Theresia van Ávila: Mijn vorige leven als Beatrice van Kreta, een autistisch-paranormaal meisje

Teresa2.
Theresia van Ávila, portret door François Pascal Gérard. Foto (detail): Wikipedia / Micione
Jaargang 12.
Column 1.57
 

 

Wat er aan voorafging:
Mystica Theresia van Ávila: ‘Geen wonder dat God zo weinig vrienden heeft’

Theresia van Ávila was Beatrice van Kreta en Beatrice van Kreta werd na haar dood incarnatief Theresia van Ávila. Voor een belangrijk deel incorporeerde Theresia een leven lang haar voorgaande incarnatie als Beatrice omdat deze na haar dood besloot een incarnatie als Theresia aan te gaan. Op zich een niet ongebruikelijk mechanisme van een entiteit binnen een incarnatiecyclus.

Echter, ingeval je Theresia bij de staart wilde pakken had je de kop te pakken en als je de kop wilde kreeg je de staart. Dat was tijdens haar leven als Theresia het geval, maar ook de eeuwen erna toen middeleeuwse geleerden en andere vermeende wetenschappers tot op vandaag vat probeerden te krijgen op het fenomeen Theresia, de nar, heilige, mystica, kerkleraar, comateuze schijndode, schrijver, wetenschapper en de Da Vinci in het spiritueel-religieuze segment die ‘gek’ van God was. Haar incarnatie als Beatrice zal licht werpen op haar leven als Theresia.

 

ELKE DAG EEN ANDER GEZICHT, WISSELEN VAN MASKERS

In het eerste beeld dat ik als channelend medium kreeg van Beatrice, de incarnatieve voorloper van Theresia van Ávila, is ze nog een heel klein meisje. Ze experimenteert met de manier waarop ze zich laat zien aan de wereld om haar heen. Het is de basis voor de latere Theresia waarvan ik gezeten op de toiletpot in de pose van De Denker van Rodin de eerste extra sensorische beelden kreeg. De latere nar binnen de incarnatie van Santa Theresia vindt per definitie zijn oorsprong in de eerste oefeningen van de kleine Beatrice op Kreta.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Voordat Theresia aan het woord komt ontvang ik een filmbeeld op mijn extrasensorische beeldscherm: Een klein meisje trekt met tussenposen een verschillend gezicht dat ze voor een moment fixeert.

Het kindje Beatrice, stammend uit een Venetiaanse vader en Kretenzische moeder, volgt haar innerlijke stromen, impulsen, waaraan ze instinctief toegeeft. In haar binnenste voelt ze zonder het te beseffen opwellingen om dat wat in haar hoofd omgaat, de eerste kindergedachten zou je kunnen zeggen, naar buiten te brengen. Het is een noodzaak, omdat haar kinderhoofdje zich anders niet prettig voelt. Als toeschouwer, ouder, psycholoog of medium, zou je kunnen zien, dat regelmatig haar innerlijk systeem moet worden leeg gemaakt, opgeschoond.

De oorzaak is een steeds terugkerende bron in haar die bij toerbeurt een andere persoon aan het woord laat. Die andere persoon of personen in haar, delen in haar, laat ze spreken door deze te fixeren op haar gezicht, zoals een acteur, clown of carnavalist een masker opzet om even iemand anders te verbeelden of te incorporeren. De kleine Beatrice heeft pas de eerste schreden gezet op het pad van mimicry van innerlijke personen en innerlijke poses. In de loop van de jaren zal ze er een hoge graad in behalen.

Haar eerste oefening ontstaat vanwege een hondje van terracotta waarmee ze speelt. Het hondje kijkt haar aan met een scheef kopje. Beatrice beantwoordt de blik met een scheef kopje richting hondje. Ze bevriest haar gelaat, de huid van haar gezicht, in een uitmonstering waarvan ze denkt dat die gelijk aan die van het hondje is. Beatrice ervaart dat haar instinctieve gevoelens en gedachten op haar gezicht kunnen worden bevroren. Het geeft haar rust. Voor toeschouwers een vliesdun masker in melkkleurig perkament uitgevoerd, een tweede huid.

Wij, mijn geesten en ik, besluiten Theresia zelf aan het woord te laten in een regressie naar haar vorige leven als Beatrice van Kreta.

Theresia: Het is nieuw voor me [deze regressie naar Beatrice], maar ze is me beslist niet onbekend. Ik heb het gevoel van haar mijn hele leven in me gedragen, zonder dat ik er naamgeving aan gaf.

M: Theresia, ik neem je zo dadelijk mee naar het moment van je eerste ervaring als ‘Het meisje met de meerdere gezichten’, wellicht de eerste van dit type ervaringen tijdens een serie aan incarnaties.

M: Maak een duik in je verre verleden, teruggaand vanaf je geboorte als Theresia van Ávila in 1515 naar de periode van de incarnatie van Beatrice van Kreta.

M: Ik tel van een tot vijf, en bij vijf ervaar je ‘Het meisje met de meerdere gezichten’. Beschrijf wat je voelt, waar je bent, wat je ervaart, een, twee, drie, vier, vijf

Theresia: Mijn gezicht trekt aan me, een dun masker op mijn gezicht, nieuw vel over mijn oude huid heen, dubbele huid, het ene vel trekt aan het andere. Ik ben nu even twee in plaats van een persoon, tenminste, wat mijn gezicht betreft. Als ik de spieren van mijn oude gezicht beweeg beweegt het masker niet mee, daarom trekt het.

M: Aha, is het vervelend?

Theresia: Ja en nee. Het trekken went en na verloop is het trekken weg. Het masker is prettig, de eigenaar er van, die geest in mij, wil er uit en komt er uit via het masker. Dan voel ik me goed.

M: Waar ben je, vertel hoe je omgeving eruit ziet, en beschrijf je lichaam.

Theresia: Ja, ik ben op een veldje nabij een kleine afgrond die naar lager gelegen land leidt, maar onze zee is verder weg. Ik zit op de hurken en voel de wind om mijn hoofd. Ik ben een klein en moedig meisje en heb een rode muts met pluimen scheef op mijn hoofd. Ik houd van de muts.

M: Waar ben je moedig in Beatrice?

Theresia: Ik durf langs de afgrond te lopen.

M: En wat nog meer Beatrice?

Theresia: Ik durf mensen bang te maken of in verwarring te brengen met mijn gezicht.

M: Hoe dan?

Theresia: Door roerloos hen aan te kijken met het andere gezicht en niets te zeggen. Dat vinden ze niet fijn.

M: Waarom doe je dat Beatrice?

Theresia: Dat weet ik niet. Misschien wil ik contact terwijl ik dat ook niet wil. En door hun lang aan te kijken zijn zij niet meer de baas over mij maar ik over mezelf. En het is ook een spelletje.

M: Spelletje?

Theresia: Door het spelletje is het alsof ik contact kan maken omdat ik niet veel met woorden praat. Ik praat met mijn gezicht, met mijn masker en ik praat ook tegen mijn muts. Ik draag altijd de muts net als de rechte muts bij vader.

M: Hoe oud ben je Beatrice?

Theresia: zes (zo antwoord Theresia in plaats van Beatrice).

M: Theresia, zullen we eens verder kijken, als Beatrice al wat ouder is?

Theresia: Dat is goed.

 

BINNEN EN BUITEN HET LICHAAM

Beatrice is van gegoede ouders die in welstand leven en die met hun kind eigenlijk niet goed raad wisten. Als jong meisje speelde ze dagelijks alleen in afzondering op het veldje nabij de afgrond met het panoramisch uitzicht op de veraf gelegen zee. Ondanks het bijzondere gedrag van hun kind zagen haar ouders gemakshalve er geen kwaad in. Haar vader, een lange en stille man eeuwig met een oosters aandoend hoofddeksel getooid, een soort kleine kubusvormige mijter die even scheef boven hem uittorende, leefde druk doende in filosofische wolken. Moeder, een kleine wat gezette vrouw met eveneens weinig woorden ter beschikking had mede doordat ze vaker ziek was niet veel in te brengen. Kleine Beatrice ontwikkelde als kind door de jaren heen steeds meer een beangstigde mate van introvert gedrag, sociaal afwijkend en bizar, autisme avant la lettre.

Nou is autisme ook maar een beladen en in zijn oorsprong een vaak verkeerd geïnterpreteerd ziektebeeld zoals dat ook bij schizofrenie het geval is, welke laatst genoemd ziektebeeld na eigen onderzoek, Case of Ricardo B.: Study on Extrasensory Voice Hearing / Auditory Hallucination en na de Lente van Maastricht, Maastricht University (NRC, 7 maart 2015) sinds een tiental jaren bij de betere psychiater in de prullenbak ligt. De Diagnostic and statistical manual of mental disorders (DSM) (American Psychiatric Association 2013), een Bijbel die door stemming van APA-leden ontstond en ontstaat, is voor psychisch luie psychiaters die hun wetenschappelijke ziel hebben verkocht aan de farmaceutische industrie. De achtergronden van Beatrices aandoening, zo zullen we straks in een opvolgende paragraaf zien, vinden hun oorsprong in geheel andere factoren, in factoren van metafysische oorsprong: paranormaal, mediamiek en spiritistisch.

Vrijwel alle psychiatrische aandoeningen zijn, op basis van verkregen paragnostische informatie en persoonlijke ervaring met cliënten, spiritueel van origine. Dat wil zeggen dat stoorzenders gevonden kunnen worden in softe dan wel keiharde karmische factoren, in doorwerking van trauma´s in vorige levens ervaren en of in het spiritistische segment wanneer astrale parasieten, gedesincarneerde obsessoren, zijn binnengedrongen in het binnenste van een persoon.

De deelstaat Sao Paolo in Brazilië kent vele klinieken voor autisme die werken met een multidisciplinair (spiritueel) systeem. Het team bestaat uit reguliere artsen, therapeuten én spirituele mediums. Nog voordat een patiënt de arts of therapeut ziet wordt er een paranormale ‘scan’ gemaakt door een of meerdere mediums. Deze bekijken welke mogelijke gedesincarneerde ‘obsessor’ een medicamenteuze en therapeutische behandeling in de weg staat.

Autistische, dove of blinde personen, personen dus waarbij de communicatie gestoord is, blijken vaak in de diepte een zeer krachtig werkende (planeet) Pluto te hebben. Pluto als significator van machtsenergie, welke energie de marionetten aanstuurt. Zoals bij dictators als Stalin, bij de Amerikaan Lance Armstrong die ondanks teelbalkanker meervoudig Tour de France-winnaar werd en weer werd onttroond, bij Berlusconi die amper weg te branden was van het Italiaanse politieke toneel, bij Moeder Theresa die charitatief over lijken ging, maar ook bij Amy Winehouse, de met stem en mooie benen gezegende Engelse rockdiva die haar familie, manager en publiek gek maakt met haar georkestreerde grillen.

In het Kreta van voor Theresia´s geboorte in 1515 was autisme als zodanig natuurlijk niet bekend, uiteraard wel de bezetting, obsessies, van zieken door parasitaire entiteiten die gezondheid van lichaam en geest in de weg kunnen staan. Astraal parasitair of zwarte magie zoals we dat deels aantreffen binnen animistische religies als Santaria, Candomblé of Umbanda en binnen Abrahamitische religies als christendom, islam, of jodendom wanneer macht schandelijk misbruikt wordt, religies eigen.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Opnieuw een extra sensorisch filmbeeld dat vooruitloopt op de regressie: Een groter meisje, adolescente met rode muts, brengt zichzelf en anderen in grote problemen.

Het kind Beatrice is adolescent geworden en heeft in de tussenliggende jaren veel geoefend met bekkentrekken, de mimicry van innerlijke personen, en daardoor met de ontdekking van haar innerlijke wereld. Beatrice kan nabij de afgrond uren met haar rug plat op de zanderige grond liggen om af te dalen in haar wereld waar tijd en ruimte andere dimensies kennen. Soms, als ze te lang van huis wegblijft, komt vader in deftige schreden voorwaarts haar ophalen. Van verre ziet hij haar reeds op de grond liggen, vermoedend dat ze aan het uitrusten is of de hemel aan het bewonderen is.

M: Theresia, ik spoel zo dadelijk je levenslijn als Beatrice door naar het moment dat je puber bent en opnieuw aan het spelen en oefenen bent met ‘Het meisje met de meerdere gezichten’. Een, twee, drie, vier, vijf

Theresia: Ja, ik lig op de grond.

M: Waar ben je?

Theresia: Ik ben altijd op het terrein bij de afgrond, hier komt niemand anders, het is van ons, van vader.

M: Aha, vertel wat je beleeft.

Theresia: Ik ben naar binnen gegaan.

M: Waar naar binnen?

Theresia: Door de deur in mezelf.

M: Aha, vertel hoe je dat doet en wat je allemaal doet.

Theresia: Ik lig op de grond en sluit mijn ogen, en als ik anders adem dan ik normaal doe, dan gaat de deur open. Ik kan dan reisjes maken naar waar ik nooit geweest ben, naar mooie en soms angstige bergen, naar mensen die er anders uitzien dan vader en moeder en al de anderen die hier in de buurt van ons leven. Als de deur open is voel ik geen lichaam meer. Ik heb dan geen hoofd, voeten of handen meer, ik zweef en mijn lichaam ligt alleen op de grond zonder dat ik er in ben. Ik kan dan verschillende gezichten voelen terwijl ik toch geen gezicht heb.

M: Theresia, wat voelt Beatrice als ze door de deur gegaan is.

Theresia: Eenmaal door de deur zweeft ze zonder lichaam maar met een van haar gezichten naar andere plaatsen ver buiten het veldje waar haar lichaam ligt.

M: Gemakshalve richt ik me weer tot Beatrice. Beatrice, wat voel je, ook al heb je tijdelijk geen lichaam, als je die reisjes begint?

Theresia: Het begint met een trilling. Als ik het open-de-deur-ademen begin ontstaat er een fijne trilling in mijn lichaam. Als ik door de deur ga verdwijnt mijn lichaam maar de trilling blijft bestaan, wordt zelfs fijner en sterker. Op de trilling beweeg ik me voort, reis ik, naar gebieden die ik zelf uitkies of die door iets of iemand in mijn gedachten worden geplaatst. Soms wil ik niet naar die plaatsen maar de anderen zijn dan sterker dan ik en dan kan ik het niet tegenhouden. Van sommige plaatsen waar ik naartoe moet wordt ik heel naar nadat ik weer in mijn lichaam ben, dagenlang.

M: Aha, vertel verder over je reisjes, de uittredingen.

Theresia: Het is fijn en ook niet fijn. Ik kan door de reisjes veel plaatsen bezoeken waar ik met vader nooit kom, maar ik word bang van de reisjes die ik niet wil.

M: Beschrijf nu eerst een van de reisjes die je prettig vond.

Theresia: Ik begin weer met het open-de-deur-ademen en beweeg me op de steeds hoger wordende trilling naar mijn doel. Ik wil naar een plaats waar ik omringt kan worden door veel speelkameraadjes, naar meisjes zoals ik die ook door een deur gaan naar andere trillingen.

Ik kom bij een nieuwe poort, maar het is een poort van hout, de deur hoeft niet open, ik kan zo door het hout heen bewegen om binnen te komen. De poort is van een klooster, een klooster bewoond door vrouwen, nonnenklooster wordt het genoemd. Ik voel me er thuis en innerlijk veilig, er is gezang, er is vrolijkheid. Er wonen veel speelkameraadjes, grotere meisjes in rare zwarte kleding die het lichaam helemaal bedekken. De kleding is lelijk in vergelijking tot de gekleurde kleding die ik bij vader en moeder draag, maar de vrolijkheid en warmte is wat ik thuis mis. Ik moet huilen maar heb geen tranen op deze trilling. De speelkameraadjes kunnen me niet zien, een enkele met een glimlach kan me voelen. Al de speelkameraadjes, nonnen, hebben ook een deur naar een andere wereld waar ze via ademhaling, die ze meditatie en gebed noemen, kunnen bereiken. Hun reisjes gaan naar iets of iemand die ze God noemen. Hoe geweldig, alle nonnen hebben dezelfde deur zoals ik die heb, wat een geluk, ik ben niet meer alleen met mezelf.

Ik ga vaak de nonnen bezoeken, alsof ik er woon, maar ik woon er niet. Maar zou er willen wonen als het kon, maar weet nog niet hoe dat zou kunnen. Ik raak bevriend met enkele speelkameraadjes, nonnen, die mij accepteren als vriendin terwijl ze mij niet kennen. Maar ik bemerk het als ik hun nabijheid kom en me bij hun neervlij als het terracotta hondje dat bij mij doet. Mijn nabijheid bij hun wordt opgemerkt, mijn nieuwe vriendinnetjes krijgen dan een mooi gekleurde uitstraling die het zwart van hun kleding doet verbleken. Het herhaalt zich steeds weer, maar niet bij iedereen, sommige voelen mijn aanwezigheid beter, of eerder. Zo weet ik wie mijn vriendinnen zijn.

M: Heel goed Beatrice en duidelijk. Vertel nu over een van de reisjes die je heel naar vond. Een, twee, drie, vier, vijf

Theresia: Ja, ik ben al angstig voordat ik met het open-de-deur-ademen begin, en weet wat komen gaat. Als de deur open gaat weet ik dat niet ik maar een iets of iemand van een naar soort me wil gebruiken zijn doel te bereiken. Ik passeer de barrière van de deur en op een te hoge trilling reis ik naar een van de onbekende afschuwelijke bestemmingen.

In duizelingwekkende vaart zie ik in de verte het silhouet van een hoge vierkante toren opdoemen, van steen lijkt het, waarvan de bovenkanten van de zijmuren van links naar rechts scheef aflopen. De toren met een scheef aflopende bovenkant is een kwalijk oriëntatiepunt in de wijde omgeving. Het is het verblijf van een magiër, een hoge katholieke geestelijk van het kwaad afkomstig uit de hoogste standen, een monseigneur. In de ‘nabijheid’ van de magische monseigneur wordt ‘datgene van mij zonder lichaam’ heel angstig. Het is alsof de structuur van mijn geest door hem verandert in een gekte aangestuurd door een drankje van giftige plantendelen. Ik word gek voor een moment.

M: Theresia, ik neem je mee om te gaan zitten in een denkbeeldige comfortabele fauteuil vanuit een hoger standpunt van waaruit je beschrijft wat er met Beatrice beneden gebeurt.

Theresia: Ja, ik zie Beatrice, de geest van Beatrice, die na uittreding uit haar lichaam en na haar astrale reis zich in de nabijheid van de magiër bevind. Haar nieuwsgierigheid, de ontdekkingsreisjes buiten haar lichaam, eisen nu hun tol. Haar jonge geest is niet bestand tegen de verdorven praktijken van de monseigneur. Hij is geen gewillig luisterend terracotta hondje noch een stel jonge nonnen die op zoek naar God zijn. De monseigneur bedient zich van de meest wrede en psychologisch verfoeide praktijken om mensen naar zijn hand te zetten. Dit om zijn machtshonger te bevredigen en zijn positie te consolideren.

De monseigneur heeft de ‘gave’ om te weten hoe het mentale en spirituele besturingscentrum van mens, geest of gedesincarneerde entiteit te manipuleren. Door het kunstmatig opwekken van desoriëntatie bij zijn slachtoffers, vormen van buiten de werkelijkheid komen te staan met gekte als gevolg, worden deze van hem afhankelijk. Beatrice is door haar autistische inborst en hoge mate van paranormale gaven een voor hem aantrekkelijk object. Een van zijn helpers, een door hem tot kwalijke lakei verbouwde geest, heeft Beatrice op het juiste moment door de verkeerde deur laten gaan toen ze uitredingsspelletjes deed nabij de afgrond.

Meer dood dan levend ziet Beatrice kans om energetisch de toren van de monseigneur te ontvluchten. Met de gedachte aan haar terracotta hondje dat op haar wacht, haar lange vader met vierkante muts en de bevriende nonnen uit het klooster, lukt het haar de terugweg te aanvaarden en haar lichaam langs het koord van de levenden te bereiken.

Het manipuleren van de geest is van alle tijden, door duistere magiërs, hogepriesters, gevaarlijke sekten in verleden en heden gepraktiseerd tot en met door Big Pharma geïnduceerde manipulatie welke met institutionele farmaca individu en samenleving collectief aan zich bindt. Ook Amnesty International kan een lijst aan landen tonen, China, Maleisië, Rusland en Oostbloklanden springen in het oog, waar het manipuleren van de geest, psychiatrische terreur, werd en wordt toegepast.

Desoriëntatie waar Beatrice met te maken kreeg kan worden bewerkstelligt door het kunstmatig oproepen van onder meer depersonalisatie en derealisatie, vormen van buiten de werkelijkheid komen te staan. Het betreffen vermeende psychiatrische ziektebeelden als gevolg van of vergezeld door angststoornissen en bovenmatige stress, of als persoonlijke predispositie door traumatische ervaringen in vorige levens opgedaan.

Hoe desoriëntatie, depersonalisatie en derealisatie kunstmatig kan worden opgewekte wordt op een onnavolgbare manier getoond in de zevenvoudig Oscar-genomineerde psychologische thriller, Hitchcock waardig, de filmklassieker Gaslight uit 1944. Gebaseerd op het werk van de Engelse toneel- en romanschrijver Patrick Hamilton. Door het bijzondere en nog immer actuele thema, psychologische mishandeling gaslighting genoemd, is de film anno 2020, in een andere bezetting, via Netflix te bekijken.

Een andere vorm van magische criminaliteit als het om het manipuleren van de geest gaat is het roven van de ziel. In The Serpent and the Rainbow (1985) van de Canadese antropoloog en etnobotanist Wade Davis verhaalt de onderzoeker in een studie over Haïtiaanse magiërs, Bokors, de bedieners van de Loa, hoe deze door extreem magische praktijken, rituelen die het daglicht niet konden verdragen, de wil van sommige personen uitschakelden en deze zombies werden.

“De zombies in Haïti kregen een bordje zombiepoeder voorgeschoteld met er in tetrodotoxine afkomstig van de [in Japan als lekkernij gegeten] levensgevaarlijke kogelvis, welke in combinatie met magische ingrediënten hen tot willoze slaven maakten van de vroeger heersende magische klasse van Haïtiaanse Bokors [tovenaars in dienst van dictator Papa Doc Duvalliers voormalige leger van magische misdadigers: tonton macoutes]. De doodverklaarde Haïtiaan Clairvius Narcisse ‘die uit de dood opstond’ ervoer als levende Zombie de werking van het samengestelde zombiepoeder aan den lijve.”
(Davis 1985).

M: Theresia, we wisselen weer de partituur, en je wordt weer Beatrice. Beatrice, ga naar het moment dat je terug bent van je reis naar de monseigneur en ontwaakt op het veldje nabij de afgrond.

Theresia: Ik word wakker en kijk vader die met gebogen lichaam zich boven me bevindt aan. Vader is geschrokken, ondanks verschillende pogingen kon hij me niet wakker krijgen. Ik kan nu helemaal niet meer praten, alles in mijn hoofd is door elkaar. Ik weet niet wie ik ben en waar ik ben. Vader en het hondje komen me bekend voor. Door de vreselijke angst, angst om te bestaan of om niet meer te bestaan, is de taal op mijn gezicht krijtwit geworden, de lijkkleur van een dode. Eenmaal thuis komt een dokter aangesneld die niets kan doen. Ik zal lang ziek zijn en kan het veldje lange tijd niet bezoeken. Mijn terracotta hondje zit naast mijn bed.

 

EXTRA SENSORISCHE PERCEPTIE EN PARANORMALE DEUREN

Beatrice probeert weer terug te komen in de bewoonde wereld van mensen van vlees en bloed. Haar door uittreding aan het licht gekomen aandoening, ziekte, heeft diepe sporen achtergelaten. Geen heelmeester die het juiste medicijn heeft.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Een extra sensorisch filmbeeld opnieuw vooruitlopend op de regressie: Een bedlegerige jonge vrouw rechtop in bed door geestverschijningen

Bang als ze is durft Beatrice niet goed meer het open-de-deur-ademen te beoefenen. Ze wil wel weer graag naar de nonnenmeisjes in het klooster, maar de schrik zit er goed in. Het vele maanden bedlegerig moeten zijn wegens angst en gekte in haar hoofd doen haar besluiten het voorlopig rustig te houden. Echter, de deur in haar hoofd die ze eenmaal opende laat zich niet meer zo gemakkelijk sluiten. Zowel overdag als ´s nachts wordt Beatrices arme hoofdje gekweld. Overdag als ze herhaaldelijk van bewustzijn veranderd, vluchtig in slaap vallen en weer wakker worden, komt ze meer dan eens weer in een uittredingsmodule en reist naar onbekende oorden. Haar geest is in de war, delen van haar bewustzijn zijn verschoven, verstoorde gedachtegangen. ´s Nachts zal een ander tot dan toe onbekend gebied worden ontsloten: ze krijgt bezoek van overledenen, geesten en andere bewoners van het hemelrijk voorbij het heden. Meer dan eens schrikt ze ´s nachts in bed rechtovereind wakker.

M: Theresia, ik spoel je levensfilm als Beatrice zo dadelijk verder door. Je bent dan al enige tijd ziek en bedlegerig. Op tel vijf ervaar je een van de belangrijkste momenten van je ziekte. Een, twee, drie, vier, vijf

Theresia: Het is ´s ochtends als ik tussen slapen en waken in ineens weer door de deur in mijn hoofd ga, maar het gaat vanzelf, ik heb zelf niet het open-de-deur-ademen gedaan. Maar het is nu heel anders, niet fijn en alsof ik het niet zelf ben die het doet. Iets of iemand doet het in mijn hoofd en het gaat maar door. Na een aantal keren ben ik uitgeput. Het is alsof ik niet meer op deze wereld ben.

M: Aha, ga door.

Theresia: Vooral vader, anders altijd in zichzelf, probeert me te helpen. Vader loopt de beste heelmeesters en kruidenmengers af. Een kruidenmenger en een groep heel aardige jonge vrouwen, in kleurige kleding gestoken muzikanten, komt aan mijn bed. De kruidenmenger heeft een drankje dat me rustig zal maken. De jonge vrouwen die bij ons in komen wonen, spelen dagelijks muziek aan mijn bed. Van het kruidendrankje wordt ik heel soezerig en de muziek wiegt me verder in slaap.

Door het drankje gaat na enige maanden de deur in mijn hoofd niet meer zo snel open. Hij kan nu alleen nog maar open als ik zelf het open-de-deur-ademen weer doe.

M: Theresia, gaat Beatrice weer opnieuw het open-de-deur-ademen doen?

Theresia: Ja, ze gaat het na enige tijd weer beoefenen. Beatrice is de nonnen niet vergeten, wil graag weer opnieuw in de nabijheid zijn van haar speelkameraadjes.

M: Beatrice, vertel hoe de nieuwe reisjes buiten je lichaam verlopen.

Theresia: Ik ben nog wel bang om te reizen, maar de dagelijks terugkerende nabijheid van de vrouwelijke muzikanten heeft me vertrouwen gegeven, alsof zij waken aan mijn bed als ik op reis ben. Ik bezoek vrijwel alleen nog maar het nonnenklooster achter de dikke houten deur, het is alsof ik woon bij de vrouwen die allen ook een deur in hun hoofd hebben waardoor ze op bezoek kunnen gaan bij een bijzonder iemand die ze God noemen.

M: Hoe stel je je die God van hun voor?

Theresia: Dat weet ik niet, ik heb die God nog nooit gezien of gehoord. Maar het moet wel bijzonder zijn, het hele klooster heeft het over deze God de hele dag. Ze praten er mee en er over, van ´s morgens vroeg tot ´s avonds laat. Zelfs mijn vader en moeder praten niet de hele dag met elkaar.

M: Aha, ga verder

Theresia: Een van de jonge vrouwen in het klooster is ernstig ziek geworden en zal zeker binnenkort sterven, zo heb ik in mijn hoofd gezien. Er wordt daardoor nog meer met hun God gepraat, bidden noemen ze dat in het klooster. Ik zie dat zij een reis gaat maken, de deur in haar hoofd zal passeren maar er nooit meer terugkomt: doodgaan.

M: Aha, ik begrijp het. Hoe is het slapen ´s nachts Beatrice?

Theresia: ´s Nachts is het zoals het in het begin overdag was. Door veel slapen overdag tijdens de muziek heb ik ´s nachts minder slaap. Daardoor val ik vaker in een korte slaap om er dan weer snel uit wakker te worden, precies als in het begin overdag. Ik schrik nu vaker plotseling wakker en zit dan rechtop in bed. Het is dan alsof er iemand of iets in onze kamer is en nabij komt. Maar ik zie niemand in het schemerdonker.

M: Laat zo dadelijk het beeld in je opkomen dat je ´s nachts vanuit je bed wel iemand ziet in je kamer. Een, twee, drie, vier, vijf

Theresia: Ik schrik me wild, mijn hart bonst terwijl ik rechtop in bed ben komen te zitten. Alsof ik uit een nare droom ontwaakt ben.

M: Aha, vertel wat je beleeft.

Theresia: Ik voel opnieuw dat er iemand in onze kamer is en zie een opdoemend schijnsel van witgeel licht in de vorm van een persoon. Nooit eerder dit ervaren, en er zit een persoon in het licht, zo weet ik met mijn weet-gedachten. De contouren van de persoon in het licht worden steeds duidelijker. Het is de beeltenis van een jonge non uit het klooster.

Het licht dat ik zie beweegt een beetje in zichzelf alsof het trilt. De jonge non is degene die ernstig ziek is. Ze komt afscheid van me nemen. Het stilstaande beeld van haar, de verschijning, praat met me zonder woorden. Haar woorden komen rechtstreeks in mijn hoofd, haar lippen bewegen niet, maar ik versta alles wat ze zegt. Ze zegt dat ze nu op weg is naar God en zich met hem zal verenigen. Ik begrijp dat God een man moet zijn maar kan me er verder niks bij voorstellen. Voordat de verschijning verdwijnt, laat ze me weten vaker terug te willen komen.

Het bonzen van mijn hart is opgehouden en ik val in een diepe ontspannende slaap.

M: Welke verschijningen volgen zo mogelijk op die van de overleden non?

Theresia: Opnieuw word ik in de nachtelijke uren met bonzend hart wakker alsof ik uit een nachtmerrie ontwaak als gevolg van verkeerd voedsel of een overvolle maag. Rechtop in bed zie ik opnieuw een schijnsel, een stralenkrans van licht waarbinnen zich de beeltenis van een persoon laat zien.

De persoon die ik zie, een vrouw, een non zo lijkt, wijkt geheel af van de eerste verschijning. De stralenkans is vrijwel gelijk maar de kleuren er binnen verschillen totaal. De kleding van de non is anders dan die van de nonnen achter de dikke houten poort waar ik kind aan huis ben. De non spreekt ook een andere taal maar ik begrijp ook van haar wat ze zegt. Ook zij spreekt over een soort God of goddelijk ding, hoewel die een andere naam heeft in het land waar zij vandaan komt. Ik ben in verwarring. Behoort de non tot een klooster of gemeenschap uit het verleden, of tot een in de toekomst. Haar kleding is namelijk zonnig gekleurd zoals dat van de muzikanten in ons huis en niet als de donkere jurken in het klooster dat ik bezocht. Haar woordeloze boodschap is ook: God heeft vele gezichten.

Vele nonnen uit kloosters uit verschillende windrichtingen en uit andere tijden presenteren zich in steeds andere kledij aan mijn bed, en allen hebben een vrijwel zelfde boodschap voor mij: God heeft vele gezichten.

Ik weet nog steeds niet wie of wat die God precies is, vader en moeder hebben me er nooit over gesproken. Wel weet ik dat voorbij de deur in mijn hoofd en in de hoofden van andere mensen een pad loopt naar geheimen van het bestaan die iedereen zou moeten onderzoeken. Maar of dat met God te maken heeft waarover ze in het klooster altijd spraken, weet ik niet.

Het is niet verwonderlijk dat een aanzienlijk aantal autisten paranormaal begaafd zijn. Hun fysieke, mentale en sociale constitutie scheppen daar ook de voorwaarden voor. Wijken autisten dan wellicht af van de gemiddelde aardebewoner. Ja en nee. Het probleem is, voor zover er al een probleem zou zijn, dat het de niet-paranormale mens is die op dit gebied afwijkt, en niet de autist. In lang vervlogen tijden, in tijden toen klinkers en medeklinkers nog geboren moesten worden, was de enige vorm van communicatie de instinctmatige zoals bij dieren, overgaand in telepathische communicatie zoals dat nu nog is bij geliefden die minder dan een half woord nodig hebben om te weten wat de wederhelft denkt, voelt of voor plannen heeft. De autist, die in verschillende gradaties  zeker kan afwijken van de gemiddelde mens heeft dus niet de handicap van de ‘gewone’ mens die volledig gestoord is in zijn natuurlijke (lees: extra sensorische / paranormale) communicatie met anderen.

Anders gezegd, hoe minder taalvermogen hoe meer of eerder paranormale communicatie zich zal kunnen manifesteren, zoals blinde en dove personen hun gemis compenseren doordat andere zintuigen, vaak automatisch, worden aangescherpt. De normale mens is in de loop van de evolutionaire geschiedenis van de leg geraakt en niet de extra sensorische. Het paranormale is in feite het normale met een scheutje para, kopte ik in 1993 tijdens een interview voor een landelijke krant op de Nederlandse Antillen.

Paranormale communicatie beperkt zich niet alleen tot de levende mens, maar vindt ook plaats met gedesincarneerde entiteiten, overleden ouders, voorouders of ‘bekenden’ waar men eerder een vorig leven mee deelde. Hoe ‘beangstigend’ voor de doorsnee bezoeker van supermarkt of sporthal. Zodra echter het woord paranormaal wordt vervangen door religieus is er ineens niets aan de hand. Men mag alle rooms-katholieke heiligen, hindoe godheden of Allah himself aanroepen of er regelrecht mee praten zonder als gek te worden verklaard of de kans te lopen te worden opgenomen in een ommuurde inrichting. Thomas S. Szasz (1920-2012), de vermaarde psychiater en wetenschappelijk onderzoeker, en tijdens leven een van de exponenten van de antipsychiatrie, schreef in dit verband eens:

If you talk to God, you are praying.
If God talks to you, you have schizophrenia.

If the dead talk to you, you are a spiritualist.
If you talk to the dead, you are a schizophrenic.

M: Theresia, ik spoel de levensfilm van Beatrice door naar het moment dat de aan een ernstige ziekte overleden non weer aan je verschijnt.

Theresia: De lieve non verschijnt op een nacht opnieuw zoals ze de laatste keer beloofde. Het is na een dag dat ik druk was en onrustig en dat mijn hoofd bonkte en klopte. Ze komt me helpen. Tegen haar kan ik makkelijker praten zonder te praten dan tegen vader of moeder. Ze begrijpt heel snel wat ik bedoel, ook op dit moment nu mijn hoofd weer een beetje gek doet. Ze zegt me dat ik rustiger moet zijn overdag, goed moet uitrusten terwijl ik naar de muziek luister en dat reisjes door de deur straks gemakkelijker worden zonder dat ik er ziek van word. Haar woorden maken me rustig en ik vind haar ook heel lief. Ze lijkt me beter te kennen dan vader en moeder.

Als die God van haar net zo aardig is als zij, dan wil ik die misschien wel eens een keer ontmoeten.

M: Welke van haar woorden maken indruk op je?

Theresia: Tijdens een van haar verschijningen vertelt ze dat voor haar dood ze zich met Gods zoon Jezus Christus verloofd heeft, verenigd begrijp ik, dat ze nu zijn bruid is en dat andere nonnen zich ook verloofd hebben.

Verloven met een ander zal hetzelfde zijn als wat vader en moeder deden voordat ik geboren werd, verenigen, het leven met elkaar delen. Ik begrijp niet hoe dat kan, hoe alle nonnen zich met dezelfde persoon kunnen verloven.

Vaak zal ik aan haar woorden terugdenken. Heel graag zou ik verloofd willen zijn maar doordat ik moeilijk kan praten en vaak ziek ben komen mannen maar niet op mijn weg en branden hete vuren vaak in mijn onderbuik zonder geblust te worden. Een verloofde, die nadat ik door de deur in mijn hoofd ben gegaan zich ergens op mijn pad zou moeten bevinden! De deur in mijn hoofd blijft belangrijk.

Ik blijf daardoor toch doorgaan met het open-de-deur-ademen, hoewel ik voorzichtiger ben geworden en niet meer zo snel de teugels aan een ander overlaat.

 

HOFNAR VAN DE VORST

Beatrice vervolgt haar leven met vallen en opstaan. Het deurtje in haar hoofd om uit te treden blijft boeien, het is de ontsnapping uit een wereld die voor haar te beperkt is en zicht kan bieden op een verloofde. Beatrice wil reizen, andere levens verkennen, stoffelijk maar in ieder geval onstoffelijk, in de geest. De inmiddels nog maar sporadisch optredende nare ervaringen tijdens haar uittredingen neemt ze op de koop toe. Eenmaal de adolescentie ontgroeid ontwaakt de dienstbare autistisch-paranormale nar in haar.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Een extra sensorisch filmbeeld dat weer vooruitlopend op de regressie zich laat zien: Een gebogen hofnar die aan het hof zich achter de vorst bevindt

Welke beroepsuitoefening voor een autistisch-paranormaal iemand is meer geschikt dan die van hofnar van de vorst? Beatrice komt op het juiste moment op de juiste plaats. Na haar ziekte heeft ze in een zijkamertje van het grote huis zich eerst nog een tijdje bekommert met het verkopen van luxe voorwerpen aan de mensen uit de omgeving, mooie spullen die vader steeds van verre reizen meenam naar Kreta. Haar steeds verder ontluikende paranormale gaven gebruikte ze en passant om kopers te helpen die ziek zijn of anderszins problemen hadden of zouden krijgen. Haar kamertje met een aanbod aan luxe spulletjes werd daardoor tevens de ruimte van een jongedame met het derde oog die anderen wilde helpen.

De functie aan het hof kreeg ze door toedoen van vaders contacten die goed thuis is in de kringen van het hof. Hij zal Beatrice met succes aanbevelen.

M: Beatrice, de tijd van bedlegerigheid is ten einde, een nieuwe periode dient zich aan. Ik spoel je levensfilm opnieuw verder. Je bent in de loop der tijd een volwassen vrouw geworden. Ga naar een moment dat je gebruik maakt van je talenten en je ervaringen uit het verleden. Een, twee, drie, vier, vijf

Theresia: Ik ben hofnar in dienst van onze vorst. Het bovenste gedeelte van mijn kostuum heeft een hele mooie groene kleur en is fluweelzacht, de nauwsluitende broek is donker van kleur, bijna zwart. Door het kostuum te dragen, ik weet niet waarom, kan ik mijn werk goed doen. Ik zie, weet, voel dat de vorst dingen verborgen wil houden en vaker jokt of niet echt de waarheid spreekt.

M: Aha Beatrice, vertel verder.

Theresia: Ik sta licht gebogen een stukje achter hem terwijl onze vorst zegt dat hij naar Venetië moet, voor belangrijke zaken van bestuur. Ik weet dat hij een beetje jokt, dat hij naast zaken ook naar een vrouw gaat waar hij zijn oog op heeft laten vallen. Met een grapje laat ik hem zien dat hij niet alleen voor zaken op reis gaat.

M: Op welke manier laat je hem merken dat je hem doorziet.

Theresia: Ik houd een kaart vast in mijn hand waarop een mooie jonkvrouw staat afgebeeld. Ik dans voor zijn neus met de kaart en blijf de kaart almaar kussen.

M: Heb je meer kaarten ter beschikking?

Theresia: Ik heb veel kaarten en ook andere spullen. Sommige waren van de vroegere hofnar die pas is doodgegaan, andere kaarten heb ik zelf gemaakt.

Ik zie met mijn innerlijk oog dat de jonkvrouw nog een andere heimelijk minnaar heeft. Ook dat laat ik al dansende met kaarten de vorst zien. Hij ziet de kaart maar doet alsof hij het niet gezien ziet, hij gelooft me niet.

M: Krijgt de vorst vertrouwen in je in de loop van de tijd?

Theresia: Eerst niet, ik ben alleen maar zijn nar. Nadat hij ontdekt heeft dat de jonkvrouw, zijn minnares, hem heeft bedrogen met een andere edelman, neemt zijn vertrouwen in mij toe. Hij beschouwt me sinds die keer meer als raadgever dan als gewone hofnar.

Ik houd van mijn werk. Als hofnar hoef ik niet veel te praten en kan ik grappen maken met kaarten en andere spullen. Ook kan ik in mijn hoofd kijken om te weten en te voorspellen wat de vorst aan het doen is of wat hij belangrijk vindt.

M: Welke voorspellende gebeurtenissen kun je zien in je hoofd?

Theresia: Soms kleine dingen, waar de vorst zijn eigen ring heeft laten liggen, soms grote dingen zoals het gevaar van een naderende oorlog. Ik laat dan al dansende verschillende kaarten op de grond vallen waarop eten en drinken staat afgebeeld, maar ook hongerige monden die zijn dichtgenaaid en doden die elkaar omarmen.

M: Waar bevinden zich in je hoofd het gedeelte waar de voorspellingen wonen.

Theresia: Dat bevindt zich vóór de deur die ik door het open-de-deur-ademen kan openen. Dat deel in mijn hoofd is sinds de nachtelijke bezoeken van geesten steeds open om binnen te gaan. De informatie die ik nodig heb ligt daar gewoon op me te wachten.

M: Ook de informatie ten dienste van je vorst?

Theresia: Ja, die ook en alle informatie die met mijn werk verband houdt.

M: hoe vaak bezoek je die afdeling?

Theresia: Gewoon dagelijks. Maar enkele dagen geleden zag ik iets vreemds, niet over mijn werk zo leek, maar over mijzelf.

M: Wat zag je Beatrice?

Theresia: Ik zag weer het nonnenklooster, ik werkte er, terwijl ik nu als hofnar werkzaam ben bij de vorst. Heel vreemd.

M: Theresia, ga als Beatrice naar dat moment van de voorspelling over werken in het klooster.

Theresia: Ja, ik ben weer in het klooster, ik werk er zo komt me voor. Ik weet niet hoe ik er terecht ben gekomen.

M: Wil je er blijven of wil je terug naar je vorst?

Theresia: Ik wil terug naar de vorst, het is het werk waar ik van houd. Maar ik kan niet terug, de weg is op dit moment afgesloten. Ik moet wachten totdat de terugweg weer open is.

Het gepassioneerde en overijverige werk van Beatrice, waarbij ze dagelijks zich begaf in de sectie voorspellingen van haar hoofd, heeft zijn tol geëist. Ongemerkt en onvoorzien is ze opnieuw de deur van de uittredingen gepasseerd. Ze verliet haar lichaam. In aardse termen vertaald, Beatrice raakte opnieuw in coma en wel voor enige jaren.

Beatrice coma is, in het licht van haar opvolgende incarnatie als Theresia en retrograde bezien, niet onvoorspelbaar. Omgekeerd evenredig is Theresia´s schijndood voorspelbaar in het licht van Beatrice extreme levenswandel, haar incarnatieve voorloper. Binnen een en dezelfde entiteit (ziel) is Theresia het andere octaaf van Beatrice. Beide hadden de neiging, welhaast wellust te noemen, om de hemel te bestormen en aardse wetten te laten voor wat ze waren. Lichamen kunnen tegen een stootje, maar er zijn grenzen. Binnen een cyclus van vorige levens met een hoofdthema als rode draad kan de entiteit zich wel vele malen aan dezelfde steen stoten. Zowel Beatrice als Theresia hadden meer op met hun geest dan het aardse voertuig dat de geest moest vervoeren. Anders gezegd, het lichaam werd ervaren als een bijkomstigheid, als een noodzakelijk kwaad, een attitude die wel vaker voortkomt in spiritueel-religieuze kringen.

M: Theresia, ga als Beatrice naar het moment dat ze weer terug komt in haar aardse lichaam.

Theresia: Ik ontwaak, ervaar dat ik niet meer in het klooster verblijf maar in de ogen kijk van vader. Vader ziet wat ouder uit, zou hij moe zijn vraag ik me af. Ik begrijp niet wat ik hier doe in het kamertje waar ik eerder luxe spulletjes verkocht. Ik wil onmiddellijk terug naar de vorst, ik zal te lang geslapen hebben en mijn werk hebben verzaakt. Vader knippert met de ogen als hij mij vertelt dat er veel veranderd is, dat ik drie jaar ‘geslapen’ heb en dat ook aan het hof het een en ander veranderd is.

M: Theresia, we besluiten de regressie naar de incarnatie van Beatrice met een blik op de laatste uren van haar leven. Ervaar de laatste momenten van je leven als Beatrice, ‘Het meisje met de meerdere gezichten’.

Theresia: Ik ben in een slaap, in een diepe slaap. De overleden non uit het klooster komt naar me toe, ze wenkt naar me, of ik mee wil. Ik wil wel, ze neemt me mee naar een andere wereld, naar een ander bestaan, ik ga op weg naar een klooster.

In een nieuw leven als dat bestaat, zal ik kloosterlinge worden. Misschien ga ik wel Theresia heten, Theresia van Ávila.

 

 

NOTEN EN AANBEVOLEN LITERATUUR

American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders. Washington, DC: Crossre.

Andersen M. (2017). Supernatural agents in predictive minds (Unpublished doctoral dissertation). Aarhus University, Aarhus, Denmark.

Arroyo S. (2015). Astrology, Karma & Transformation: The Inner Dimensions of the Birth Chart (2nd Revised edition). Sebastopol CA: CRCS Publications.

Barrett J. (2004). Why would anyone believe in God? Lanham, MD: AltaMira Press.

Calver A. (2009). The unicorn who came to stay and other stories: mothers’ experiences of having a child with autism with an imaginary friend (Doctoral dissertation). London, UK: University of London.

Candra CM. (1999). Tolk van de Transformatie (dialogen met de geest van Ayrton Senna). Correio da Bahia. Salvador da Bahia, Brasil https://bit.ly/2GKrzHK

Cayce HL. (1998). No Death: God´s Other Door. Virginia Beach: A.R.E. Press.

Christakis NA. (2019). Blueprint: The evolutionary origins of a good society. New York City: Little, Brown Spark.

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation (Leven in relatie, Vert.). New York: Slone.

Dam H ten. (1983). Een ring van licht. (2 volumes). Amsterdam: Bressotheek.

Dam H ten. (2003). Exploring Reincarnation: The classical guide to the evidence of past-life experiences. London: Rider.

Dam H ten. (2013). Catharsis, Integratie en Transformatie. Ommen: Tasso.

Davis W. (1985). The Serpent and the Rainbow. New York: Simon & Schuster. 1997 edition retitled: The Serpent and the Rainbow: A Harvard Scientist’s Astonishing Journey into the Secret Societies of Haitian Voodoo, Zombies, and Magic.

Fiore E. (1978). You have Been Here Before. New York: Ballantine.

Fox N. (1977). Attachment of Kibbutz Infants to Mother and Metapelet. Child Development, 48, 4, 1228-39.

Gavron, Daniel (2000). The Kibbutz: Awakening from Utopia. Lanham: Rowman & Littlefield.

Golan S. (1956). Upbringing in the Family, in Institutions and the Kibbutz. Sugiot. Tel Aviv: SifriatPoalim.

Grant J. (1937). Winged Pharaoh (‘Gevleugelde Pharao’, Vert.). London: A Barker.

Guirdham A. (1970). The Cathars and Reincarnation. London: Neville Spearman.

Kelsey D, Grant J. (1967). Many Lifetimes (Meer dan een leven, Vert.). London: Corgi.

Kelsey D. (2007). Now and Then: Reincarnation, Psychiatry and Daily Life. Folkestone, UK: Trencavel.

Lucas WB. (1993). Regression Therapy. A Handbook for Professionals, (2 volumes). Crest Park, CA: Deep Forest Press.

Luhrmann TM. (2012). When God talks back: Understanding the American evangelical relationship with God. New York: Vintage Books.

Netherton M, Shiffrin N. (1978). Past Lives Therapy. (‘De geschiedenis herhaalt zich. Genezen aan vorige levens’, Vert.). New York: Morrow.

McCauley RN. (2011). Why religion is natural and science is not. New York: Oxford University Press.

Muller KE. (1970). Reincarnation, based on facts. Oxshott-Surrey: Spiritual Truths Press

Scharf, M. (2001). “A ‘Natural Experiment’ in Childrearing Ecologies and Adolescents’ Attachment and Separation Representations”. Child Development. 72 (1): 236–251.

Scott C. (1953). The Boy Who Saw True. London: Neville Spearman.

Stark R., Finke R. (2000). Acts of faith: Explaining the human side of religion. Berkeley, CA: University of California Press.

Stevenson I. (1980). Twenty Cases Suggestive of Reincarnation. Virginia VA: University of Virginia.

Stevenson I. (1987). Children Who Remember Previous Lives. A Question of Reincarnation. Charlottesville: University of Virginia.

Stevenson I. (1997). Where Reincarnation and Biology Intersect. (‘Bewijzen van reïncarnatie’, Vert.). Westport, CT: Praeger.

Taves A. (2009). Religious experience reconsidered. A building-block approach to the study of religion and other special things. Princeton, NJ: Princeton University Press.

Tremlin T. (2006). Minds and gods. The cognitive foundations of religion. New York: Oxford University Press.

Verstraaten MJG. (2010). Ayrton Senna: Mijn vorige leven als Tibetaanse monnik (hoofdstuk 4, in): Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen. Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Nederland / Curaçao, Nederlandse Antillen: Destinations NV – Intuïtieve Intelligentie. ISBN 978-90-812836-5-6.

Verstraaten MJG. (2016). Lola Flores: Mijn vorige leven als Franse balletmeester. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2017, via http://bit.ly/2hGZXrB.

Verstraaten MJG. (2017). Isabel la Católica: Mijn vorige leven als promiscue non. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 december 2017, via https://bit.ly/2MkNxYg.

Verstraaten MJG. (2018). Antoni Gaudí: Mijn vorige leven als straatjongen in Istanboel die aan hallucinaties leed. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2018, via https://bit.ly/2Z9qQMU.

Verstraaten MJG. (2019). Tomas de Torquemada: Mijn vorige leven in Belgrado als zoon van een brute moeder. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 2 juli 2019, via https://bit.ly/2H8j0IT.

Visuri I. (2012). Could everyone talk to God? A case study on Asperger’s syndrome, religion, and spirituality. Journal of Religion, Health and Disability, 16(4), 352–378.

Visori I. (2018). Sensory supernatural experiences in autism. Religion, Brain & Behavior, Volume 10, 2020 – Issue 2 https://bit.ly/3jZ0yn0

Visuri I. (2018a). Rethinking autism, theism & atheism: Bodiless agents and imaginary realities. Archive for the Psychology of Religion, 1, 1–31.

Visuri I. (2019). Varieties of Supernatural Experience: the Case of High-Functioning Autism. Thesis for: Doctoral degree. Historical and Contemporary Studies – Södertörn University.

Wambach H. (1979). Life before Life. New York: Bantam.

Wambach H. (1979). Reliving Past Lives: The evidence under hypnosis (De mens heeft vele levens. Onze herinneringen aan een vorig bestaan, Vert.). New York: Bantam.

Weiss BL. (1988). Many Lives, Many Masters. New York: Simon Schuster.

Woolger RJ. (1988). Other Lives, Other Selfs: A Jungian psychotherapist discovers past lives. New York: Bantam Books.

Woolger RJ. (2011). Healing your Past Lives. Louisville, CO: Sounds True Inc.

 

 

Update 16-09-2020

__________________________________________________________________________________

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil, Spain).

Mediumistic journalist. Author.

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts & metaphysical methodology
NHL University of Applied Science
Formerly Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

Formerly governor of art and culture
Member of the board for Cultural Advice of the County of Groningen
Groningen, Holland
Member of the general board of the Groninger Museum
Groningen, Holland

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Spain – Holland – Curaçao – Brazil
CONSULTORIO PARANORMAL ANDALUCÍA
Jerez de la Frontera, Cádiz, Spain

www.martienverstraaten.com