Incarnatieprocessen en epidemieën: In het verlengde van de schroefdraad van vorige levens


Wikipedia / Nicolas.thevenin
Jaargang 12.
Column 1.53
 

 

Een ijzeren boutje leefde zijn hele leven binnenin een bijpassend moertje dat hem omhulde, zoals dat normaliter het geval is met alledaagse boutjes en moertjes. Zowel het boutje als het moertje hadden tijdens hun incarnatie in de technische wereld metrische schroefdraad die onder meer in Europa en Azië gangbaar wil zijn, waardoor ze ook goed op en in elkaar pasten.

De honderden soorten schroefdraad die op een bout en bijpassende moer kunnen worden toegepast binnen het metrisch maatsysteem (ISO) waarvan de diameter en de spoed is afgeleid van de millimeter, worden technisch uitgedrukt in diameter kerngat, het aantal gangen, de stijging en het aantal graden van de tophoek.

Om de veelheid aan mogelijkheden van een boutje die een bijpassend moertje zoekt verder in beeld te brengen kijken we voor het gemak ook nog naar het tweede grote systeem dat de wereld van moeren en boutjes kent, het Brits-Amerikaanse imperial standard system, dat weer is afgeleid van de inch. Ook binnen imperial kunnen we de weg kwijt raken in een veelheid van maten en soorten, om maar niet te spreken van linkse of rechtse schroefdraad binnen het ene of binnen het andere systeem.

Berekening van bijvoorbeeld de treksterkte van een bout {\displaystyle treksterkte=100\cdot 12=1200{\frac {N}{mm^{2}}}}{\displaystyle treksterkte=100\cdot 12=1200{\frac {N}{mm^{2}}}} of van de vloeispanning {\displaystyle 9={\frac {vloeispanning}{treksterkte}}\cdot 10}{\displaystyle 9={\frac {vloeispanning}{treksterkte}}\cdot 10}, zouden voor een buitenstaander welhaast kunnen doen denken aan vernuftige astrologische berekeningen of klassieke efemeriden die als tabellen de posities aangeven van een hemellichaam dat zich langs de hemel beweegt.

Als de structuur van een bout al vele levens van metrische aard is en rechtsdraaiend, dan kan de bout wel op zijn kop gaan staan om linksdraaiend te willen incarneren binnen een Engels imperiaal systeem, of omgekeerd als linksdraaiende bout geboren te willen worden binnen een rechtsdraaiend metrische systeem. Zijn voornemen zal tot mislukken gedoemd zijn, hij zou volledig vastlopen alvorens maar te kunnen incarneren. De technische specificaties, conform de ervaringen van de bout in een of meerdere vorige levens opgedaan, geven dus aan tot welk moertje de bout zich kan wenden om in te kunnen leven.

 

INCARNATIEPROCESSEN

De lezer zal intussen wel bevroeden waarnaar de metafoor van bout en moer moet leiden. De bout is de entiteit die wil incarneren en de moer is de materiele setting op aarde waar en bij wie deze zou kunnen incarneren, waar hij in past. Zoals de technische specificaties van bout en moer laten zien of beide onderdelen op elkaar passen, dezelfde draad hebben, zo laten de technische specificaties van de astrologische kaart, de horoscoop, zien dat de entiteit en zijn geboortemoment volledig met elkaar in tune zijn. Zowel historisch in termen van vorige levens, in termen van karma en dharma als talentenbank, en in genetische zin door de keuze voor het ouderpaar.

Genetische overdracht vindt uiteraard plaats via het genetisch materiaal van beide ouders. Echter, door de ‘keuze’ van de entiteit voor het ouderpaar, krijgt de geborene automatisch het genetisch profiel dat hem toebehoort op basis van zijn ervaringen in vorige levens. Daarom ook werden deze ouders gekozen. De bewuste of onbewuste keuze van de entiteit voor een bepaald ouderpaar, hoe aangename of onaangename gevolgen dat later ook mogen hebben, is een logisch en onontkoombaar astrologisch gevolg in lijn met zijn of haar totale ontwikkelings- en incarnatiegeschiedenis.

Meer dan eens, om niet van heel vaak te spreken, had de entiteit die geboren gaat worden al een gezamenlijk vorig leven met een of beide ouders, en meer specifiek een verband met een bepaalde aandoening of storing ingeval een geborene er aan zou lijden.

De astrologische kaart tijdens de geboorte is dan ook altijd conform het karakter en de geschiedenis van de vorige levens van de entiteit, ook als de geboorte ogenschijnlijk te vroeg, te laat, met de keizersnede of anderszins wordt opgewekt. De geboorte is altijd op het juiste moment in termen van congruentie met de aard van de incarnerende entiteit, met zijn geschiedenis en zijn toekomst.

In de ontwikkeling van ons voortschrijdend bewustzijn, misschien zouden we het onze ziel kunnen noemen, nemen we direct of indirect, alleen of in samenspraak, besluiten om vroeg of laat opnieuw te incarneren. De maat en de soort toegangsdeur voor het algemene of specifieke doel waarom of waarvoor we willen incarneren, is van belang. Voor de keuze van een leven waarbij een carrière als topsporter het hoogste goed is, bijvoorbeeld als Olympische marathonloper, moet het genetisch materiaal van ouders of voorouders voor het doorgeven van bijvoorbeeld de mate van spiervorming en longinhoud, geschikt zijn.

Ook de geografische en sociale component is van belang. Een hypothetische incarnatie binnen een nomadenstam door ziekten getroffen en een door sprinkhanen verworden droge woestenij met geen reële mogelijkheid in contact te komen met iets dat de weg kan plaveien naar Olympisch eremetaal, zou gedoemd zijn te mislukken.

De geografische plaats van ‘landing’ voor de nieuwe incarnatie kan bewust gekozen zijn, de ziel wil bijvoorbeeld open ruimte om zich heen na een leven zich opgesloten te hebben gevoeld in een Zwitsers Alpenlandschap, maar de landing kan ook een secundaire factor zijn als gevolg van andere incarnatiedoelen. Ingeval de entiteit per se de nieuwe incarnatie wil delen met een voor hem belangrijke persoon die zich in Alaska of op een atol in de Zuidzee bevindt of zal gaan bevinden, is de plaats van landing uiteraard secundair. Meer dan eens wordt de voorkeur voor een land of streek ook bepaald door de fascinatie die de ziel in een vorige incarnatie al voor die plaats had. Van levende personen die buiten vakantietijd zich jaar in jaar uit omringen met folders, video´s en boekwerken van Mexicaanse culturen of van Normandië of Bretagne in Frankrijk, mag verondersteld worden dat hij of zij deze plaatsen zeker ook zal bezoeken. We creëren onze behoeften reeds lang voordat ze werkelijkheid worden, als mens en ook als entiteit.

Entiteiten die in een technisch geavanceerde cultuur als de Atlantische 10.000 jaar geleden hoge ogen gooiden met het ontwikkelen van luchtschepen avant la lettre, incarneerden bijvoorbeeld niet in de middeleeuwen toen het karrewiel nog maar net was uitgevonden. De Elon Musks van deze tijd hadden wat technische hoogstandjes betreft er niets te zoeken en moesten wachten totdat de Duits-Amerikaanse NASA-ingenieur Wernher von Braun met het Apolloprogramma de spits afbeet en de tijd rijp werd voor ruimtereizen en voor mannen die dat verder zouden ontwikkelen.

Dat Von Braun en Musk wellicht ook in de middeleeuwen een incarnatie kunnen hebben gehad is voor te stellen, maar dan met andere incarnatiedoelen dan waarmee ze de 20e en 21e eeuw binnenstapten.

 

INCARNERENDE PANDEMIEËN EN EPIDEMIEËN

“Op de windingen van de schroefdraad rolt het eeuwige leven voort, van mensen, dieren en dingen”

Zoals een mens een bestemming heeft, heeft ook een dier, een plant en een ding een bestemming of op zijn minst een verleden.

Met de levensschroefdraad van mensen zijn de meesten bekend, begin en einde van het leven, het leven er tussenin en vorige levens die voorafgingen aan de huidige incarnatie. De astrologie kan zoals we weten met de horoscoop als een soort handleiding de individuele mens of een groep mensen, een land of volk, psychologisch en karakterologisch in beeld brengen. Van een dier, ook een levend wezen, kan een astrologische analyse gemaakt worden, en kunnen ook vorige levens in kaart worden gebracht, zeker als deze de evolutionaire voorlopers zijn van opvolgende menselijke incarnaties. Een steen, of een grote steen als berg of bergketen wordt abusievelijk, zeker in de Westerse wereld, als hartstikke dood beschouwd, terwijl deze toch een levend atomair stelsel in zich draagt met verleden en toekomst door chemische processen die erop van invloed waren of nog zullen zijn.

In het hoofdstuk over het vorige leven van Ayrton Senna als Tibetaanse monnik in mijn boek Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen spreekt de monnik, de eerdere incarnatie van Senna, met de blauwe bergen die deel uitmaken van een serie bergketens die als natuurwezens werden beschouwd. De culturele antropologie brengt een lawine aan heilige bergen met een hoge spirituele waarde onder de aandacht, historisch van de vroegste geschiedenis tot in onze tijd en geografisch van de vier heilige boeddhistische bergen in China, tot aan de Mount Agung in Bali of de bergketen van Stora Sjöfallet National Park in Zweden.

Het toeval wil dat tijdens de publicatie van dit artikel de Kueka-steen die door een kunstproject zich in het Berlijnse Tiergarten-park bevond na 22 jaar door Duitsland werd teruggegeven aan Venezuela. De heilige Kueka-steen een roodbruin gevaarte van 35.000 kilo en cultureel eigendom van het indiaanse Pemon-volk is een mythologische begrip en staat voor Verboden Liefde (NOS.nl).

Kueka een jonge Pemon ging op zoek naar de mooiste vrouw binnen de gemeenschap van de Macuchies. Makunaima, de jaloerse Pemon-god, vond dat Pemons met Pemons moesten trouwen en Macuchies met Macuchies. Door de toorn van Makunaima veranderden de beide geliefden in een eeuwig stenen omhelzing. Tegenwoordig is de steen de grootmoeder en grootvader van de Pemon. Dat de heilige steen naast een toekomst een verleden en een ver verleden heeft, geologisch, cultureel en tot in de hoogste diplomatieke regionen, mag duidelijk zijn.

Ook rivieren kunnen heilig zijn, alhoewel de Ganges milieutechnisch wel een frisse opknapbeurt kan gebruiken om zich van heilige uitwerpselen te kunnen ontdoen. Ook binnen de animistische religie als de Braziliaanse Candomblé die het Afrikaanse Nigeria als moederland heeft, worden rivieren vereerd en als zelfstandige entiteiten bezien. Een van de orixá´s van het pantheon, orixá Oxum, een natuurwezen van oorsprong, is ontstaan uit de Nigeriaanse rivier Oshun die als een zelfstandige entiteit werd ervaren.

Alles heeft dus een ziel, of anders gezegd, alles is bezield, een atoom, molecuul, organisme, cel, of… een parasitair virus. Bezieling kan leiden tot de productie van zoete vruchten of tot dodelijk verderf door kernrampen of epidemieën.

In tegenstelling tot individuele horoscopen kan op gebeurtenissen als kernrampen, oorlogen of epidemieën, maar ook op de geschiedenis van landen en volkeren, zowel politiek, economisch of ecologisch, mundane astrologie (Doolaard 1986) worden toegepast, in de oudheid een van de eerste toepassingen van astrologie.

Een arts zonder kennis van astrologie heeft niet het recht zichzelf arts te noemen.
Hippocrates (460-377 v.Chr.)

Mundane astrologie waaruit de individuele astrologie is ontstaan, beschouwd een ramp of een overstroming van bijvoorbeeld de Nijl als ware het een ding of een wezen, weliswaar nog net geen menselijk wezen, alhoewel in de oudheid ramp of voorspoed wel als een goddelijk ding werd beschouwd. De zeven vette en zeven magere jaren in Egypte vullen nog altijd Bijbelse boekwerken.

Als een overstroming, een sprinkhaanplaag of een epidemie naar oudtestamentisch gebruik een ding of wezen kan zijn zoals ook een mens dat is, dan heeft een ding, een berg, een overstroming of een epidemie, ook een voorgeschiedenis. Of in reïncarnatieve termen, een vorig leven, maar een toekomstig leven in ieder geval. Het virus sterft namelijk uit, de laatste resten worden opgeslagen in een obscuur Russisch laboratorium als Vector in Novosibirsk, of muteert tot een nieuw virus dat nog harder kan toeslaan. Er is bij een epidemie dus sprake van vorig leven, leven en toekomstig leven.

De vraag is, welke ons bekende epidemieën hadden een vorig leven, waren een opvolgende incarnatie van een eerdere epidemie of pandemie die de wereldbevolking trof, of waren het vorige leven van covid-19.

Om die vraag goed te beantwoorden alvorens te overwegen om via een soort regressie van het type channeling met de kosmos ‘het vorige leven van een epidemie of pandemie’ bloot te leggen, loont het de moeite een blik te werpen op enkele belangrijke astrologische cycli. Voor een chronologische geschiedschrijving van epidemieën zijn van belang de cycli van Uranus, Neptunus en Pluto, de langzaam lopende collectieve planeten die ook wel transsaturnale of mysterieplaneten worden genoemd en welke relatief recentelijk pas werden ontdekt, 1781, 1846 en 1930. Daarbij gevoegd de cycli van de sneller lopende antieke planeten Jupiter en Saturnus, die naast meer persoonlijke ook maatschappelijke ontwikkelingen aangeven en die sinds de oudheid al konden worden waargenomen en beschouwd werden als de wil van de goden.

Het individuele leven is cyclisch evenals de geschiedenis. De Eerste Wereldoorlog was historisch en incarnatief het vorige leven van de Tweede Wereldoorlog. Immers, in de Duitse beleving werd het Verdrag van Versailles wegens de hoogte van de herstelbetalingen aan de landen van de Entente als het Dictaat van Versailles ervaren. De messen zouden weldra worden geslepen.

 

ASTROLOGISCHE CYCLI, INGAANDE EN UITGAANDE ASPECTEN

Het opkomen van epidemieën en pandemieën worden net als oorlogen en andere rampen gelinkt aan en geduid door astrologisch cyclische bewegingen.

De conjuncties van Uranus met Pluto en Neptunus bijvoorbeeld waren indicatoren dat de wereld vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw van aanzien zou veranderen: informatietechnologie, een ontwikkeling die zijn weerga in de geschiedenis niet kende sinds de loden letters voor de boekdrukkunst van Johannes Gutenberg. Uranus houdt van revolutie, verandering voor een meer rechtvaardigere sociale orde als tijdens de Franse revolutie, op de barricaden voor een nieuwe tijd, Pluto is als brandstof voor transformatie en Neptunus doet grenzen vervagen. Daarmee deden studenten hun voordeel.

Studentenprotesten dus, gepaard aan onlusten all over the world welke door de conjuncties werden aangeduid, om niet van voorspellen te spreken. In Parijs leidde David Cohn-Bendit de Parijse studentenopstand van mei 1968 en Amsterdam volgde in 1969 met de Maagdenhuisbezetting voor inspraak in het universiteitsbestuur. Studenten namen voor het eerst deel, zo weet ik uit eigen ervaring als docent Lerarenopleiding, aan commissies voor leerplanontwikkeling en voor het benoemen van docenten.

Echter, het moet opnieuw gezegd worden dat naar mijn volledig onbescheiden mening niet de hemellichamen de geschiedenis bepalen, maar slechts indicatoren zijn in welke richting het leven zich voortbeweegt en kan kristalliseren.

Het woord appel is niet de appel maar duidt slecht de vrucht aan die we appel zijn gaan noemen, en de vinger die naar de Maan wijst is niet de Maan.

Dit gezegd hebbende, ben ik met Edgar Cayce dan ook van mening dat de vrije wil de grootste kracht is die de mens in zich draagt. Een gave die de mens door een interne, externe of goddeloze god aangereikt heeft gekregen, en waar alle astrologische duidingen per definitie ondergeschikt aan zijn. Dat we als medium of astroloog soms kunnen zien dat een gebeurtenis zich zal voltrekken komt niet omdat de toekomst vaststaat maar omdat vanuit een hoger gelegen perspectivisch standpunt kan worden gezien hoe de toekomst zich zal ontrollen zonder dat de vrije wil in het geding komt.

De ouder die een addictie voor zoetigheid van zijn zoon of dochter kent kan met zekerheid voorspellen of er een greep uit de koekjestrommel zal worden gedaan als die dagenlang open staat. De ouder weet als ware hij een beroepsmedium dat ondanks de vrije wil van het kind een lege bodem honderd procent zeker de toekomst van de koekjestrommel zal zijn. Vrije wil en toekomstbepaling staan in dit geval broederlijk naast elkaar zonder elkaar hoeven uit te sluiten.

De cycli van Jupiter en Saturnus en meer specifiek de cycli van de voor het oog onzichtbare collectieve planeten Uranus, Neptunes en Pluto zijn voor het duiden van de wereldgeschiedenis als ouders die zich op een hoger gelegen platform bevinden om een glimp van toekomstige ontwikkelingen waar te nemen en door te geven.

Zoals alle cycli kennen ook de cycli van Pluto en Neptunes harmonieuze en harde aspecten. Alle aspecten kunnen ingaand of uitgaand zijn, welk systeem in Nederland begin vorige eeuw door de baanbrekende astroloog Th.J.J. Ram werd geïntroduceerd in Psychologische Astrologie (Ram 1949). De harmonieuze aspecten, driehoek en sextiel, ‘geven’ voorspoed: culturele bloei, renaissance, verlichting, beschaving. De harde aspecten, conjunctie, vierkant en oppositie, ‘geven’ bij deze cycli meer dan eens dood en verderf: oorlogen, economische neergang of pandemieën.

De Grote Pest, Zwarte Dood of builenpest zoals het nu genoemd wordt is de pandemie die tussen 1346 en 1351 tijdens de rampzalige 14e eeuw in Europa heerste. De astrologische indicator was een vierkantaspect tussen Pluto en Neptunus op 2º en 3º Gemini dat in 1398-1399 vol werd. Ook de eerdere conjunctie in 1347 van Jupiter met Pluto op 13º Aries was een belangrijke indicator voor de Zwarte Dood.

Naast de builenpest worden ook pandemieën en epidemieën als de pokken, Spaanse griep, cholera, malaria, tyfus en gele koorts astrologisch gelabeld. Geen pandemie of oorlog of hij ziet het duistere daglicht tijdens een astrologische aspect binnen een cycli van collectieve planeten, wel of niet in combinatie met Jupiter of Saturnus, en vrijwel altijd als een hard ingaand aspect. Een ingaande aspect kan worden vergeleken met de tijd voordat een huwelijk of andere verbintenis op de klippen loopt, een spanningsaspect, het uitgaande aspect nadat de verbintenis al uit elkaar is gespat, met dit verschil dat het uitgaande aspect al op weg is naar een in de toekomst gelegen harmonieus aspect, sextiel (60º) of driehoek (120º).

Pandemieën en epidemieën hebben, zoals ik in het begin van dit hoofdstuk al stelde, een verleden, heden en toekomst zoals een mens, plant, dier of ding. Alle zeven in willekeurige volgorde genoemde pandemieën wijken niet af van deze aanname. Belangrijk om te onderzoeken is of metaforisch gezien er vorige levens bestaan of hebben bestaan tussen een of meerdere pandemieën onderling, anders gezegd, of de ene pandemie een incarnatie is van een andere, van een vorige pandemie. En zo ja, waarom of waardoor.

 

CHANNELING DE KOSMOS

Virussen, groothandelaren in epidemieën en pandemieën, hebben een functie of menen die in ieder geval te hebben. Virussen incorporeren naast kommer en kwel onder meer gezondheid bevorderende bacteriën in ons lichaam, maar er is meer, zoals ecologisch opschonen. Aquatische virussen bijvoorbeeld, schonen het oppervlaktewater op doordat een teveel aan algen of bacteriën wordt gereduceerd door het infecteren van eencelligen: een ecologisch effect.

Als vroegere eigenaar van een weelderige moestuin in de Betuwe wist ik dat het aanleggen van een monocultuur, rijen wortelen of tuinbonen, tot problemen kon leiden. Monsanto en het giftige Glyfosaat onder de merknaam Roundup kenden we nog niet en wilde we ook niet kennen om de gevolgen van een verstoord natuurlijk evenwicht een halt toe te kunnen roepen. Om ongedierte tegen te gaan werden om en om rijen wortelen en uien gepoot, en het bladluis op de tuinboonplanten werd bespoten met zelf gebrouwen gier van brandnetel, groene zeep, spiritus en de tot sap gemaakte inhoud van een asbak vol peuken van Van Nelle-shaggies.

Dat bacteriën en virussen kunnen huishouden en grote delen van de wereldbevolking kunnen uitroeien weten we. De pestbacterie yersinia pestis stond 75 a 100 miljoen mensen naar het leven, terwijl de Spaanse griep die als het coronavirus het ook op het ademhalingssysteem had gemunt werd aangestuurd door het griepvirus influenza A dat een geschatte 20 tot 100 miljoen levens eiste.

Wat bezielde de bacterie yersinia pestis en het influenza A-virus? Had de bacterie en het virus een vorm van bewustzijn, een primitief maar feilloos werkend instinct wellicht, een microscopisch kleine motor die als drive deel uitmaakte van een ecologisch systeem toen antibiotica en vaccins nog niet bestonden? Zonder Charles Darwin voor het evolutionaire hoofd te willen stoten moet mij wel van het hart dat korstmossen sinds het eerste oer-mosje lijken te weten op welke vermolmde boomstronken ze het beste kunnen gedijen. Ook de Chinese Wuhan-virussen weten waar Abraham de mosterd haalt en vermenigvuldigen zich als de konijnen, vooral bij ouderen en bij degenen die een surplus aan welvaartsvet onder de leden hebben.

Natuurlijk is natuurlijke selectie een bewezen feit, wetenschappelijk volkomen juist. Echter, in het huidig tijdperk is wetenschap onder de ons-kent-ons-discipelen van multinationals meer dan eens verworden tot wat Kees Beekmans zou noemen, de Grote Legitimator.

‘Structuur is tot god verheven (…) want dat is echte wetenschap (…) in een tijdperk dat wetenschap de Grote Legitimator begon te worden’, schreef de op Aruba woonachtige leraar Nederlands Kees Beekmans op 2 mei 2016 in de Volkskrant.

Hoe meer methodologische bias en ‘belangen-gerelateerde’/psychologische bias een studie bevat hoe harder de multinationale geldbuidel zal rinkelen. Reden waarom een klassieke wetenschap als astrologie als onwetenschappelijk wil worden afgedaan. Ook eeuwenoude kennis over reïncarnatieprocessen, door bekwame psychiaters en hypnotherapeuten toegepast binnen hedendaagse reïncarnatietherapie, krijgt (gelukkig) niet het keurmerk van de vermeende wetenschappers. ‘

Als astrologie en reïncarnatie al zoveel weerstand oproepen dan doet parapsychologie waaronder paranormale fenomenen vallen zoals mediamieke informatieopbouw en de paragnosie, dat zeker. Dat Donald Trump tot president zou worden gekozen kon door geen enkele sociale wetenschapper of internationale politicoloog vooraf worden geduid, geen wetenschappelijke model, structuur of statistiek gaf het aan. Het was het paranormaal medium en zijn overleden raadgevers, ondergetekende, die maanden vooraf tegen de kennis van de Grote Legitimator in Trump reeds in de column De Voorspellers betitelde als de toekomstige ‘overwinnaar’.

Ook over de levenswandel van virussen, hun verleden, heden en toekomst, en die zich tot een pandemie kunnen ontwikkelen, hebben we duidelijk een andere mening dan wat de Grote Legitimator voor wetenschappelijk zou houden. Hoog tijd te proberen virussen een regressie naar vorige levens te laten maken.

Zowel virussen als bacteriën, die wel of niet een pandemie konden veroorzaken, wellicht ontstaan uit parasiterende cellen die qua overlevingsstructuur degenereerden, begonnen vanaf de oertijd aeonen geleden voordat Charles Darwin in de stof incarneerde, een evolutionaire reis. Met duizelingwekkende snelheid en met duizelingwekkende aantallen tegelijk stroomden deze de wereld in, zoals binnen en buiten het gebied van de oudtestamentische Eufraat en Tigris of tot aan en voorbij de delta van de Amazone stroomopwaarts het binnenland in wat nu hedendaags Brazilië heet.

Geen land, streek of werelddeel werd overgeslagen, geen culturele tijdsperiode in de wereldgeschiedenis werd ongemoeid gelaten. Zelfs Hollandse kaas uit het vuisje, lactobacillus helveticus, en een stokbroodje camembert, penicillium camenberti, weliswaar een schimmel, ontkwamen er niet aan, terwijl mogelijk ook een deel van de verf voor Het Lam Gods van Hubert en Jan van Eyck uit caseïnetempera bestond, lactobacillus casei.

Zoals de eerste vorige levens van mensachtigen nog weinig individueel van aard waren, maar collectief, het leven van Peter Homo Sapiens en Maria Homo Sapiens verschilden nog niet veel van elkaar, zo moet het ook even geduurd hebben voordat de vorige levens van virussen en bacteriën steeds meer van elkaar verschilden. Voor ontwikkeling is een voedingsbodem nodig, champignons gedijen op een specifieke ondergrond, en om een pandemie te kunnen aanzwengelen is op zijn minst een gebrek aan biologische kennis nodig en een aanbidding van middeleeuws kerkelijk en wereldlijk gezag: het ontbreken van voortschrijdend inzicht.

Blijkbaar hadden verschillende afgesplitste groepen virussen en bacteriën snel in de gaten waar zich een voedingsbodem bevond om furore te maken, om hun meer specifieke werk te doen, het uitschakelen van miljoenen wezens van de menselijke soort. Op basis van Darwin zouden we deze uitschakeling slechts behoren te zien als natuurlijke selectie (Darwin 1997). Er zit echter een maar aan dit gegeven, zo moet ik als medium vaststellen. Leven heeft naast een biologische component een spiritueel-culturele component, welke laatste in volgorde van evolutie, de eerste en belangrijkste is: de geest is de bouwheer. Zonder echter op enige manier in de voetsporen van creationisme te willen lopen.

Door virussen en bacteriën werden niet alleen mensen fysiek uitgeschakeld, maar ook de ideeën en opvattingen van degenen die hun eeuwen hadden geleid, van Chinese keizer tot farao en kerkvorst. Voor een belangrijk deel is de wereldgeschiedenis ontstaan door epidemieën. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de astrologische significatoren van epidemieën en pandemieën tevens de maatschappelijke en culturele veranderingen aangeven waarnaar de geschiedenis zich zou gaan bewegen. In Epidemics and Society: From the Black Death to the Present (Snowden 2019) laat emeritus hoogleraar medische geschiedenis Frank Snowden zien hoe epidemieën een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis zoals we die nu kennen, en menselijke relaties, cultuur, politiek en zelfs oorlogen hebben beïnvloed.

Een van de eerste, in ieder geval gedocumenteerde epidemieën, vond plaats rond 1400 v.Chr. in Egypte en Voor-Azië, respectievelijk ten tijde van farao Amenhotep III en koning Mursili II. Met een historisch sprongetje in de tijd belanden we gedocumenteerd in Athene, 430 v.Chr. voor een pandemie waarbij de belangrijke staatsman en generaal Pericles het leven liet. Rome 165 n.Chr. onder Marcus Aurelius zou enkele eeuwen later volgen. Virussen en dodelijke bacteriën bleken zich dus ontwikkeld te hebben en gespecialiseerd om doelgroepen met een specifieke voedingsbodem met een besmettelijke ziekte te treffen. Besmettelijkheid paste in het plaatje, een handelsmerk van de parasieten, hoe kan je immers grote groepen levende wezens uitroeien zonder de factor besmettelijkheid, automatisering.

Ook al kan een virus als voormalige afgescheiden en degenereerde cel zich zonder gastheer niet vermenigvuldigen, niet voortplanten, is deze in metafysisch zin een volwaardige entiteit, en metaforisch gesproken met een eigen wils- en functiepatroon. Ten aanzien van het hebben van identiteit en functionaliteit van afwijkende levensvormen dient zich de vergelijking aan toen zielen meer dan 10.000 jaar geleden op aarde incarneerden in androgyne wezens die stoffelijk het resultaat waren van kruisingen tussen een primitieve soort mens- en diervorm, zoals door Edgar Cayce in readings vaker werd vermeld.

De virus-entiteit, heer of mevrouw virus, en meer specifiek heerschap coronavirus, is een entiteit die geëvolueerd is uit andere tijden, zich al bewoog voor, tijdens of na pandemieën die de wereld teisterden.

 

HET EERSTE ‘VORIGE LEVEN’ VAN EEN PANDEMIE, HET VORIGE LEVEN VAN HET CORONAVIRUS

In een reïncarnatief beeld zie ik een school van myriade aantallen virussen als scholen vissen of zwermen vogels die de wereld golfsgewijs bereizen en in de loop van tijd zich qua biologische functie differentiëren van de soort om neer te strijken in gebieden waarvoor ze, de ontwikkeling van de aarde indachtig, werden ‘uitverkoren’. Uitverkoren als gevolg van Darwins ontdekt mechanisme van natuurlijke selectie, als gevolg van mechanismen voortvloeiend uit een pantheïstisch wereldbeeld, of als gevolg van een beide elkaar ondersteunend model.

Opmerkelijk in mijn extrasensorische waarneming was en is dat het leek alsof bij de virussen ik een soort levensvreugde meende op te merken, een beroepseer om het werk zo goed mogelijk uit te voeren, zoals getrouwe arbeiders die fluitend naar hun werk gaan om jaar in jaar uit aan piramide of kathedraal te bouwen. Opmerkelijk is tevens dat het leek alsof de virussen gestuurd werden, door hun baas, alsof ze in opdracht van een iets of iemand hun werk met verve uitvoerden. We zullen de Joods-Christelijke of andere godheid er maar niet bijhalen, maar de virussen waren gepassioneerd en gestructureerd als horden mieren of bijenkolonies die exact weten wat ze moeten doen en exact weten wat te doen ingeval hun levenswerk gestoord zou worden door mensen of andere diersoorten.

Het woord vlijtig was ook bij de eerste virussen van toepassing, echt werkvolk die virussen, maar gestuurd van hoger hand, van de goddelijke of ongoddelijke natuur.

De eerste levensvormen die door de vroegste voorlopers van het huidige coronavirus werden besmet waren een serie vissoorten die door ziekten aan hun ademhalingssysteem bestemd voor de zuurstofvoorziening bij miljoenen dood gingen en als soort uitstierven.

Wellicht moet onder meer gedacht worden aan soorten als de sinds het Trias wijdverbreide prehistorische longvis die naast kieuwen ook longen bezat waarmee zuurstof door ademhaling kon worden opgenomen, en die tijdens de uitstervingsgolf aan het begin van het Perm zo´n 290 miljoen jaar geleden, op een enkele ondersoort na zoals de Zuid-Amerikaanse Lepidosiren Dissimilis Castelnau/Lepidosiren paradoxa (Laporte de Castelnau 1850), verdween.

Het coronavirus deed in vorige levens als ploertendoder van bepaalde vissoorten blijkbaar veel ervaring op. Ten slotte moest het virus miljoenen jaren later klaar zijn om na veel oefenen met virusvarianten van de vogelpest zo mogelijk een deel van de wereldbevolking, te beginnen in het Chinese Wuhan, uit te roeien door collectief een aanval op ademhalingsorganen te lanceren. Vroeg geleerd is oud gedaan. De evolutionaire ontwikkeling van vissen naar amfibieën, vliegende vissen en vogels is mogelijk na de virale aanval op de zuurstofvoorziening van prehistorische vissoorten daardoor mede bespoedigd. Voor bepaalde soorten werd het gevaarlijk of onmogelijk om nog als vis geboren te worden: natuurlijke selectie.

De in de oertijd van de zwerm afgesplitste groep virussen die ik waarnam, hadden allen links of rechtsom de verstoring van ademhalingssystemen tot missiestatement. In de meer recente geschiedenis waren dat ziektes als de vogelpest waarvan het virus familie is van het influenzavirus dat tijdens de Spaanse, Mexicaanse, Aziatische en Hongkong griep honderden miljoenen slachtoffers telden.

Wat begon met de eerste incarnatie van het longvirus, zijn eerste vorige leven, miljoenen jaren geleden waarbij de kieuwen van de vissen bij de strot werden gegrepen, heeft nu zijn follow-up gekregen in een nieuwe incarnatie die coronavirus heet.

Bijzonder in mijn waarneming is ook de manier waarop longvirussen, degenen die uitverkoren waren om bepaalde diersoorten met longfuncties adequaat te kunnen detecteren, te werk gingen, in ieder geval in de vroegste geschiedenis. De longvirussen uit de prehistorie waren als soort, geslacht of onderfamilie gerekruteerd om aan het begin van het Perm bepaalde diersoorten zoals de longvissen uit te schakelen. De wijze waarop is biologisch fascinerend, vanuit paranormaal standpunt bezien zelfs indrukwekkend. Een virus wordt vrijwel door geen wetenschapper tot een levend wezen gerekend. Des te opmerkelijk is mijn waarneming dat prehistorische virussen zich reeds van een opsporingsmechanisme bedienden, een bewegwijzering, vóórdat ze de cel van een levend organisme binnendrongen, dus al zelfstandig functioneerden zonder de hulp van de gastheer.

We kennen het verschil tussen sensorische en extrasensorische waarneming. Het eerst systeem valt onder de biologie, het tweede onder de parapsychologische. De scheidslijn tussen beide systemen is niet altijd even scherp. Ingeval een hond die is opgeleid om met succes specifieke ziekten te kunnen ruiken de gedaante van een mens zou hebben, dan zou zijn gave zeker als paranormaal worden gekwalificeerd. Het omgekeerde is ook van toepassing, als een paragnost een ernstige ziekte bij zijn cliënt ruikt, en hij zou de gedaante van een hond hebben, zou zijn gave zeker als biologisch worden gekwalificeerd.

De vraag is dan ook of de detectiemethode van longvirussen van 290 miljoen jaar geleden om longvissen op te sporen en uit te schakelen gerangschikt zouden moeten worden onder een biologische of parapsychologische (lees: paranormale) noemer. Misschien wel onder beiden, omdat het waarnemingssysteem van paragnosten zich ook karakteriseert door een symbiose van beide faculteiten.

Voordat ik verder ga, geef ik een overzicht van enkele belangrijke vormen van buitenzintuiglijke waarneming. Daarbij onderscheiden we: helderzien (clairvoyance), helderweten (claircognizance), heldervoelen (clairsentience), helderhoren (clairaudience), helderruiken (clairalience) en helderproeven (clairgustance).

De geur van een zieke patiënt of cliënt wordt bij de paragnost of medium ingeval van “weten”, sectie helderweten (claircognizance), via een elektromagnetisch systeem naar zijn geurreceptoren geleid, of ingeval van “zien”, sectie helderzien (clairvoyance), als geurbeeld elektromagnetisch geprojecteerd op zijn innerlijk beeldscherm. In het tweede geval wordt de geur niet geroken maar “gezien”.

Welnu, de eerste longvirussen deden niet anders, en de huidige coronavirussen zijn er wellicht aan gelijk. De prehistorische longvirussen beschikten over een detectiemethode (elektroreceptie) waarmee specifieke elektrische frequenties, uiterst minieme trillingen van hun slachtoffers’, de prehistorische longvissen die blijkbaar uitgeroeid moesten worden, konden worden opgevangen. Deze elektroreceptie wordt ook gebruikt door hommels die de aanwezigheid en het patroon van een statische lading op bloemen kunnen detecteren (Clarke 2013). Door de evolutionaire ontwikkeling van het longvirus, had deze blijkbaar kennis verworven voor de noodzakelijk uit te roeien vissoorten zoals vrijwel alle longvissen. De ontvangen elektrische signaaltjes wezen de virussen de weg. Een detectiemethode die wellicht verder moet worden bestudeerd.

Dieren kunnen de naderende dood of terminale ziekten ruiken. De vraag dient zich aan of die kennis direct door het reukorgaan wordt geregistreerd of indirect door elektromagnetische trillingen die uiteindelijk de geurreceptoren bedienen. Het lichaam is naast een van de meest geavanceerde apotheken ook een geweldige elektromagnetische fabriek.

Bepaalde frequenties van vissen en andere levende wezens zoals de mens zijn meer dan eens oorzaak voor het aantrekken van bepaalde ziekten of storingen. Een leven lang als paranormaal genezer heeft me dat laten zien. Elk mens heeft een vorm van vatbaarheid voor bepaalde aandoeningen of storingen, fysiek, mentaal, materieel, economisch, zelfs sociaal. Vrijwel altijd is dat terug te voeren tot ‘besmettelijkheid’ voor genoemde aandachtsgebieden die hun oorsprong hebben in ervaringen in vorige levens. De elektromagnetisch frequentie op een bepaald gebied is ingeboren als gevolg van dat vorige leven, een hond ruikt het, een toekomstige geliefde voelt het, een inbreker weet het, en ook een virus heeft er kennis van.

De mate van vatbaarheid voor bacteriën en virussen, coronavirussen incluis, is niet voor elk mens gelijk. Menige missionaris of arts in Afrika, Albert Schweitzer in Lambaréné was er een voorbeeld van, kon jarenlang onbevangen van de ene melaatse naar de andere banjeren zonder dat hij door een van de varianten van de Lepra-bacterie werd besmet. De ene arts of patiënt voorzien van dubbele beschermende kleding en driedubbel mondkapje kan toch besmet raken terwijl een nonchalante arts of burger in jaren niet besmet raakt.

Het zijn niet alleen biologische factoren, zo weet ik als paragnostisch medium en reïncarnatietherapeut, die een besmetting veroorzaken. Een kijkje in de doopceel van de vorige levens van een patiënt kan al veel informatie opleveren.

Desondanks behoort iedereen zoveel als hij kan zijn best te doen de kans op besmettingen te vermijden, voor hemzelf, voor anderen, voor dit leven en voor toekomstige incarnaties.

Mijn zeer gewaardeerde Spaanse huisarts en mentor, kennis nemende van dit artikel, vroeg me te overwegen om ook een artikel te schrijven over de toekomst van het coronavirus. Dit met het idee dat de uitkomsten wellicht ten dienste zouden kunnen zijn voor de zieken die er nu aan lijden.

De suggestie neem ik zeer ter harte.

 

 

NOTEN EN AANBEVOLEN LITERATUUR

Arroyo S. (2015). Astrology, Karma & Transformation: The Inner Dimensions of the Birth Chart (2nd Revised edition). Sebastopol CA: CRCS Publications.

Cándra CM. (1999). Tolk van de Transformatie (dialogen met de geest van Ayrton Senna). Correio da Bahia. Salvador da Bahia, Brasil https://bit.ly/2GKrzHK.

Cayce HL. (1998). No Death: God´s Other Door. Virginia Beach: A.R.E.

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Clark DP. (2010). Germs, genes & civilization: how epidemics shaped who we are today. Upper Saddle River, NJ (US): FT Press.

Clarke D, Whitney, H, Sutton, G, Robert, D. (2013). “Detection and Learning of Floral Electric Fields by Bumblebees”. Science. doi:10.1126/science.1230883.

Dam H ten. (2003). Exploring Reincarnation: The classical guide to the evidence of past-life experiences. London: Rider.

Darwin C. (1997). Origen of species. Hertfordshire (UK): Wordsworth.

Doolaard RD. (1986). Golven. Planetaire invloeden op de beschaving (600 vC-2000 AD). Deventer: Ankh Hermes.

Emerman M, Malik HS, Virgin SW. “Paleovirology—modern consequences of ancient viruses”. PLoS Biology. 8 (2): e1000301. doi:10.1371/journal.pbio.1000301. PMC 2817711. PMID 20161719.

Fiore E. (1978). You have Been Here Before. New York: Ballantine.

Freud S. (1921). Group Psychology and the Analysis of the Ego. (Strachey J., Vert. 1923 / 1959). New York: W. W. Norton & Company.

Grant J. (1937). Winged Pharaoh. London: A Barker.

Guirdham A. (1970). The Cathars and Reincarnation. London: Neville Spearman.

Haeckel EH, Lankester ER, Ray E, Schmitz, LD. (1892). The History of Creation, or, the Development of the Earth and Its Inhabitants by the Action of Natural Causes. New York: D. Appleton.

Kelsey D, Grant J. (1967). Many Lifetimes. London: Corgi.

Kelsey D. (2007). Now and Then: Reincarnation, Psychiatry and Daily Life. Folkestone, UK: Trencavel.

Laporte de Castelnau F. (1850). Expédition dans les parties centrales de l’Amérique du Sud, de Rio de Janeiro à Lima et de Lima au Para, exécutée par ordre du gouvernement français pendant les années 1843 à 1847. (Betreffende Zuis-Amerikaanse longvissen: Lepidosiren Dissimilis Castelnau). Paris: B. Bertrand.

Lucas WB. (1993). Regression Therapy. A Handbook for Professionals (2 volumes). Crest Park, CA: Deep Forest Press.

Netherton M, Shiffrin N. (1978). Past Lives Therapy. New York: Morrow.

Palmer, Douglas, ed. (1999). The Simon & Schuster Encyclopedia of Dinosaurs & Prehistoric Creatures. Great Britain: Marshall

Ram TJJ. (1949). Psychologische astrologie. Amsterdam: Becht.

Schultze, HP, Chorn, J. (1997). The Permo-Carboniferous genus Sagenodus and the beginning of modern lungfish. Contributions to Zoology.

Snowden FM. (2019). Epidemics and Society: From the Black Death to the Present. London: Yale University Press

Stevenson I. (1980). Twenty Cases Suggestive of Reincarnation. Virginia VA: University of Virginia.

Stevenson I. (1997). Where Reincarnation and Biology Intersect. Westport, CT: Praeger.

Verstraaten MJG. (2010). Ayrton Senna: Mijn vorige leven als Tibetaanse monnik (hoofdstuk 4, in): Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen. Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Nederland / Curaçao, Nederlandse Antillen: Destinations NV – Intuïtieve Intelligentie. ISBN 978-90-812836-5-6. https://bit.ly/2GhkS1j

Verstraaten MJG. (2016). Lola Flores: Mijn vorige leven als Franse balletmeester. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2017, via http://bit.ly/2hGZXrB.

Verstraaten MJG. (2017). Isabel la Católica: Mijn vorige leven als promiscue non. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 december 2017, via https://bit.ly/2MkNxYg.

Verstraaten MJG. (2018). Antoni Gaudí: Mijn vorige leven als straatjongen in Istanboel die aan hallucinaties leed. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2018, via https://bit.ly/2Z9qQMU.

Verstraaten MJG. (2019). Tomas de Torquemada: Mijn vorige leven in Belgrado als zoon van een brute moeder. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 2 juli 2019, via https://bit.ly/2H8j0IT.

Villarreal LP. (2005). Viruses and the Evolution of Life. Sterling, VA (USA): ASM Press.

Wambach H. (1979). Reliving Past Lives: The evidence under hypnosis. New York: Bantam.

Wambach H. (1979). Life before Life. New York: Bantam.

Weiss BL. (1988). Many Lives, Many Masters. New York: Simon Schuster.

Witzany G. (2012). Viruses: Essential Agents of Life. Dordrecht (Netherlands): Springer

Woolger RJ. (1988). Other Lives, Other Selfs: A Jungian psychotherapist discovers past lives. New York: Bantam Books.

 

 

Update 29-05-2010

__________________________________________________________________________________

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil, Spain).

Mediumistic journalist. Author.

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts & metaphysical methodology
NHL University of Applied Science
Formerly Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

Formerly governor of art and culture
Member of the board for Cultural Advice of the County of Groningen
Groningen, Holland
Member of the general board of the Groninger Museum
Groningen, Holland

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Spain – Holland – Curaçao – Brazil
CONSULTORIO PARANORMAL ANDALUCÍA
Jerez de la Frontera, Cádiz, Spain

www.martienverstraaten.com