ‘ontmoette’ ik voor het eerst, bewust, in de Braziliaanse gemeente Lauro de Freitas, nabij Salvador. De oorsprong van alle type orixás wordt geschat op meer dan 5000 jaar, en werd in het thuisland Afrika altijd geassocieerd met de afstamming van families, en aanbeden door de afstammelingen van dezelfde clan. Volgens de Frans-Braziliaanse antropoloog Pierre Verger (1902-1996) zijn orixás vergoddelijkte Afrikaanse voorouders. Een hypothese die reeds door William R. Bascom (1912-1981) in 1938 werd aangehangen, en die ik als medium kan onderschrijven. Pierre Vergeer dicht bijvoorbeeld Ogum, de orixá van ijzer en oorlog, de positie toe van een vroegere grote oorlogskoning of leider van een smidsegilde, en orixá Omolu, de pokkendokter, als een gevreesde tovenaar (Verger 1957, 1981). Deze orixás, die natuurkrachten (op een bovennatuurlijk manier) kunnen manipuleren, onderhouden een onafscheidelijke band met mensen.

De neerdalende kracht van de gemiddelde orixá in een mens kan immens groot zijn. Tijdens een feest op een van de Caribische eilanden was ik getuige van het in trance raken van een frêle meisje van 18 à 19. Ze was Cubaans, en ik zag dat ze vertrouwd was met tranceprocessen uit de Cubaanse santaria. Terwijl een orixá in haar neerdaalde stapelde ze handmatig 2 grote barkrukken op elkaar. Deze waren vervaardigd van hardhout en dienovereenkomstig loodzwaar. Op de beat van de muziek en zonder met de ogen te knipperen knielde ze voor de toren van op elkaar gestapelde krukken. Ze opende haar mond, beet als een dier in een van de poten, en tilde met haar tanden de loodzware stellage ver boven haar hoofd de lucht in. Ook Omolu is voor geen kleintje vervaard.

Orixá Omolu manifesteerde zich in de terreiro, de tempel/terrein, in Lauro de Freitas door, zoals gebruikelijk is binnen de candomblé, ‘bezit te nemen’, het incorporeren, van de Braziliaanse priester/medium, een pai de santo. Omolu verschijnt altijd in een mantel van stro waar ook zijn hoofd mee bedekt is. Daarmee verbergt hij symbolisch zijn door de pokken aangedane huid. Een van zijn namen is dan ook de pokkendokter. De kracht van de incorporerende orixá wordt als zeer gevaarlijk ervaren. Daarom worden de mediums met een wit laken afgeschermd van de omstanders (Willemier Westra 1987: 272).

Omolu wordt ervaren als een niet gemakkelijk heerschap, een krachtige persoonlijkheid. Als hij op zijn teentjes wordt getrapt is het moeilijk kersen eten met hem.Een geesteswezen dat kan straffen en genezen, een orixá die zonder pardon huidziektes uitbant. Kwalificaties die ik in mijn karakter, als subpersoonlijkheden binnen het totaal der delen, wel herken. In het bijzonder als het rechtsprincipe van de burger in het geding is. Als tweede orixá draag ik in groot contrast met ‘oom’ Omolu de feminiene Oxum, de orixá voor het charmeoffensief om tijdens de dans de ander te kunnen betoveren.

Huidziektes en deformaties van de huid hebben mij altijd gebiologeerd, al vanaf de tijd dat ik op het naaktstrand van Groningen vertoefde en menigmaal littekens op de huid van de strandgasten zag. Daarbij had ik altijd het gevoel dat ik littekens op de huid kon genezen, met mijn oog als laserstraal kon behandelen. Toen ik Omolu voor het eerst ontmoette tijdens een candomblé-dienst in Lauro de Freitas schrok ik mij kapot en vluchtte de tempel uit, bang als ik was om acuut tegen de vlakte te gaan en in een voor mij onbekende trance terecht te komen.

Tijdens een bezoek aan de candomblé-tempel, Ilé Axé Etomin Ewa, gelegen in Brongo de Pau Miudo, een voorstad van Salvador da Bahia consulteerde ik Regilton, de jonge maar voluptueuze pai de santo. Deze constateerde dat orixá Oxum en orixá Omolu mijn belangrijkste orixás waren. Daarbij was Omolu, de Dono de Cabeça, de heer van het hoofd, de hoogste baas. Nou daar voelde ik me toen mooi vet mee, niet dus. Nog meer gedonder aan mijn paranormale hoofd. Mijn kracht om eczeem uit te kunnen bannen werd door Regilton wel in 3 minuten, en voor eeuwig en altijd verklaard. Ik ‘droeg’ blijkbaar al jaren Omolu en Oxum zonder van hun namen ooit gehoord te hebben. Wat Omolu betreft hebben Kor G. en Jody B. het geweten, na een serie behandelingen was het over en uit met het krabben. De ‘geest’ van constitutioneel eczeem werd met het model van de paranormale genezing met wortel en tak uitgeroeid. En orixá Oxum bleek ik al jaren te hebben ingezet om commanderende incantaties, bezweringen, uit te spreken voor baarmoeders en hun baasjes die niet wilden of konden menstrueren (zie: Case of Rose T. & Mila B.: Study on Secondary Amenorrhoea).

Er waren en zijn dus vele wegen om een licht te werpen op constitutioneel eczeem, en vele wegen om de stoornis te behandelen. Dé juiste behandeling bestaat niet, de juiste geneesheer bestaat ook niet. Het is afhankelijk van het innerlijk en uiterlijk cultuurgoed van de patiënt, gemanifesteerd in dit leven en in vorige levens, zoals bij elke ziekte het geval is. Het is ook afhankelijk van de energetische dynamiek tussen patiënt en hulpverlening. Het 7e huis in de horoscoop van de patiënt, het huis van de relaties (ook de medische), geeft middels de significatoren aan bij welke arts of therapeut de meeste (gezondheids)winst kan worden gehaald.

Spijtig genoeg niet altijd, maar wel vaak, vindt de patiënt koersend op het astrale kompas de weg naar arts of therapeut die het beste bij hem past. Maar zoals bekend, er zijn ook nog heel wat gecertificeerde alternatieve therapeuten of kerfstokneurologen actief, of dermatologen die beter bankier hadden kunnen worden. In dit leven had ik slechts een zwemdiploma gehaald, en zelfs dat was zoekgeraakt. Bij de veldwachter had ik evenwel met de hakken over de sloot het theoretisch examen verkeersveiligheid gehaald, waardoor ik een rijbewijs kreeg aangereikt.

 

6 Casus Kor G.
De Spaanse versie van de casus Kor G. maakt als apart hoofdstuk deel uit van de in 2022 verwachte uitgave van het boek LAS VIDAS PASADAS. De Nederlandse uitgave wordt verwacht in 2023.

7 Casus Jody O.
De Spaanse versie van de casus Jody O. maakt eveneens als apart hoofdstuk deel uit van de in 2022 verwachte uitgave van het boek LAS VIDAS PASADAS. De Nederlandse uitgave wordt verwacht in 2023.

 

8.1 Wie geneest heeft gelijk
Prof. dr. Y.M. (Yvo) Smulders, hoogleraar Interne Geneeskunde VU medisch centrum, Amsterdam temde, zoals ik in paragraaf 7 over Jody O. reeds vermeldde, al in 2010 het evidencebeest. Zowel overheden, artsen als zorgverzekeraars lopen zoals we weten, sinds jaar en dag weg met epidemiologisch onderzoek dat gebaseerd is op evidence based medicine.

De mantra daar is geen enkel bewijs voor, daar is geen enkel bewijs voor galmde in elke dokterskamer, klonk aan elk ziekenhuisbed, kwam rochelend uit de kelen van Mol-en (medical opinion leaders). ‘Feiten mevrouw, feiten meneer, en zó werken wij niet’, werd er gescandeerd! De complementaire artsen en sterrenkijkers stonden met de mond vol tanden. Ook de patiënt kon niet bewijzen waarom hij alleen op dinsdagavond pijn in buik had of in de onderrug, er wel of niet iets tussen zijn oren zat, zijn urinewegen gebaat waren met een slokje coca of zijn maagportier beter sloot bij laurierdrop of een dubbele dropveter, zoals de arts niet kon bewijzen dat hij van zijn vrouw hield, of nog erger, van de verpleegster die ’s nachts om hem heen zoemde.

Godfather David Sackett heeft aan evidence based medicine nooit de interpretatie gegeven zoals die nu in de maatschappij opgeld doet. ‘Zijn geesteskindje wordt nu misbruikt door overheden, verzekeraars en door ons allemaal’ laat Yvo Smulders ons weten.

Met zijn onderzoek ontmythologiseert Smulders de validiteit van evidence based medicine, haalt het instrument van toetsing radicaal van de gouden troon, maakt wetenschappelijk gehakt van het epidemiologisch bewijs, en prikt gebruikmakend van de uitkomsten van Engelse onderzoeken de ‘bewijzen’ een voor een op een Britse cocktailprikker. Arrogante artsen mogen spitsroeden lopen.

Moet epidemiologisch bewijs de norm zij voor ons geneeskundig handelen, zo vroeg hij zich bijvoorbeeld af. Zijn conclusies zijn verpletterend voor de diverse beroepsgroepen, en liegen er niet om:

1. Epidemiologische bewijs, ‘evidence’, wordt heel ernstig overgewaardeerd
2. Er zijn andere, even belangrijke, bronnen van bewijs dan epidemiologie
3. … en dat is maar goed ook

Op de vraag of epidemiologisch bewijs de norm voor geneeskundig handelen moet zijn, antwoord hij helder:

Nee, want epidemiologisch bewijs is:
Veelal afwezig
Vaak ‘onjuist’
Zelden direct vertaalbaar naar patiënt
Niet doorslaggevend voor goede zorg

Evidence based medicine is zelden vertaalbaar naar de patiënt. De wetenschappelijk effectief gebleken therapieën zijn alleen van toepassing op de ‘gemiddelde trialpatiënt’. In het beste scenario is ongeveer 40% van patiënten met een bepaalde klacht te vergelijken met de patiënten uit de positieve studies. In het slechtste scenario is dit percentage maar 0,001%.

Smulders’ conclusie luidt in dit verband:

1/3 van de therapieën is onderzocht
1/2 van de therapieën is waar
Op minder dan 10% van de patiëntenpopulatie zijn de wetenschappelijke resultaten toepasbaar
De dokter kent hooguit 50% van het bewijs

Als deze feiten worden meegenomen blijkt dat maar 1 op de 120 patiënten met EBM behandeld wordt.

Evidence based medicine is niet doorslaggevend voor goede gezondheidszorg. Wanneer ziekenhuizen die het heel goed doen, worden vergeleken met ziekenhuizen die het gewoon goed doen, dan blijkt dat in termen van het gebruik van evidence based medicine, het hanteren van richtlijnen en het aanhouden van protocollen, het allemaal lood om oud ijzer te zijn. De kwaliteitsverschillen zitten helemaal niet in het EBM-volume maar juist in de hele zachte zaken, zoals de kwaliteitsverbeteringscultuur, goede organisatie en betrokken mensen.

Slechts 4% van de medische fouten is volgens Smulders te wijten aan een tekort in medische kennis. Naast het domein van de diagnostiek en het tekortschieten om klinisch te kunnen redeneren zijn miscommunicatie, en desinteresse /gebrek aan commitment een van de belangrijkste oorzaken bij medische fouten.

De ouders van Kor G. en Jody O., zo lazen we in hun verklaringen uit 1989, hadden al veel ervaring met het commitment in de ‘betere’ ziekenhuizen: de kindonvriendelijkheid. En om goede zorg ging het bij Kor en Jody. Mijn geesten, dode therapeuten, tot inkeer gekomen overleden farmaceuten en ikzelf hadden de wil en de intentie die zorg te willen bieden. Daarvoor waren methodieken nodig die, zeker in 1987, door vrijwel niemand serieus werd genomen. Maar daar hadden Kor O., mevrouw G., Jody O. en mevrouw O. geen enkele boodschap aan, hun kinderen genazen zienderogen, en wie geneest heeft gelijk.

We moeten natuurlijk ook niet vergeten dat nadat Kor G. en Jody O. door overleden geesten waren behandeld, hun ouders geen afnemers meer waren van latex-emmers vol hormoonzalf en kilometerslang mummielint, de farmacie had er geen kind meer aan.

Begrijpelijk dat de farmaceutische industrie zweert bij EBM, en dan vooral bij het bewijs dat op hun eigen pillentafel in elkaar is geknutseld door goedbetaalde ‘geëngageerde’ wetenschappers. De door de farmaceutische industrie gesponsorde onderzoeken vertonen door hun bias (vertekening/onzuiverheid), zo laat prof. Smulders ons zien, uiteraard grote verschillen met de niet gesponsorde onderzoeken die uiteindelijk niet-gepubliceerd in een lade blijven liggen. Yvo Smulders maakt onderscheid in methodologische bias en ‘belangen-gerelateerde’/psychologische bias. De laatste vorm van bias in het bijzonder kan de uitkomsten uit studies een volstrekt ander beeld geven.

Het hele onderzoekstraject is kwetsbaar voor bias, vanaf de formulering van de onderzoeksvraag, selectie van deelnemers en selecties in onderzoeksmethodiek, uitkomstmaat, statistische analysemethoden tot rapportage van uitkomsten.

Vertekening van de ‘epidemiologische waarheid’ treedt ook op door publicatiebias: selectie tijdens peer review en publicatie in tijdschriften, veroorzaakt door een voorkeur van referenten en redacties voor prestigieuze auteurs en voor ‘positieve’ onderzoeksresultaten.

Zie: De rol van epidemiologisch onderzoek bij de individuele patiënt. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2010;154:A1910

Het standpunt van waarneming is mede bepalend voor dat wat wordt waargenomen, de uitkomst (Capra 2010; Verstraaten 2009, 2010). Dit geldt, zowel materieel als immaterieel, in de wetenschap, in de politiek of in de kunsten, zowel voor onderzoekers als voor juryleden bij ballotage of bij het toekennen van Hollywood Awards en Nobelprijzen. De farmaceutische industrie neemt, zoals het onderzoek van prof. Smulders nog eens bevestigd, een wel erg bijzonder standpunt van waarneming in dat a priori alleen het eigenbelang dient.

Voor omkoping, fraude en corruptie in de farmaceutische sector, het creëren van nieuwe ziektes ten behoeve van de omzet, lees: De ontboezemingen van Dr. John Virapen, klokkenluider en ex-directeur van de farmaceutische multinational Eli Lilly in Zweden. Zijn boek Side Effects Death – Confessions of a Pharma-Insider, in het Nederlands met als titel Bijwerkingen, waarvan sommige dodelijk kunnen zijn (Virapen 2009), laat zien waar crimineel gebruik van EBM toe kan leiden. Virapen laat iedereen weten: There is no money in health only in deseases. Zie hiervoor Virapen’s website: www.pharma-insider.com

De farmaceutische industrie en hun artsen ten spijt, maar Kor G. en Jody O. hadden de latex-emmers vol met hormoonzalf en het kilometerslange mummielint al ver achter zich gelaten.

De Griekse arts Hippocrates schreef in vergelijkbare bewoordingen:

Wie geneest heeft gelijk.
Het gaat om de genezing, niet om het hoe of door wie.
De geneesheer heeft maar één doel, namelijk genezen.
De mens staat centraal en niet de ziekte.
De patiënt bepaalt of hij wel of niet genezen is.

 

Literatuur

Bastide R. (1978). The African Religions of Brazil. Towords a Sociology of the Interpenetration of Civilizations. Baltimore: The John Hopkins University Press.

Bateson G. (1985). Steps to an Ecology of Mind. London: Jason Aronson.

Capra F. (2010). The Tao of Physics: An Exploration of the Parallels between Modern Physics and Eastern Mysticism. s.l: Shambhala.

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Chapman G. (1986). Genezer in twee werelden. Deventer: Ankh-Hermes.

Dam H ten. (2001). Catharsis en integratie: Handboek regressie- en reïncarnatietherapie. Ommen: Tasso.

Habermas J. (1984). The Theory of Communicative Action (vol 1 & 2). Boston: Beacon Press.

Hemert J van. (2004). Scientific Report Spiritual Healing of Rev. Alex Orbito. In eigen beheer. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/15so6Dg

Hemert J van. (s.d.). Retrospectieve studie over de effectiviteit van brandwondbehandeling met distance healing. In eigen beheer. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/19d3Dtr

lllich I. (1975). Limits to medicine. Medical Nemesis: The expropriation of Health. Harmondsworth: Penquin.

Fuller J. (1974). Arigo: Surgeon of the rusty knife (afterword by Henry K. Puharich, M.D.). New York: Thomas Y. Crowell.

Kardec A. (1857). The Spirits’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/12gX1Re

Kardec A. (1861). The Mediums’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/14oBx81

Kardec A. (1868). The Genesis According to Spiritism. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/11u1cgZ

Kuhn TS. (1962). The Structure of Scientific Revolutions. Chicago: University of Chicago Press.

Merton RK. (1973). The Normative Structure of Science (1942). In ‘The Sociology of Science: Theoretical and Empirical Investigations’, edited by Norman W. Storer. The University of Chicago Press. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1c6D4Ct

Miron SG. (1973). The Return of Dr. Lang. Aylesbury: Lang.

Pires JH. (1998). Arigó: vida, mediunidade e martírio (4a. ed.). Capivari: EME. Als pdf geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/15smxVL

Rothwell PM. (2005). External validity of randomised controlled trials: “to whom do the results of this trial apply?” The Lancet, Jan 1-7;365(9453):82-93. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1c6DdFO

Smulders YM, Levi MM, Stehouwer CDA, Kramer MHH, & Thijs A. (2010). De rol van epidemiologisch onderzoek bij de individuele patiënt. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 154:A1910. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1c6CMeM

Smulders YM. (2012). Het evidencebeest. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Podium 11 januari 2012. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/11ELdJJ

Tenhaeff WHC. (1969). Magnetiseurs, somnambules en gebedsgenezers. Den Haag: Leopold.

The Telegraph. (2006). George Chapman. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/16o1AxA

Tricoci P, Allen JM, Kramer JM, Califf RM, & Smith SC Jr. (2009). Scientific evidence underlying the ACC/AHA clinical practice guidelines. JAMA – Journal of the American Medical Association, Feb 25;301(8):831-41. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/11u2hpf

Verger PF. (1957). Notes sur le culte des Orisha et Vodoun, à Bahia, la Baie de tous les Saints au Brésil, et à l’ancienne côte des Esclaves. Dakar: IFAN.

Verger PF. (1981). Orixás deuses Iorubás na África e no novo mundo. Salvador: Corrupio.

Verstraaten MJG. (2009). Holy Inspiration, Religion and Spirituality in Modern Art – The Stedelijk Museum: On the Origen of Modern Art by Means of Past Life Memories. Mediumistic Journalism. Feb 25, 2009;4:03. http://bit.ly/10FZ0oa

Verstraaten MJG. (2010). Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen: Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Utrecht / Curaçao: Destinations – Intuitive Intelligence.

Verstraaten MJG. (2011). As Borboletas não podem Tamarar e as Tâmaras não podem Borboletear: Genética de uma carreira interna e externa. Países Baixos / Curaçao: Destinations – Laboratória de Inteligência Intuitiva.

Verstraaten MJG. (2012). Painterly séances in color and the Past Lives of Camilo Villaneuva. Camilo Villaneuva / Reviews, Argentina. Dec 12, 2012. http://bit.ly/18IdxQz

Virapen J. (2009). Side Effects: Death – Confessions of a Pharma-Insider. s.l.: Mazaruni.

Weiss BL. (1993). Through Time into Healing. New York: Simon and Schuster.

Willemier Westra AD. (1987). Axê, kracht om te leven. Amsterdam: Cedla.

Woolger R. (2006). Healing your Past Lives: Exploring the Many Lives of the Soul. s.l.: Sounds True.

Zeeuw G. van der. (1979). Helder weten. Deventer: Ankh Hermes.

Zeeuw G. van der. (1980). Helderziendheid in ruimte en tijd. Deventer: Ankh Hermes.

Zeeuw G. van der. (1980). Wonderen of Wetten. Deventer: Ankh Hermes.

 

_____________________________________________________________________________________

 

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil).

Mediumistic journalist. Author

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts  & metaphysical methodology
Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Holland – Curaçao – Brazil
www.martienverstraaten.com