Martien DOS into Martien UNO

Martien Verstraaten DOSinUNO1Martien Verstraaten DOSinUNO1Martien Verstraaten DOSinUNO1  Martien Verstraaten DOS into UNO 2  Martien Verstraaten DOSinUNO1Martien Verstraaten DOSinUNO1Martien Verstraaten DOSinUNO1

 

Martien DOS in Groningen en in Lauro de Freitas, Brazilië

 

Martien DOS werd tweemaal geboren. De eerste keer in 1987 provisorisch in Salsacafé ‘Het Binnenhof’ in Groningen, en de tweede keer in 1999 in Brazilië, in Lauro de Freitas. In Het Binnenhof was de Salsacursus voor gevorderden juist afgelopen. De meesten hadden plaatsgenomen op de stoelen langs de kant, wat napratend en wachtend tot het vrije dansen kon beginnen. Interessante Antilliaanse vrouwen stroomden binnen, waarvan de meesten geen cursus meer hoefden te volgen. Sinds enige maanden ging mijn belangstelling uit naar hooggehakte chocoladebruine danseressen die steeds vaker in de rij stonden om met mij een snelle of romantische Cubaanse Salsa op de vloer te kunnen leggen.

Maar als ik na afloop van de cursus eenmaal op een stoel zat uit te rusten, zochten steeds meer vrienden en bekenden me op om vragen te stellen in de hoop dat ik er paragnostische antwoorden op zou geven. Het ritueel herhaalde zich wekelijks, en al zittende in een semi-paragnostische setting zag ik de chocoladebruine dames de dansvloer opgaan zonder dat ik er een vinger naar uit had kunnen steken. De danser in mij begreep, dat wilde ik nog aan de bak komen het zo niet verder kon. Ik besloot de danser die deel uitmaakte van de dagelijkse Martien te scheiden van de meer paranormale Martien. De namen Martien UNO en DOS bestonden nog niet, maar de scheiding tussen de beide faculteiten wel. Vanaf dat moment danste ik in het Binnenhof zonder nog stoelconsulten te hoeven geven, zoals ik (meestal) ook niet danste tijdens paragnostische consulten.

Het was in Lauro de Freitas, 1999. De avond was vol van Braziliaanse warmte en gespannen verwachting. Doutor Conrad Spainhower, een Amerikaanse vriend en chiropractor, nam me mee naar een gerenommeerde ‘Candomblé’-tempel om lijfelijk kennis te maken met de uit Afrika stammende Braziliaanse Candomblé, een nationaal gedragen bezetenheidsreligie van Yorubaanse oorsprong. Op theoretisch niveau had ik eerder al kennis genomen van de interessante structuur van de Candomblé, waar orixás, Afrikaanse geesteswezens, incorporeerden in hun mediums of in toevallige voorbijgangers die de tempel bezochten. Ik was dus gewaarschuwd. Dr. Allard D. Willemier Westra, destijds antropoloog aan de VU Amsterdam had in 1978 en 1979 in Alagoinhas, Bahia, Brazilië, veldwerk verricht naar het gebruik van symbolen in de hulpverlening in de Candomblé. Het in 1987 verschenen academische proefschrift was een eyeopener voor me geweest, en in de bekoorlijke Braziliaanse benadering van spirituele hulpverlening herkende ik voor een belangrijk deel mijn eigen methoden in consult situaties.

De jonge trommelaars sloegen met duidelijke kracht overtuigend de trance-trommels. Een Pai de Santo, de vader van de heiligen, kwam de terreiro, de tempel binnen in de rituele kleding van een aan de trommelslagen gerelateerde orixá, en was volledig in trance. Een Afro-Braziliaanse orixá had volledig bezit genomen van de animistische priester. De orixá had de persoonlijkheid van de priester – in het dagelijkse leven bankdirecteur of loodgieter – volledig verdrongen. Alsof er in een lichaam geen twee entiteiten samen konden functioneren. Nergens was voor mij nog een vleugje bewustzijn van bankdirecteur of loodgieter te bekennen. De kracht van de indalende orixá was zo groot dat bezoekers van de tempel, – soms personen die zogenaamd ‘toevallig’ en ‘even’ eens wilden komen kijken – in katzwijm vielen en door hulpbroeders werden weggedragen om na enige tijd bij te komen in een aparte daarvoor ingerichte ruimte. Bij de komst van sommige orixás zag ik slechts een enkele belangstellende van de wereld raken en op de grond in elkaar zakken. Maar bij orixá Omolu, een van de krachtigste orixás waarvan de te incorporeren persoon helemaal bedekt moest zijn met een speciale strooien mantel, vielen de bezoekers als bosjes dode vliegen op de grond. Voor me, achter me, hier eentje, daar eentje, ongelofelijk, alsof er gespoten werd met een anti-bewustzijnsmiddel waardoor het dagbewustzijn van de nog niet spiritueel bezette mens volledig werd uitgeschakeld.

Ik zal maar zeggen dat ik de verkeerde schoenen aan had waardoor ik de tempelruimte uit vluchtte, maar in werkelijkheid schrok ik me een hoedje van zoveel kracht per vierkante meter op een zomerse woensdagavond in het Braziliaanse Lauro de Freitas. Buiten kon ik mezelf amper staande houden, de kracht stroomde gewoon naar buiten door de kozijnloze, gemetselde raamopeningen, alsof ik op de spirituele tocht stond terwijl het klamme zweet me uitbrak.

Buiten ontmoette ik een jonge maar stevige negerin waarvan ik gezien had dat ze door de trance als een natte dweil door haar gespierde benen was gezakt. Ze kon goed formuleren en maakte een stabiele indruk. Ik vroeg haar naar de impact van het gebeuren, en waarom ze niet als ik de benen had genomen. Ze was 18 à 19 jaar, en had vaak last van psychische spanningen. Dergelijke personen worden vaker door een van de orixás geroepen om zich in dienst te stellen als genezend medium, wel vergelijkbaar met jonge aspirant-paranormalen in Nederland die pas goed gaan functioneren als ze leren hun energie in juiste banen te leiden. Ze vertelde dat als ze in katzwijm viel ze door de orixá werd meegenomen naar een onbekende plaats ergens buiten tijd en ruimte, en waar haar spanningen konden worden weggenomen. Eenmaal terug in haar bewustzijn voelde ze zich altijd voortreffelijk, en kon zoals ze mij vertelde,  er weer weken tegen.

In Lauro de Freitas zag ik de kracht en de mogelijkheden van het laten incorporeren van 0rixás die als spirituele deelpersoonlijkheden binnen het individu hun werk deden. Door de tijdelijke ‘spirituele bezetting’ kon simpel gezegd, de focus van hulpverlener of cliënt volledig op een enkel doel worden gericht, en bijzaken van hoofdzaken worden gescheiden.

Ook zag ik hoe orixás incorporeerden binnen personen en hun werk deden binnen de gastheer. Ik begreep dat het principe van bezetting technisch verwantschap vertoonde met het incarneren van de ziel van de entiteit binnen het lichaam van de foetus, als het foetuslichaam zich fysiek vormt naar aard en vorm van de indalende geest. Ook begreep ik dat het principe van incorporatie gelijk was aan het zich aandienen en toelaten van vorige levens die zich als deelpersoonlijkheden in het karakter kunnen vestigen, manifesteren.

Het was prachtig weer in het Braziliaanse Lauro de Freitas, maar nog belangrijker was de antropologische bevestiging dat de tandem Martien UNO en Martien DOS niet de enige in de wereld was die als een duo door het leven ging.