Mystica Theresia van Ávila: ‘Geen wonder dat God zo weinig vrienden heeft’


Theresia van Ávila, portret door François Pascal Gérard. Foto (detail): Wikipedia / Micione
Jaargang 12.
Column 1.54
 

 

Gezeten in de pose van Le Penseur, de bronzen sculptuur van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin, maar dan op mijn toiletpot als zetel, overpeinsde ik het artikel dat ik wilde schrijven over Theresia van Ávila (1515-1582), de mystica die zo vaak met God sprak als ware het haar eigen buurman. Betekenisvolle, sacrale of zelfs geniale invallen kunnen tot de mens komen, en doen dat ook, vanuit allerlei soorten locaties, badkamer en toilet maken daarop geen uitzondering.

De locatie van badkamer en vooral triviale toiletpot zou je sociaal-cultureel gezien misschien niet verwachten bij ingevingen of mediamieke contacten met heiligen of mystici die historisch hoge ogen gooiden. Echter, de heilige Theresia van Ávila had, zoals later zou blijken, de locatie van het toilet met zorg uitgekozen om mij te porren aanstalten te maken een artikel over haar leven en vorige leven te gaan schrijven. In de houding van Le Penseur kreeg ik al peinzende over Theresia van Ávila, eenmaal in contact met haar, ineens enkele zeer komische taferelen te zien. De heilige Theresia leek, als ik de beelden moest geloven, een grappenmaker van de ergste soort, een volslagen nar, een beroepsentertainer waardig.

Ik kende Teresa Sánchez de Cepeda y Ahumada, beter bekend als Theresia van Ávila, feitelijk niet, had nooit boeken over haar opengeslagen. Puur op basis van ingeving had ik haar geplaatst in het rijtje van Spaanse geesten die ik in 2014 voor mijn eerste lezing in het Andalusische Jerez de la Frontera had uitgenodigd. Op het begeleidende affiche prijkte ze als laatste in de rij achter Isabel la Católica, Pablo Picasso, Herman Cortes, Luis Buñuel en Ignatius van Loyola. Van de meeste van hen heb ik in de loop der jaren hun vorige levens blootgelegd.

Mijn eerste contact met een historisch bekende overledene kenmerkt zich vrijwel altijd doordat deze iets van zichzelf laat zien, een aard of ware gebeurtenis, dat ik met alledaags boerenverstand niet kan weten maar dat naderhand wel kan worden gecontroleerd. Het pijnlijke been van zangeres en danseres Lola Flores is er een voorbeeld van, zoals ook de sjofele kleding in latere jaren van architect Antoni Gaudí.

De voor mij vrijwel onbekende heilige Theresia van Ávila was wel de laatste die ik een hobby als paljas zou hebben toegedicht. Heiligen hebben, in ieder geval zoals ze historisch op oude schilderijen of bruine foto´s worden afgebeeld, vaak een aureool van kwezelachtige heiligheid, vaak ook letterlijk met een stralenkrans boven het hoofd als het geschilderde portretten betreffen, waar een zondige sterveling als u en ik niet van terug hebben.

Nergens op een van de vele bladzijden van mijn kunsthistorisch geheugen ben ik ooit een heilige grappenmaker tegengekomen. Ik was dan ook aangenaam verrast toen na afloop van het bezoek aan de badkamer ik bij Google te rade ging, haar naam intikte gevolgd door humor, waarna een serie religieuze websites mijn ingevingen tijdens het badkamerbezoek bevestigden.

Natuurlijk ben ik ook maar een ongelovige ziel die te vaak twijfelt aan de beelden die ik paranormaal waarneem. Vaak is de paranormaal getoonde werkelijkheid ook moeilijk te bevatten voor de werking van het dagelijkse verstand. Als Hillary Clinton als presidentskandidaat door alle politicologen en journalisten van faam als de gedoodverfde winnaar wordt gezien, dan is het op zijn minst verwarrend als Donald Trump maanden te voren door mijn geesten worden aangewezen als degene die de nieuwe president van de Verenigde Staten zal worden. Als ik een prominente Curaçaose talkshowhost desgevraagd vertel dat ik paranormaal zie of hoor dat haar zoekgeraakte agenda en sleutelbos op een tienerbureautje ligt, en er wordt gezegd dat een dergelijk bureautje binnen de ruimtes van het Antilliaans televisiestation niet bestaat, dan hoef ik enkel maar een half uurtje te wachten op haar telefoontje dat mijn gelijk zal bevestigen.

Theresia van Ávila had zich op een uitstekende manier bij me aangediend, en ook het moment was goed getimed, waardoor toilet en badkamer een ereplaats kreeg om het artikel de juiste religieuze klankkleur te kunnen geven. Theresia was niet van gisteren en wist ook nu, royaal 500 jaar na haar geboorte, wat ze deed. Aan regie ontbrak het haar nog steeds niet.

Het hebben en houden van de regie was een dominerend aspect, laten we het een hebbelijkheid noemen, binnen de veelheid aan deelpersoonlijkheden van Theresia. Het is dan ook des te opmerkelijk, karmisch, dat ze in omstandigheden kwam te verkeren waarbij haar de regie ontnomen werd. Haar welhaast Neptuniaans aandoende ziekte waar geen arts vat op kreeg, en de jarenlange comatueuze staat die haar deel was, een Pluto-aspect, getuigen daarvan.

De zucht om het leven tot in details te willen regisseren moet als mens van vlees en bloed haar te machtig zijn geworden waardoor het lichaam zich terugtrok in coma, een schijndood, en haar geest aangestuurd door fysieke hersenen bijgevolg niet meer kon functioneren. Althans niet meer in de ons bekende bewoonde wereld, ook al zijn we tijdens coma, de slaap of andere vormen van vermeende afwezigheid wel zeker ergens in een land dat aardrijkskundig geen naam heeft.

Als we fragmenten uit haar vertaalde autobiografie lezen, dan wordt duidelijk dat, contact met welke God uit welke windstreek dan ook, de psychische krachten (lees: paranormale krachten) die bij haar gespeeld hebben de sterkste beer met of zonder habijt geveld zou hebben. Incorporerende geesten, waartoe animistische Afrikaanse goden en de Joods-christelijke God gerekend kan worden, kunnen het menselijk voertuig dat lichaam heet vrijwillig of onvrijwillig besturen en met een beetje pech de fysieke en mentale afgrond insturen. Menige godsdienstwaanzinnige belandde in een psychiatrische kliniek. Er is dan ook een hemelsbreed verschil tussen een spirituele of religieuze bezetting zoals onder meer bij Winti´s in Suriname en psychoses bij psychiatrische patiënten. Mijn indruk is dat Theresia van beide had gesnoept, zeker als we het volgende fragment uit haar autobiografie in ogenschouw nemen:

“Ik zag dan, hoe de engel in zijn handen een brede gouden speer droeg, welke boven aan de punt een weinig vuur scheen te houden. Deze scheen hij mij enige malen door het hart te stoten, zodat hij tot in mijn ingewanden doordrong. Toen hij ze terugtrok, was het, of zij mijn ingewanden meenam en mij geheel ontvlamd in vurige liefde tot God achterliet. De pijn was zo hevig, dat zij mij zuchten deed slaken, als ik boven heb beschreven. De zoetheid echter, waarvan die allerhevigste pijn mij vervulde, was zo buitengewoon groot dat men niet verlangen kan van die pijn verlost te worden noch de ziel bevrediging kan vinden in iets dat God niet is. Het is geen lichamelijke, maar geestelijke pijn, ofschoon het lichaam niet nalaat er enigermate of zelfs in hoge mate in te delen. Het is een verkering tussen de ziel en God, zo zoet dat ik zijne Goedheid smeek die zoetheid te doen smaken aan alwie menen mocht dat ik onwaarheid spreek.”

Bron: Citaat uit ‘Fragment uit Teresa’s Autobiografie, hoofdstuk 29 nrs 15-17’ in Heiligen.net 2010.07.27, in een vertaling van Titus Brandsma uit 1918 bewerkt door A. van den Akker s.j.

Eenmaal uit een jarenlange coma en weer onder de levenden kon Theresia dan ook met strakke hand het leven weer oppakken en haar hobby, het welhaast orgastisch liefhebben van haar christelijke god, institutioneel kneden naar beeld en gelijkenis zoals zij zich dat voorstelde. De bestaande orde van de Karmelietessen waarvan de harde kantjes van de kloosterregel in de loop der tijden waren afgevlakt, werd dan ook door haar voortvarend als een drie sterren-generaal (Zon in Ram en Ram als ascendant) grondig hervormd.

In een opvolgend artikel zal ik het vorige leven en/of sojourn* van Theresia bloot leggen dat aan de basis ligt van haar leven toen ze incarneerde als de Spaanse Teresa Sánchez de Cepeda y Ahumada, kind van Marranen, door bekering tot christendom gedwongen joden. De nar in haar zal daar ongetwijfeld deel van uit maken. Een mystica die over haar object van hemelse liefde zegt: ‘Geen wonder dat God zo weinig vrienden heeft’, geeft blijk van een relativeringsvermogen dat past bij de meest professionele hofnar uit oeroude tijden.

Theresia´s grappen hadden paranormaal bezien een meervoudig doel. Ze was zich bewust van de ernst waarmee ze, niet zonder gevaar, religieus de diepte in ging. Zowel voor haar zelf als voor anderen. Het narrendom bleef haar er aan herinneren dat ze aardebewoner was en geen geest zonder lichaam die zich niet aan wetten van het aardse bestaan zou hoeven te houden. Daarbij scherpte het haar geest als ze verbaal bliksemsnel anticipeerde (Mercurius sextiel Mars, met weliswaar een grote orb) op ontstane situaties die humor konden verdragen en die vervolgens bekommentarieerde. Vanuit paragnostische waarneming waren het dagelijkse vitaminen voor haar hersenen, pep, die ze nodig had voor het schrijven van mystieke geschriften. Humor en narrendom als noodzakelijke peiler voor bestaan in haar incarnatie als Theresia. Een factor die haar biograven naar alle waarschijnlijkheid, ik heb weinig tot niets van en over haar gelezen, slechts zijdelings hebben aangemerkt. Reden waarom de entiteit van Theresia me op toilet en badkamer opzocht en mij een glimp van haar narrendom liet zien.

Maar deze religieuze grappenmaker zo leert de geschiedenis en haar horoscoop draagt meer faculteiten in zich waardoor ze als vrouw zelfs tot kerklerares kon worden uitgeroepen. Dan moet je voor het pauselijke bastion in Rome toch heel wat vermeldingswaardige verhandelingen, het liefst theologische, met kroontjespen of ganzenveer hebben opgetekend. Een gedenkwaardige positie van de planeet Mercurius in haar horoscoop moet daarvan op zijn minst de duider van zijn.

En warempel, Astrotheme laat in de horoscoop van Theresia zien dat Mercurius in conjunctie met haar Zon pal op de ascendant staat en schitterende aspecten maakt met Mars (Heer 1, dynamiek) conjunct Jupiter (Heer 9, religie, filosofie, theologie) in Gemini in het 3e Huis (!). Wat wil je nog meer als postbode van de goden. Verder maakt Mercurius een sextiel met Neptunes (Heer 12, clairvoyance in woord en geschrift) in Waterman (sociale bewogenheid), en in het huis van Waterman. Mercurius, ascendant, Mars, Jupiter en Neptunus zijn daardoor met elkaar verbonden in een gesloten harmonisch figuur van twee sextielen en een driehoek.

Dat we de hofnar paragnostisch of via regressie in een vorig leven moeten traceren is één, daar komt bij het opsporen van de reïncarnatieve roots van Theresia’s mediamieke, helderziende en literaire vaardigheden. Het incarnatief detecteren van haar comateuze verleden tijdens haar jonge jaren vult het mandje aan waar je als paragnostisch medium de hand op wil leggen.

Theresia´s geschiedenis herinnert me aan een consult dat ik vele jaren geleden gaf aan een vrouw in een van de chiquere wijken op een van de eilanden binnen de toenmalige Nederlandse Antillen. Vrienden en vriendinnen van de dame hadden haar geadviseerd contact met mij te maken ten einde te weten te komen waarom ze frequent een berg aan lichamelijke problemen had, waarbij onder meer hart gerelateerde problemen aan de orde van de dag waren. Ik had geen twee minuten nodig de diagnose te stellen. Haar lichaam interesseerde haar geen biet. Ingeval ze alleen met een hoofd zonder lichaam zou zijn geboren, of alleen met de inhoud van haar hoofd, dan was het al meer dan voldoende geweest. Haar lichaam ervaarde ze diep van binnen als bijzaak, ze had een lichaam maar daar was dan ook alles mee gezegd. Ze beaamde volkomen wat ik haar vertelde, had er bewust nooit zo bij stilgestaan, en had om een consult verzocht omdat haar vriendinnen haar er toe hadden aangezet. Haar lichaam, ook niet gek, reageerde op de verkeerde intenties van de eigenaar, de betreffende, overigens heel aimabele dame.

De complexe maar interessante levenswandel van Theresia´s ziel in een verder terug gelegen verleden wordt beschreven in het artikel:

 

Theresia van Ávila: Mijn vorig leven met en zonder lichaam

 

* Sojourn: Onbelichaamd verblijf tussen twee levens, meestal in een van de rijken, de sferen, die conform de readings van Edgar Cayce worden aangeduid met de naam van een van de astrologische planeten, zonder dat daarmee de betreffende materiele planeet in het zonnestelsel wordt bedoeld: Het rijk of de sfeer van de planeten Mercurius tot en met Pluto.

 

Update 21-04-2020