The Family Man

 

       

“De dingen zonder gezicht zijn onbevooroordeeld om tijdgebonden te zijn…”

 

Het lonken van mij naar de wijde wereld en andere culturen was nog lang niet uitgewoed, en had eigenlijk pas een aanvang genomen.  Het zou een leven lang blijven opspelen en als een eierwekker mij attenderen op de buitenwereld die mij riep. Desondanks trouwde ik, voor de eerste keer begin 1966, toen ik studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, België, in welke stad ik bovendien werkte als letterschilder bij een reclamebureautje.

Mijn eerste stappen op het pad van het paragnostisch invoelende en overdraagbare – het belangrijkste gereedschap voor een aankomend paragnost – was toen ik eind 1967 voor het eerst vader werd. Ik bemerkte dat ik blindelings kon invoelen wat een baby nodig had, hoe de eenmaal geboren baby zich voelde, hoe een voor de baby aangenaam levensritme te creëren, en het leren aflezen van de tijd op de innerlijke klok. Met de komst van het tweede kind werd het paranormale gevoel alleen nog maar sterker. Kinderen hebben en opvoeden was een van de mooiste en spannendste ervaringen die me ooit is overkomen. Het was een eer om kinderen te mogen opvoeden. Als een sint-bernardshond voor de deur waakte ik over hun welzijn.

In 1975 scheidde ik uit de echt, en besloot geheel op eigen initiatief als vader en moeder ineen verder te gaan met de opvoeding van mijn inmiddels zesjarige zoon en achtjarige dochter. Als ik zelf had kunnen baren had ik eigenmachtig nog een half dozijn kinderen erbij geworpen. Maar zonder eierstokken en alleen een incidenteel werkende eierwekker was dat een onbegonnen zaak.

Kinderen grootbrengen was voor mij gelijk aan het latere werk als paranormaal genezer en paragnost. Als ouder probeerde ik vanuit kennis en ervaring mijn eigen kinderen op weg te helpen. Het latere werk als paragnost was eenzelfde proces, maar met andere doelen, doelgroepen en professioneel gereedschap. Ook het vaderlijke of moederlijke kusje op de bezeerde knie of het met de hand strijken op een beurse plek van zoon of dochter is energetisch identiek aan het basisprincipe van magnetisme en paranormale genezing. In de kus en de streling van de ouder bevinden zich sinds prehistorische tijden elektromagnetische krachten. De stamleden die het prettigste konden strelen en strijken werden sjamaan, zoals de man met de vlotte babbel dorpsomroeper of nieuwslezer bij het NOS-journaal werd. Met speeksel werd de blinde ziende gemaakt, zo verhaalt ergens de bijbel, en op Bonaire blaast een sjamane nog steeds met wolken tabaksrook die niet helemaal van spuug zijn ontdaan, bestaand liefdesverdriet met succes de vergetelheid in. Door mijn dubbele ouderschap werd ik door de geestenwereld ‘opgeleid’ om paranormaal genezer en paragnost te worden. De familie was mijn opleidingsinstituut waar ik in tegenstelling tot de vroegere scholen en instituten met het grootste plezier studeerde. Vrouwen die een maatschappelijke carrière hoog boven een carrière als moeder stelden, kon ik als Martien DOS, de paragnost, wel begrijpen, maar als Martien UNO kon ik er nooit echt warm van worden.

Als eerbetoon kreeg ik van een latere partner waar ik jaren mee samenwoonde en die veel meer dan alleen een tweede moeder voor mijn kinderen was geweest, eens als geschenk een door haar geïllustreerd boekje dat de woorden ‘Mijn moeder’ in de titel had. Binnenin stond met de pen geschreven ‘Voor de beste moeder die ik ooit gekend heb’. Als man met echte kloten in zijn broek bleven blijkbaar toch enige vrouwelijke incarnaties doorsijpelen in het toenmalige heden als moeder ad interim.

Al snel bleek dat als mijn kinderen pijn hadden ik hen kon genezen. Eens behandelde ik de arm van een van mijn kinderen die tegen een gloeiend hete kachel was gevallen. Na een korte behandeling stopte de pijn onmiddellijk en geen brandwond verscheen op het tere kinderarmpje. De hik kon ik in twee minuten doen stoppen. Uit een verstopte oor sprong na behandeling spontaan het tot een gedroogde erwt ingedikte oorsmeer in een boogje de kamer in. Chronische kiespijn kon ik op commando voor drie maanden uitbannen. Een acute stijve nek waarbij de nekspieren als strakke kabels van de Golden Gate Bridge stonden aangespannen, behandelde ik in korte tijd zodanig dat de harde spierbundels gereduceerd werden tot zacht gebreide bretels.

Door het participeren in allerlei oudercommissies en werkgroepen van peuter-, kleuter- en basisonderwijs en het initiatief om zelf les te geven aan kinderen in creatief expressieve vorming, werd ik allengs verder opgeleid tot paragnostische pedagoog. De wijde wereld liep niet weg, mijn tocht door het luchtruim over de oceanen heen moest nog komen. Doordat ik de wereld op macrokosmisch niveau niet kon bereizen reisde ik schilderkunstig in de microkosmos die familie heette. Als familieman adoreerde ik de stillevens van de kubist George Braque en de stille levens op doek van Giorgione Morandi die voortborduurde op Pittura Metafisica, de stille tijdloosheid en de vrijwel gezichtsloze uitdrukking van de grote wereld in het klein.

Zonder het te weten was het familieleven met het opvoeden van kinderen de bakermat en broedmachine geweest voor de latere carrière als paragnost en paranormaal genezer.