Allerzielen en meneer Theo, het eertijds paranormaal typografisch medium van Drukkerij H. C. van Grinsven in Venlo

MeneerWIm

Pand v.h. Drukkerij H. C. van Grinsven

Geesten die ons levende zielen – soms, vaak of altijd – begeleiden, zijn er in maten en soorten. Meer dan eens wordt in het gedateerde New age-circuit ten onrechte gedacht dat de betere geleidegeest of gids van ver moet komen, zowel geografisch als historisch. Het liefst afkomstig uit Shambala-koninkrijken achter de Himalaya of uit spiritueel India, en dan vooral onzichtbaar getooid met een rode stip, de bindi, op het transcendente voorhoofd. Zeg maar de spirituele schandvlek naar hedendaagse MeToo-maatstaven, op basis van het turven van het aantal niet bij te houden verkrachtingen in heilige landen. Opmerkelijk is dat geleidegeesten meer dan eens afkomstig zijn uit onze directe omgeving tijdens vroegere jaren, zoals meneer Theo tijdens leven op industrieterrein de Veegtes in Venlo werkzaam was bij Drukkerij H. C. van Grinsven.

Het aantal gidsen, astrale souffleurs, varieert van één tot oneindig, zoals ook bij vrienden van gewone stervelingen het geval is: de één heeft weinig vrienden, de ander dozijnen bij de vleet die zelfs per week of jaar kunnen wisselen. Tijdens het maken van bijvoorbeeld een Spaanse gazpacho kijkt er een andere geest over mijn schouder mee dan wanneer ik een consult over een vorig leven geef, om van seks met een bruine dan wel blauwogige aantrekkelijke deerne nog maar niet te spreken.

Op een mooie dag in 1959 fietste ik naar de Veegtes, het industrieterrein landelijk gelegen aan de rand van Venlo richting Velden, op weg als ik was naar Drukkerij H. C. van Grinsven waar ik als leerling ontwerper enige tijd zou werken. De voor die tijd mondaine en zwierige vorm van het hoofdgebouw met veel glas als ware Le Corbusier even in Venlo geweest, sprak me meteen aan, alsook de geur van het drukkerijwezen, de inkten, die ik nooit meer zou vergeten. Van Grinsven maakte het betere drukwerk, tot de verbeelding sprekende kunstkalenders en andere typografisch fraaie uitgaven. De nationaal bekendstaande professionele drukprocedés in kleur, maar ook de chique staaldruk van Van Grinsven, werden voorafgegaan door ontwerpen van hoge kwaliteit.

Dit, door toedoen van grafisch ontwerper Pijpers die zijn opleiding had genoten aan een gerenommeerde Duitse Kunstgewerbeschule, in Krefeld, even over de grens. Op de grafische vormgeving van De Stijl na, de club van onder meer Theo van Doesburg, Piet Mondriaan en Gerrit Rietveld, lag Nederland nog vrijwel in een diepe typografische slaap. De later gerenommeerde Akademie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven en de Academie voor Kunst en Industrie in Enschede hadden pas hun eerste kleine stapjes gezet.

De drukkerij van vader H. C. Van Grinsven werd in 1959 gedreven door drie zonen, respectievelijk meneer Theo die de drukkers aanstuurde, meneer Jan die de acquisitie deed, en meneer Funs die de zetterij onder zijn beheer had. De ontwerpafdeling viel ook onder de zetterij, meneer Funs. Meneer Jan zag ik een enkele keer in de verte naar zijn gestroomlijnde Buick lopen, en ook meneer Theo zag ik slechts op afstand lopen, vooral zo leek, steeds zoekende naar iets onbestemds.

Door het hebben van enige communicatievaardigheden maakte ik als 15-jarige gemakkelijk contact met de mannen in de zetterij of met de drukkers aan de persen, en maakte zo nu en dan een praatje. De jongens van de drukkerij, voor mij toen mannen, bleken een beetje beducht te zijn voor meneer Theo, vooral als hij in hun buurt was. Als een drukpers eenmaal aan het draaien was stonden in no time stapels kant-en-klaar foutloos drukwerk naast de machine opgetast om vervolgens naar de snijmachines te kunnen worden gebracht. Meneer Theo was de mediamieke opperstalmeester van de stapels drukwerken, die een neusje bleek te hebben voor het opsporen van misdrukken.

De drukkers hielden de persen vrijwel altijd nauwlettend in de gaten om te zien of er zich geen storingen voordeden, en of er niet ergens een misdruk tussendoor glipte. Dit was de reden waarom de drukkers nerveus werden als meneer Theo in de buurt van een stapel drukwerk kwam.

Als jongen kon ik destijds op afstand al zien of iemand uit het goede hout was gesneden, of ook juist niet. Meneer Theo met een volle mooie bos grijzende haren naar achteren gekamd had voor mij de uitstraling van een beminnelijke man, vrij introvert met weinig woorden, zo leek, en met een hoog beschavingsniveau, die zeker niet de bedoeling had drukkers voor de voeten te lopen of te schofferen, echter…

Meneer Theo bleek een paranormale man te zijn!

Ondanks dat ik al het een en ander van astrologie wist, was het woord paranormaal me onbekend, laat staan dat ik wist zelf paranormaal te zijn of te worden. De drukkers vertelde mij het waarom van de schrik voor meneer Theo. Telkens als hij op een van de stapels drukwerken afstevende, bleek ergens in de stapel een of meerdere misdrukken zich te bevinden, dit tot beroepsmatig verdriet of lichte gene van de drukker.

Meneer Theo, zo kan ik nu als paragnost op mijn beeldscherm reproduceren, liep in gedachten en met het hoofd enigszins gebogen in een soort trance van stapel naar stapel, en begon menigmaal in een stapel te wroeten tussen de duizenden zojuist bedrukte exemplaren. Na enig bladeren tussen de ontelbare vellen bedrukt papier in een stapel van een of twee meter hoog, haalde hij de misdrukken er blindelings uit. Soms ter hoogte van bijvoorbeeld 25 centimeter vanaf de vloer gerekend, om een seconde later een tweede misdruk ergens op 75 centimeter hoogte van dezelfde stapel eruit te vissen. De twee misdrukken die de stapel drukwerk bevatte werden met een destijds nog onbekende paranormale techniek er feilloos uitgehaald.

Hoeveel kans in termen van statistiek maakt een gewone sterveling om dit te reproduceren. Ten slotte moesten klanten geen rommel krijgen uit een van de beste drukkerijen van toenmalig Nederland, zo moet de met gaven toegeruste meneer Theo gedacht hebben.

Op die manier deed meneer Theo steeds zijn ronde, al lopende op het pad geflankeerd met links en rechts de ratelende drukpersen. Een pad dat zich uitstrekte vanaf het kantoor aan de voorzijde van het gebouw naar het einde waar onder meer de messcherpe snijmachines zich bevonden. Zijn loop in hele of halve trance tussen de drukpersen door had gelijkenis met de gang van een brevierende priester in kerk of tempel, maar dan gepositioneerd in een vorig leven, in een andere incarnatie. De mediamieke trance van meneer Theo moet een primair aspect in zijn leven zijn geweest, het opsporen van misdrukken secundair, een deel van zijn broodwinning. Anders gezegd, de paranormale gaven van de paranormale meneer Theo vonden hun toepassing in de wereld van drukkers en zetters.

Letters vallen astrologisch onder de planetaire invloedsfeer van Mercurius, woorden en taal idem dito. Zoals ook typografie en design, allemaal Mercurius, die en dat me een leven lang zou blijven boeien.

In 2009 en 2010, om en nabij het schrijven en redigeren van mijn eerste boeken over het vorige leven van Formule-1 coureur Ayrton Senna als Tibetaanse monnik, deed meneer Theo, waar ik eerder nooit contact mee had, intrede in mijn leven. Soms per plotseling, me nog nergens van bewust, begon ik te wroeten in een tekst die ik eerder geschreven had en al tijden als gereed beschouwde.

De tekst die ik willekeurig had opengeslagen, zo ontdekte ik, bleek ergens in een regel één spatie te veel of te weinig te hebben, of typografisch een verkeerde letter ‘r’ te bevatten. Nog van geen paranormaal kwaad bewust zei ik tegen mezelf ‘wat goed dat ik dat op de valreep nog ontdekt heb’. Het werd van positief kwaad tot erger en binnen de kortste keren ontdekte ik veelvuldig bij ‘ingeving’ dat ergens in een tekst een typografische hapering had plaatsgevonden, meestal op niveau van interpunctie.

Door de herhaaldelijk specifieke correcties werd ik op het spoor gebracht van meneer Theo. Tijdens de corrigerende interpunctie verscheen hij op een dag op mijn innerlijk beeldscherm, ik ‘dacht’ ineens aan hem. Dit terwijl hij me nooit eerder ‘verschenen’ was. Dit was dus niet ik die de correcties maakte, dit kwam uit de koker van een ander. De bewijzen stapelden zich op, dit kwam uit de geestenwereld, van meneer Theo.

Ook hij had er blijkbaar belang bij zich kenbaar te maken als zijnde degene die kleine vergissingen wilde corrigeren. In het begin werd ik door hem op het spoor gebracht van specifieke missers die zo snel door mij hadden kunnen worden opgespoord. Sinds 10 jaar is meneer Theo, naast een leger aan andere geesten die me bijstaan, een betrouwbare gids, specifiek op het gebied van interpunctie en taal. Sinds kort wordt het corrigeren van typografische missers heel voorzichtig opgevolgd door hints die meer inhoudelijk kunnen worden opgevat. Heel bescheiden als geest en niet opdringerig.

Een fijne man meneer Theo, ik mag hem erg graag, en als eerbetoon heb ik delen van zijn naam verwerkt in het wachtwoord van een van mijn programma´s. Zodoende is en blijft hij actueel in mijn dagelijkse leven.

Geleidegeesten hebben reïncarnatief gezien allen een andere achtergrond, bewandelden andere vorige levens. De vroegere medicus en president van Brazilië, Juscelino Kubitschek, een van mijn (politieke) geleidegeesten, informeerde mij maanden voor de verkiezingen in de Verenigde Staten dat niet Hillary Clinton maar Donald Trump president zou worden. Kubitschek kan in een volgend leven drukker of zetter zijn in Venlo, en meneer Theo kan arts of president van Brazilië zijn, zo kunnen globaal de mondiale kaarten komen te liggen.

De hoge hosanna-roeptoeters die hun geleidegeesten enkel en alleen en bij voortduring positioneren in spiritueel hooggebergte, kunnen maar beter hun zelfgecreëerde torentjes in de fik steken. Eenvoudige mensen als u en ik kunnen daardoor niet meer zo snel op een spiritueel dwaalspoor terechtkomen, er is al zoveel wierook in de wereld.

 

TOEVOEGING 16-01-2019

Zelfs in een column over meneer Theo, de bovenstaande, is het mij gelukt een letter te vergeten. Gedrevenheid is mijn aard, als schilder, schrijver, docent, danser en paragnostisch medium. Oorzaak waardoor achteraf menigmaal een correctie in een tekst moet worden toegepast. De column over meneer Theo beschouwde ik al enige tijd als af, afgerond en tweemaal nagelezen. Hoe opmerkelijk, vanochtend in alle vroegte duidde meneer Theo mij op een kleine vergissing, in, nota bene, ‘zijn’ column. Het duiden kreeg ook ditmaal vorm door een signaal in mijn gemoed, we noemen zoiets paranormaal, een onbestemde drang, echter onbewust, om de column nog eens na te lezen.

Tot mijn verwondering, meneer Theo bleek al vroeg wakker te zijn, wees hij me op een kleine misser in de tekst. In de zinsnede ‘Nog van geen paranormal kwaad bewust…’ ontbrak in het woord ‘paranormaal’ de tweede ‘a’. De vergissing moet worden toegeschreven aan het veelvuldig gebruik van het woord ‘paranormal’ in mijn Spaanse columns en artikelen van de laatste tijd.

 

TOEVOEGING 17-10-2019

Dat geesten in metaforische zin, in een joods-christelijk, hindoeïstische dan wel islamitische hemel, hel, of vagevuur bijleren is bekend, althans bij de paranormalen of meer parapsychologisch geschoolden onder ons. Het Amerikaanse medium Edgar Cayce gebruikte daarvoor de term “Sojourn”, de tijdspanning tussen twee incarnaties in, die als een verblijf wordt gezien binnen de invloedssfeer van een van de astrologische rijken, zoals het rijk van Mercurius, Saturnus, Uranus of gelieerd aan een van de andere planetaire rijken binnen ons stelsel. Met het educatieve verblijf, bijscholing, binnen een van deze rijken wordt voor alle duidelijkheid niet een verblijf op een van de stoffelijke planeten bedoeld.

Als voorbeeld: Men kan zich grondig in de Engelse of Franse taal- en letterkunde verdiepen zonder fysiek in Engeland of Franrijk te gaan wonen. De Olympisch meervoudig gelauwerde Amerikaanse turnster Simone Biles met op de mat een lichaam als een springveer zal tussen enkele sportieve incarnaties in zich ongetwijfeld binnen de invloedsfeer van Mars hebben bevonden, de sfeer die onder meer de bijscholing van fysieke kwaliteiten in het pakket heeft.

Als ik het goed zie bevindt meneer Theo zich in het rijk van Mercurius. Wie anders dan Mercurius gaat over letters, over typografie, en… over taal in al zijn hoedanigheden. Het was me enige tijd geleden al opgevallen dat meneer Theo zijn kosmische fiets in een andere, misschien wel hogere versnelling had gezet. Zijn hulp aan mij was zich aan het uitbreiden. Niet alleen typografische missers werden opgemerkt, maar stilaan ook grammaticale vergissingen. Meneer Theo is zich dus aan het bijscholen in de Mercuriale hemel, het rijk van Mercurius, zonder zoals we hebben geleerd zich op de planeet Mercurius te bevinden. Wegens de temperatuurverschillen zou dat ook wat lastig zijn, van -180 ºC tot aan +427 ºC. Meneer Theo duidde mij namelijk op de zinsnede “…kunnen daardoor niet meer zo snel op een spiritueel dwaalspoor terecht komen.” De tip van gene zijde, van Meneer Theo betrof “terecht komen”. Zouden de twee delen aan elkaar geschreven moeten worden? zo vroeg ik me ineens af. Ik meende het eerder te hebben uitgezocht, echter, meneer Theo leek me wakker te schudden.

Onze Taal leerde me dat het werkwoord terechtkomen een samengesteld werkwoord is, opgebouwd uit twee delen die ook als losse woorden voorkomen, en uit een werkwoord bestaat dat meestal vooraf wordt gegaan door een bijwoord, bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord. De Belgische taaltelefoon leerde me weer dat de twee delen nooit ofte nimmer los van elkaar dienen te worden geschreven als deze binnen een zin naast elkaar staan. Het (kunnen) terecht komen moest ik dus vervangen door (kunnen) terechtkomen, een hele spatie aan grammaticaal verschil. Met dank aan meneer Theo, die daar in de sfeer van Mercurius zijn zaakjes goed op orde heeft, en zich verder ontwikkelt ten behoeve van wellicht een nieuwe incarnatie, of om het eens op z´n Venloos te zeggen, um zoeëmaar, veur de kloeëte van de hermenie, umdet ut leuk is.

 

TOEGEVOEGD 21-01-2020

Hoe dode paragnosten foto´s versturen

De naam Theo van Grinsven (1901- 1983) die sinds het publiceren van mijn artikel november 2018 abusievelijk met Wim werd aangeduid, is op voorbeeldige en parapsychologisch interessante wijze door correctie in ere hersteld. Welk gereedschap heeft een doodgewone overledene, nou ja doodgewoon, om een existentiële vergissing te corrigeren? Meneer Theo, zo kan men in het artikel lezen, kon tot op heden via mijn zenuwstelsel me instrueren wanneer ik een typografische fout maakte en dirigeerde mij paranormaal, paragnosten onder elkaar nietwaar, dan naar de betreffende pagina. Het werd wat lastiger voor hem mij de naamsverwisselingen onder de aandacht te brengen.

In de loop van mijn leven als paragnost en medium heb ik ervaren dat met name (paranormaal begaafde) overledenen zo hun eigen trukendoos hebben voor meervoudig gecompliceerde zaken op het terrein van informatieoverdracht. Een van de voorbeelden is de manier waarop een overleden collega paragnost eens een foto naar me stuurde vanuit het dodenrijk, uiteraard via tussenkomst van levende zielen. De ingenieuze tovertruc is beschreven in “Hoe dode paragnosten foto´s versturen” aan het eind van het artikel “Meester paragnost Jaap Eising gedesincarneerd”.

Meneer Theo, zoals hij in de Venlose drukkerij werd genoemd, moet zich hebben afgevraagd welke astrale techniek hij zou kunnen aanwenden om mij de naamsverwisselingen aan het paranormale verstand te brengen. Zijn beminde zoon Rob werd voor het karretje gespannen, en eveneens via het zenuwstelsel, zo werkt dat nu eenmaal, werd deze ingestraald bij ‘ingeving’ om eens te googelen op Drukkerij H.C. van Grinsven, wetende ook welke warme gevoelens zijn zoon heeft voor delen van het verleden. Tevens kon Theo, de man van weinig woorden als gevolg van een vroegere incarnatie, opnieuw laten blijken hoeveel hij van zijn zoon houdt en dat tijdens zijn leven wat vaker had willen uiten.

Zoon Rob van Grinsven werd voor het karretje gespannen, en Martien de paragnost deed de rest, zelfs een foto van Theo kon uit de Venlose archieven worden opgedoken. Hierbij het verhaal van zoon Rob.

 

TOEGEVOEGD 21-01-2020

Mag ik mij even voorstellen!

Mijn naam is Rob van Grinsven (1946) en ben de zoon van Theo van Grinsven in het artikel van Martien Verstraaten genoemd als Wim (lees Theo).

lk woon samen met mijn vrouw Elly in Venlo-Zuid Nl, op een steenworp afstand van de vroegere drukkerij H.C. van Grinsven (1903) in 1952 verplaatst naar Industrieterrein de “Veegtes”.

Naast de “oude” drukkerij ligt een lap grond waar momenteel grondwerkzaamheden worden verricht voor de bouw van woningen. Ik kom daar regelmatíg voorbij en mijn gedachten dwalen dan af naar mijn kinds jaren.

Zo ook, korte tijd geleden, ik was in gedachten verzonken over vroegere tijden. Bij thuiskomst ben ik voor mijn computer gaan zitten om enige administratieve zaken af te werken en daarna wat te googelen. Onbewust typte ik de naam H.C van Grinsven in.

Bijna onmiddellijk viel mij de link op “Allerzielen en mijnheer Wim(Theo)…en de naam Drukkerij H.C van Grinsven.

Hierop geklikt, zag ik tot mijn verbazing een foto (circa I978) van de drukkerij in op het industríeterreín de “Veegtes”.

Met stijgende verbazing al verder lezende, was het alsof ikzelf een reis in het verleden maakte door de drukkerij waar ikzelf werkzaam ben geweest van 1969 tot 1978.

Het beeld van mijn vader zoals Martien dit in zijn artikel schetste was verbluffend herkenbaar. Zo kende ik mijn vader. Het was alsof hij weer naast me stond. Dat hij een gave bezat om misdrukken op te sporen was a{gemeen bekend ook onder de drukkers. En ook volgens overlevering van mijn neef Huib van Grinsven kon hij feilloos schatten hoe zwaar een pak drukwerk woog.

Mijn vader was inderdaad een man van weinig woorden en ik had altijd de indruk dat zijn gedachten vaker afdwaalden. Hij was een beminnelijke man en ruzie en zelfs woordenwisselíngen waren niet aan hem besteed. Door zijn uitstraling heeft hij mij veel geleerd niet als een leermeester.

Martien, als paragnost heeft een heel eigen visie en kijk op aardse en niet aardse zaken.

De ingeving van mijn “klikmoment” op de link naar het artikel van Martien blijft voor mij bijzonder.

Mijn geest is in deze te weinig ontwikkelt.

Maar het geschilderde verhaal hierboven dwingt je wel tot nadenken dat er wel eens meer kan zijn tussen hemel en aarde. Door het artikel van Martien ben ik nog dichter bij mijn vader komen te staan.

 

Update 21-01-2020