Pablo Picasso: Mijn vorige leven als Afrikaanse magiër in gevangenschap

Foto (detail): Wikipedia / Mar11

INTRODUCTIE

De eerste beelden van Pablo Picasso´s incarnatie in Afrika dienden zich reeds vluchtig aan tijdens het schrijven van het artikel Pablo Picasso: Een Afrikaanse magiër incarneerde in Spanje. Picasso had, naast andere incarnaties zoals een Japanse waar zijn kunstenaarsoog en penseelvastheid was gevormd door eindeloos te kalligraferen en prenten te tekenen, onmiskenbaar ook een 24 karaat Afrikaanse incarnatie. Maar ook andere culturen en klassieke kunststromingen voedden in oudere tijden het talent van de entiteit die Picasso zou worden. De extrasensorisch verkregen informatie over de incarnatieve voorloper van Picasso in Afrika loog er niet om.

De kunstenaarshand van Picasso in eerdere incarnaties, toen deze incarnatieve voorlopers nog niet Picasso heetten, werd voor een belangrijk deel mediamiek gestuurd door Goden, geesten en gedesincarneerde entiteiten. Het waren de geesten van technisch vaardige schilders die al in hun werkzame leven kunsthistorisch hoge ogen hadden gegooid, en waarvan we de werken kunnen bewonderen in nationale musea in Florence, Madrid, Parijs of Amsterdam.

 

EEN AFRIKAANSE MAN

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Door channeling wordt een eerste filmbeeld van ‘Picasso in Afrika’ zichtbaar.

Een man, een Afrikaanse magiër, zit in kleermakerszit die voor hem de gebruikelijke pose is, te werken op een open plek tussen twee tegenover elkaar staande hutten. Voor hem bevinden zich attributen voor magische toepassingen zoals genezen en orakelen, het wichelen. Een kleintje vuur behoort bij de standaarduitrusting, zijn gereedschap, zoals een smid altijd vuur bij de hand heeft om te kunnen werken. Harsen, plantdelen en andere stoffen dienen het vuur om offergaven van degenen die zich tot hem wenden te laten branden en als rook op te laten stijgen naar de geestenhemel, waar zowel zijn geesten als die van zijn cliënten zich bevinden.

Alvorens deze magiër waar te nemen, liet de gedaante van Picasso zich zelf even in kleermakerszit zien, om weldra te vervagen en over te gaan in het beeld van zijn Afrikaanse incarnatie.

Tijdens regressies naar vorige levens, zo is mijn ervaring, verschijnt menigmaal eerst het beeld in het heden van man of vrouw, bijvoorbeeld via zijn of haar specifieke lichaamshouding op dat moment, om vervolgens over te gaan in een vergelijkbare pose in een eerdere incarnatie.

De channeling met Picasso blijkt synchroon te lopen met veel voorkomende ervaringen tijdens regressies met levende personen. Alsof Picasso al op voorbaat zelf regresseert.

Picasso´s incarnatieve voorganger is duidelijk kleiner dan Picasso´s met zijn relatief kleine gestalte, en heeft daarbij aanmerkelijk grote voeten. Zijn verschijning in westerse ogen is opmerkelijk, de verhoudingen van lichaamsdelen tot elkaar zijn anders, een volwassene in een soort kinderlichaam, zoals onder meer bij pygmeeën kan worden gezien. Maar hij is geen pygmee, hoewel de lichaamsconstructie er verwantschap mee heeft. Antropologisch gezien zou het ras waartoe hij behoort historisch een meng-, of in fysieke zin, een onderras zijn.

Zijn hoofd heeft vrij grove trekken, een brede mond maar met fijner gevormde lippen. De onderlip die iets dikker is blijkt in het midden eeuwig stuk te zijn door een chronisch kloofje, ook wel bekend als ‘median lip fissure’. Opvallend in het grove gezicht zijn ook de relatief lange wimpers. Door het altijd blootsvoets lopen bevindt zich een dikke eeltlaag onder zijn grote voeten, die gelig van kleur is. De gele kleur is niet biologisch van oorsprong maar ontstaan door omgevingsfactoren die zijn habitat kenmerken. Zijn sleutelbenen zijn goed te zien, en ondanks klein van stuk is hij op de smalle billen na breed van bouw, vooral de romp, terwijl hij verder slank oogt, zelfs atletisch aandoet.

In het eerste waargenomen beeld legt hij vaak zijn linker hand kruislings over zijn borst heen op de rechter schouder. Het schoudergewricht blijkt namelijk chronisch pijn te doen, en een eerder ontstoken en jeukende insectenbeet blijft nieuwe insecten aantrekken. Het wegslaan is in de loop der tijd een automatisch gebaar geworden, een fysieke mantra die lijkt op een religieus gebaar.

Hij is relatief jong, nog geen 40, in ieder geval al 35, hoewel een beginnende kaalheid zich al aandient. Door zijn dunne vaalbruine haren heen, een mengvorm van kroes en sluik haar, is midden op de schedel al een kalende plek te zien.

Hij spreekt niet zo veel, is geen prater, maar meer een denker en doener, die astrologisch zich onder Capricornus wel bevindt.

 

JAHH-MAN & AHH-VROUW, JAHH-MAN ZIJN WERK

Tweede extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
De Afrikaanse man, de magiër, doet zijn werk bij de innerlijke wetenschap dat zijn vrouw hem steunt, én… tot in de eeuwigheid zal blijven steunen.

Het betreft een symbiotische relatie die zelfs postmortaal zal blijken te zijn. In hun taal noemt zij hem Jahh-man toen sinds hun eerste samenzijn hij haar riep en zij zo antwoordde, en zo is het gebleven. Hij noemt haar Ahh-vrouw toen sinds hun eerste samenzijn zij hem iets vroeg en hij zo antwoordde, en zo is het gebleven. Jahh-man, magiër, genezer en geestenbezweerder is wat werkuitoefening betreft als een handwerksman, gestaag doorwerken van vroeg tot laat en consciëntieus in de uitvoering: het in ambachtelijke zin contacten leggen met het hogere, met de geestenwereld.

Een van attributen en werktuigen die de in kleermakerszit zittende Jahh-man voor zich heeft liggen is een primitief aandoend ‘voorspellingsmachientje’, dat een op vele plaatsen gemerkt koord over twee a drie rammelende houten wieltjes, poelies, laat lopen. Jahh-man draait aan een hendeltje waardoor het vezelig koord gedurende kortere of langere tijd, zoals bij het rad van fortuin, wordt voortbewogen over de wieltjes en stopt bij een magisch gemerkt gedeelte van het vezelige koord, of er eventueel naast. Hieruit kan als bij de tarot, I Tjing of ander divinatiesysteem het verleden of de toekomst worden afgelezen. De antwoorden staan als merktekens of kleuren op het koord geschreven.

Het is een komen en gaan van cliënten uit de eigen stam of uit andere stammen, tot uit de verre omtrek komen ze naar zijn sjamanenpraktijk. Jahh-man en Ahh-vrouw wonen heel ongebruikelijk een stukje buiten het dorp waar ze in feite toe behoren. De afscheiding geeft hen rust en een slepend conflict over een overleden kind kan daardoor uit de weg worden gegaan.

Ik besluit Picasso nu zelf aan het woord te laten door middel van een regressie naar een van zijn vorige levens, te beginnen bij het begin.

M: Goedemorgen Pablo Picasso in de hemel van beroemde schilders. Als een van de geesten in een serie van zes, stond u met pet op een foto afgebeeld op het affiche dat mijn eerste lezing in 2014 in Jerez de la Frontera, in Bar La Moderna, aankondigde. In het voorwoord van de lezing met als titel ‘Los espíritus espirituales y espirituosas’ (Spirituele en spiritueuze geesten) heette ik zowel u als vijf andere Spaanse geesten welkom op mijn lezing: Isabel la Católica, Herman Cortes, Luis Buñuel, Ignacio de Loyola en Theresia van Ávila. Enige historische Spanjaarden klopten direct of indirect al op mijn deur in het recente verleden om een paranormale blik te kunnen werpen in een van hun vorige levens die van invloed zou kunnen zijn op hun leven in Spanje. Lola Flores, Isabel la Católica, Antoni Gaudí en Tomas de Torquemada gingen u reeds voor. Gemakshalve zal ik u vanaf dit moment tutoyeren, voor zover er paranormaal al sprake kan zijn van taal zoals we die binnen de aardse dimensie kennen.

M: Ik breng je het bezoek aan het Parijse museum Trocadero zo dadelijk in herinnering, het bezoek waarbij je voor het eerst Afrikaanse maskers en sculpturen ziet in de vitrine, en waarover je in 1925 ten overstaand van mijn landgenoot jonkheer Roëll van het Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift berichtte:

“Omstreeks 1906, toen wij een zuiver-plastische vormkunst zochten, kregen we van alle kanten het overstelpende bewijs van wat komen moest. Voor mij brak het licht aan, toen ik ijverig studerend in de Romaansche en Gotische sculpturen van het Trocadero-museum ineens het pas-ingerichte kamertje met Afrikaanse en Polynesische afgodsbeelden ontdekte en verpletterd stond over hun inventie en synthese. Ik paste mijn ontdekkingen toe op de “Demoiselles d’Avignon,” welke Braque de uitlating ontlokte; “Dat is krankzinnigenwerk, net iemand, die karpet eet of petroleum drinkt”, en die de eerste aanleiding zijn geweest tot het kubisme, die heilzame “stade de fermes primaires,” waarvan Braque dus niet, zoals veelal gemeend wordt, de eerste ontdekker is geweest.”

M: Op tel drie breng ik je het bezoek aan het Parijse museum Trocadero in herinnering, Het is 1906, een, twee, drie…

Pablo: Ja, het is 1906 en tevens 1925, ik herinner me goed het interview met jonkheer Roëll in Rue La Boétie boven kunsthandel Rosenberg, zittend aan een donker vierkant houten tafeltje dat ietsje schuin midden in het vertrek staat. Ik zit iets dichter aan het tafeltje en Roëll uit journalistieke beleefdheid naar mij er iets verder van verwijderd. Het was een aangenaam interview, Roëll een man van standing en respect waarbij ik geen gene voelde me uit te spreken over mijn eerste ervaring bij het zien van Afrikaanse afgodsbeelden.

Pablo: Ja, het is opnieuw ook 1907, ik sta nu voor de nieuw ingerichte vitrine in museum Trocadero, de Afrikaanse afgodsbeelden treffen mij het meest.

M: Pablo, vertel wat er het eerste door je heen gaat, wat je sensorisch het eerste ervaart, voelt, ruikt, proeft of er in je hersenpan komt.

Pablo: Ik sta hevig te trillen op mijn benen, en schaam me, weet niet wat er met me aan de hand is. Nooit eerder heb ik dit ervaren. Ik kan de tinteling in mijn benen, heel koud door mijn dunne schoenen heen en dan vanaf mijn voeten tot aan mijn kuiten, niet stoppen. Alsof er ook een wind door de pijpen van mijn dunne geblokte zomerbroek waait.

M: Waar schaam je je voor Pablo?

Pablo: Uh, voor mijn vrienden en kennissen als ze me zo zouden zien, en voor mezelf eigenlijk. Ik begrijp niet waarom ik zo bang ben, zo verpletterend overstuur. Niemand hoeft te weten dat ik Picasso, bang ben voor iets dat ik niet ken. Ik zal het aan niemand vertellen.

M: Wat vertellen je ogen je gevoel, als je de beelden ziet?

Pablo: Ik weet het niet.

M: Wat weet je niet?

Pablo: Ik weet niet wat ik zie.

M: Wat zou je zien als je wel zou weten wat je ziet?

Pablo: Dan zie ik in de Afrikaanse beelden iets van mezelf, als de kunstenaar die het gemaakt heeft, maar dat kan natuurlijk niet.

M: Alles kan, zeker bij een kunstenaar. Wat in de beelden zou je kunnen herkennen als een deel van jezelf? Gebruik je onbegrensd voorstellingsvermogen.

Pablo: Alles. Ik zou er alles in kunnen herkennen als iets van mezelf. Al inbeeldend zou ik imaginair zelfs de maker kunnen zijn van de Afrikaanse sculpturen, alsof ik deze eerder gezien of gemaakt heb. Ik begrijp de vormen, de vereenvoudiging die abstractie is gaan heten en tot kubisme heeft geleid. Ik begrijp de beeldende discipline waaruit ze zijn ontstaan, zowel emotioneel als intellectueel. Ik meen te begrijpen door welke rituele vormentaal de sculpturen een magische werking kunnen hebben gekregen. Het is hogere religie terwijl ik nooit in religie gelooft heb.

M: Heel mooi. We gaan in de regressie nu terug naar het moment dat je voor het eerst voor de vitrine staat, dat een koude wind optrekt door de pijpen van je zomerse pantalon vanaf je voeten naar je kuiten, je staat te trillen op je benen. Voel het opnieuw in alle hevigheid.

Pablo: Ja, ik voel het weer.

M: Vanaf dit moment katapulteer ik je naar een vorig leven, naar een vorig leven waarbij je hetzelfde gevoel ervaarde als staande voor de vitrine in het museum. Je zult opnieuw staan te trillen op je benen, maar in een ander leven, in een andere tijd. Ik tel tot drie, en bij drie bevindt je je in een vorig leven dat een synchrone relatie heeft met het trillen tijdens het bekijken van de Afrikaanse afgodsbeeldjes in Parijs. Een, twee, drie…

M: Vertel wat als eerste in je opkomt, wat je als eerste ervaart, ziet, hoort, ruikt, proeft of anderszins emotioneel ervaart. Vertel NU wat in je opkomt…

 

DE DOOD VAN EEN ZIEK KIND

Pablo: Ik ben diep geschokt, emotioneel. Mijn benen trillen hevig, mijn rechterbeen het hardst. Een man met een grote haardos staat voor me. Ik word beschuldigd, hij kijkt me met doordringende ogen aan.

M: Aha, kijk allereerst naar je lichaam, en voel je lichaam.

Pablo: Mijn lichaam is vrij klein, kleiner dan van mij als Picasso, en met grote voeten. Als ik naar beneden kijk zie ik dat ik met blote voeten op de grond sta. De grote tenen zijn extra groot.

M: Vertel verder.

Pablo: Mijn borstkast is groot, breed, ik kan gemakkelijk ademhalen en ver lopen als ik wil. Ik ben niet blank als de Picasso in Spanje, maar donker van huid, hoewel niet helemaal negroïde van kleur maar vaalbruin.

Pablo: De man met de grote bos haren op zijn hoofd en doordringende boosaardige ogen die voor me staat is donkerder van kleur. Hij behoort tot een andere stam als waartoe ik behoor, de onze is lichter van kleur. We zijn in Afrika.

M: Aha, concentreer je opnieuw het trillen in je benen. Wat is er gebeurd, waarom staat die man voor je waardoor je op je benen staat te trillen.

Pablo: Zijn kind is gestorven, en ik ben de schuld zegt hij woedend.

M: Jahh-man, waarom zou je schuldig zijn?

Pablo: Hij is bij me geweest voor behandeling van zijn zieke kind. Het kind is gestorven, maar ik ben niet schuldig.

M: Ga opnieuw naar het moment dat de vader van het kind voor je staat. Je benen trillen, vooral je rechterbeen. Hij kijkt je doordringend aan. Op tel drie beleef je de situatie weer in alle hevigheid. Een, twee, drie…

Pablo: Ja, het is als de dag van gisteren. De blik in zijn ogen treffen mij het meeste. Ik ben geschokt. Hij gebruikt weinig tot geen woorden, een enkele klank om me te beschuldigen. Het zijn de woorden die uit zijn ogen komen die me diep raken.

M: Jahh-man, wat zegt hij met zijn ogen?

Pablo: Dat ik een dief ben, dat ik de ziel van zijn dochter heb gestolen. Dat ik haar ziel wil gebruiken voor magische doeleinden. Dat ik met haar jonge ziel een oudere man wil genezen en hem eeuwig leven wil geven.

M: Wat is je reactie op die beschuldiging?

Pablo: Ik voel me diep vernederd. Ben terneergeslagen en tegelijkertijd enorm boos op hem. Met de blik in mijn ogen vertel ik hem dat. Maar zijn ogen blijven de beschuldiging herhalen, als een herhalende mantra aan een stuk door.

M: Waarvoor kwam ze bij jou, en wat hield je behandeling in?

Pablo: Ze had pijn aan de keel, al heel lang, door een soort hik met veel hoesten en braken. Ze kon niet meer gewoon eten en vermagerde. Haar hele borstkast was opgezet en aangedaan, alsof de geest van een vals dier er in woonde. Ik heb planten voor haar gekookt en het sap meegegeven om te drinken om keel en borst te kalmeren. Het valse dier in haar borst heb ik uitgedreven door een stukje van haar kleding ritueel te verbranden in het genezende vuur dat zich altijd voor me bevindt. De rook stuurde ik naar de hoogste wolken boven ons bos.

M: Waarom of waardoor is ze dood gegaan?

Pablo: Dat weet ik niet precies. Misschien dat het valse dier al te lang in haar borst woonde, of dat het sap niet sterk genoeg was om keel en borst te genezen. Tot nu toe waren mijn geesten machtig genoeg om pijn of allerlei kwalen te verdrijven.

M: Jahh-man, ik spoel je leven nu enkele jaren vooruit. Vertel waar je bent en wat je doet.

 

DE GROT, DE VERBANNING, MAGISCHE MASKERS

Pablo: Ik ben een gevangene, ik woon in een grot, een heilige grot waar sinds het begin van onze volk de vooroudergeesten wonen. De grot heeft geelachtige muren en ontvangt van boven maar een beetje daglicht en bevindt zich vlakbij de twee hutten waar ik met Ahh-vrouw woonde. Het is er altijd koud, ik mis de zon. De mannen van de clan waartoe ik behoor hebben me gevangen gezet omdat ik de ziel van de dochter van de man met de ogen zou hebben gestolen. Ik ben in ongenade gevallen en het is me verboden om nog als ‘planten- en andere dingen-sjamaan’ te werken. De straf van de oudsten van de clan is dat ik het daglicht niet meer mag zien waardoor mijn geest geen onheil meer over de omgeving zou kunnen uitstorten.

M: Umm, ga verder.

Pablo: Ik mag de grot niet uit, er wordt gecontroleerd of ik nog in de grot ben, anders word ik gedood. Ahh-vrouw mag contact met me hebben, en brengt me voedsel.

M: Umm, Ga verder.

Pablo: Ik heb gezworen nooit meer mensen te behandelen, maar ik kan het niet laten. Ahh-vrouw brengt verzoeken voor behandeling van mensen die wel in me geloven. Ik heb me daardoor toegelegd op het maken van maskers en kleinere magische beelden van hout die de zieke voorstellen en die bezield worden door een van mijn geesten. Behandelingen op afstand, dat is veiliger voor mij en de oudsten van de clan hoeven het niet te weten. Maar ik ben nog niet zo goed in het hakken en snijden van maskers en beelden, ik moet het nog leren in de loop der jaren.

M: Jahh-man, op tel drie ben je aan het werk in de grot, je bent een beeld aan het maken dat een magische uitwerking zal hebben. Een, twee, drie…

Pablo: Ik woon al een tijdje in de grot die is ingericht als de hut waar ik eerst woonde, maar het is en blijft er altijd koud. Ik zit opnieuw in kleermakerszit een beeld te bewerken waarvan al hakkend en snijdend ik eerst de grove contouren zichtbaar heb gemaakt. Het is moeilijk.

M: Wat is moeilijk Jahh-man?

Pablo: Ik weet hoe ik een beeld een magische uitwerking kan laten krijgen, maar het bewerken, hakken en snijden in weerbarstig hout, is moeilijker. Ik heb nog maar weinig ervaring en put kennis uit wat ik bij andere masker-sjamanen in mijn familie, zoals bij mijn broer, altijd zag. Ik ben de enige van ons die niet gelijk masker-sjamaan werd maar zich eerst bekwaamde als planten- en andere dingen-sjamaan.

M: Vertel in detail hoe jouw maskers en beelden een magische uitwerking krijgen om anderen te beïnvloeden, te genezen.

Pablo: Het is een magische wisselwerking tussen vorm en inhoud, als bij Russische iconen die door hun makers een magisch-religieuze werking hebben meegekregen, of bij relikwieën van gebeente van heiligen die door aanraking genezing kunnen bewerkstelligen.

Het is als met planten die ik als Jahh-man gebruik voor genezing en die vooraf, via mij door geesten worden aangeraakt. Planten die eerder geen geneeskrachtige werking hadden worden na aanraking door mijn geesten geneeskrachtig, althans voor de zieke die ik op dat moment behandel. Op die manier maak ik ook de houten maskers en beelden die na tussenkomst van mijn geesten tot ritueel geneesmiddel worden. Het hout in een bepaalde vorm gesneden wordt een geneesmiddel voor de zieke, die door er naar te kijken en door het aan te raken, geneest van zijn kwaal.

Pablo: Ik heb vandaag de ruwe vormen voor een masker voor een zieke met oogproblemen uit hout gehakt. De magische behandeling, de genezing van haar ogen, vindt nu plaats als ik het masker in detail bewerk terwijl ik contact maak met mijn geesten tijdens het uitsnijden en bewerken van de ogen. Ik bewerk in hout de ogen van de zieke die zich via haar broer bij Ahh-vrouw heeft aangemeld om een genezend masker door mij te laten maken.

M: Pablo, vertel hoe je als Jahh-man, als rituele masker-sjamaan, de ogen in hout bewerkt, eigenlijk de ogen van de zieke vrouw, wat je voelt, wat je denkt, hoe je tewerk gaat als je contact legt met de geesten. Beschrijf de procedure.

Pablo: Ik zit, benen gekruist als altijd, het masker voor me te bewerken. Ik ben rustig, ben een rustige man, totdat… ik contact maak met mijn geesten. Dan verandert alles in mij alsof er een storm met windvlagen in het dorp woedt. Ik ben niet meer alleen Jahh-man, maar onderdeel van een groep geesten. En zo weet ik al lang, ik ben dan ook een beetje Ahh-vrouw die altijd en overal binnen en buiten me is, zij geneest mee zonder dat ze het weet.

Door de geesten verander ik, ik luister naar de verschillende geesten die zich in mij nestelen. Sommige hebben een andere boodschap, ze verschillen van elkaar. Een geest legt de nadruk op de ogen van de zieke, een andere geest wijst naar het voorhoofd van het masker waar de gedachten van de ziekte zich zou hebben genesteld, terwijl weer een ander wijst naar de mond waar verkeerd eten in is gekomen of naar de oren omdat de zieke zich heeft laten ompraten door een verkeerde man.

Door de vele informatie moet ik keuzes maken tijdens het bewerken van het beeld. De geest die over de ogen gaat beschouw ik op dit moment als de belangrijkste, daarna komt de voorhoofd-geest en als laatste de mond-geest.

Ik richt me op de ogen en begin te snijden in het hout terwijl ik word gestuurd door de ogen-geest. De ogen die ik maak worden symbolisch de ogen van de zieke. Al bewerkend snijd ik de ziekte uit de ogen en laat de zieke vrouw op een andere manier naar haar stamgenoten kijken. Ze moet zien wie te vertrouwen is. Ik geef haar nieuwe ogen. Nu ga ik naar het voorhoofd, het wordt langer en hoger, er moet meer ruimte komen voor eigen gedachten. Het voorhoofd bewerk ik lang, maak het zo glad als de zwarte stenen in de rivier. Haar oren maak ik klein zodat geen verkeerde woorden kunnen binnenkomen en ze alleen het ruisen van het water en andere natuurgeluiden kan horen.

Ik werk zolang totdat de honger van een bewust gekozen lege maag ondragelijk wordt en ik voor het moment afscheid van mijn geesten neem.

M: Hoe werkt de wisselwerking tussen vorm en inhoud, hoe doe je dat?

Pablo: De vorm is altijd het gevolg van de inhoud. Een ballon krijgt zijn vorm door de inhoud, de hoeveelheid lucht of gas, die het bevat. Een plant krijgt stengel of bladvorm door het biologisch beginsel dat deze sinds zijn geboorte als inhoud in zich draagt, het is de oorspronkelijke geest van de plant. De geest die binnen dikke lianen in het bos woont, genereren nooit het type blad van planten in de rivier, en de geest van rivierplanten nooit het blad van planten in het bos. Met het maken van maskers en andere beelden is het niet anders. Door de geest van de zieke krijgt het beeld de uiteindelijke vorm.

M: Hoe doe je dat met houten maskers of beelden?

Pablo: Ik kijk in gedachten welke vorm de geest van de zieke en zijn ziekte heeft, bijvoorbeeld van de ogen of het voorhoofd. De vorm van de ziekte wordt de grondvorm in het hout. Om de ziekte te genezen maak ik contact met de oorspronkelijke geest van de zieke toen deze nog gezond was. Met hulp van mijn geesten ga ik dan de ogen of het voorhoofd van de zieke in het masker verbeteren. De grondvorm van ogen of voorhoofd wordt dan veranderd, verbeterd. Dat is het magische ritueel dat ik doe, en die ook door alle andere masker- en beeldenmakers van ons volk worden toegepast.

Tijdens het gladmaken van het masker, schrapen, een rituele handeling waar ik uren achter elkaar mee aan het werk ben, roep ik de geesten aan om in het masker te gaan wonen. Als het masker klaar is wordt het opgehaald door de zieke of door zijn familie om te worden gebruikt. Mijn maskers genezen vele zieken zo is mij verteld.

M: Hoe vergaan je dagen, weken, maanden en jaren in de grot?

Pablo: Door het isolement ben ik overdag als ik aan het werken ben vrijwel permanent in contact met de voorouders. Maar ´s nachts is mij rust gegund, en kan lichaam en geest herstellen van de inspanningen. Ahh-vrouw brengt mij elke dag eten, we praten niet door woorden met elkaar, dat is verboden, maar door het overbrengen van gedachten.

M: Jahh-man, waarom is praten verboden?

Pablo: Dat is altijd zo geweest. In de vooroudergrot mochten geen andere stemmen dan de onhoorbare stem van de voorouders klinken. Ik ben verbannen, maar tevens bevoorrecht om permanent in de heilige grot te mogen leven. Het is een straf en een voorrecht. Maar ik, mijn lichaam en geest, mis de zon. Als ik opnieuw geboren zou kunnen worden zou ik onder de volle zon geboren willen worden, in een gebied of land waar als hier dagelijks veel licht is en de hemel permanent blauw. Maar dan wel samen met Jahh-vrouw die gelijktijdig mijn vrouw, zus en moeder is en die mij woordeloos in leven houdt.

M: Wat mis je het meest Jahh-man?

Pablo: Ik mis alles het meest, maar vooral dagelijkse seks met Ahh-vrouw. Het is in de grot verboden enige vorm van geslachtelijk verkeer te hebben, mijn testikel ledigen zich vaker in de nacht tijdens de slaap. En als ik inderdaad opnieuw geboren zou kunnen worden, ik heb van de vooroudergeesten begrepen dat dat eens kan gaan plaatsvinden, dan wil ik elke dag seks: hard werken, veel zon en veel seks! Mijn leven hier is echter als een kluizenaar, een eunuch, een gevangene.

M: Jahh-man, ik spoel je levensfilm door naar een moment in de grot dat je gelukkig bent. Een, twee, drie…

Pablo: Ja, mijn benen trillen, vanaf de voeten, via de kuiten naar omhoog, zoals toen de vader van het overleden kind voor mij stond. Ik ben opnieuw geëmotioneerd, eigenlijk meer dan dat en ook anders, ben euforisch gelukkig. Ik bevind me in trance, een roes alsof ik het sap van roesopwekkende plantendelen heb gedronken die mij meevoeren naar andere, spirituele landschappen waar mijn geesten wonen.
Al eerder had ik dat gevoel tijdens werk aan de maskers, maar nog nooit zo sterk. Het is het gevoel dat een harde werker krijgt (een workaholic noemen ze dat in jullie wereld), doordat de hersenen door overmatige inspanning heilig bedwelmende stoffen produceren, verwant aan hallucinerende plantendelen als bepaalde lianen of gemalen schors van de boom die jullie als iboga kennen.

M: Uhm, ga verder.

Pablo: Hard werken is mijn levenspartner, mijn vrouw geworden. Met hard werken en het contact met mijn geesten, heb ik het dagelijkse leven met Ahh-vrouw kunnen vervangen. Ahh-vrouw is nu mijn zus en moeder die me woordeloos eten en nieuwe opdrachten voor maskers brengt, en in gedachtentaal met me praat. Maar een vrouw van vlees en bloed is natuurlijk anders. En als ik me opnieuw voorstel dat ik opnieuw geboren zou worden, of zou kúnnen worden, dan wil ik vrouwen van vlees en bloed overal om me heen. En dan vooral een vrouw als Ahh-vrouw, ook al zou ze een totaal andere naam hebben en uit een ander land komen dan waar we nu samen leven. Ik zal haar altijd blijven zoeken.

M: Maar nu even terug naar dat geluksmoment, toen je stond te trillen op je benen.
In de komende fragmenten zal afwisselend gesproken worden vanuit kennis en ervaring van de Afrikaanse Jahh-man, vanuit de Spaanse incarnatie als Pablo Picasso en als entiteit die al zijn voorafgaande incarnaties in zich heeft verzameld en geclassificeerd.

Pablo: Ja, Ik sta te trillen op mijn benen, van geluk. Ik heb eindelijk ontdekt, van mijn geestelijke leermeesters geleerd, hoe een veelheid te kunnen herleiden tot direct herkenbare elementen. Geleerd hoe een veelheid aan aspecten te kunnen vereenvoudigen, te herleiden tot de essentie, zowel innerlijk als uiterlijk. Abstractie en kubisme zal dat vele eeuwen na Jahh-man gaan heten. De geesten laten me zien dat die herleiding tot abstracte eenheden, zich zowel inhoudelijk als in de vorm voordoen. De oogaandoening van een zieke waarvoor ik een masker maak vindt vaak niet alleen zijn oorsprong in de zieke ogen. Mijn geestelijke leermeesters leren mij dat zieke ogen herleid kunnen worden, abstraheren in jullie taalgebruik, tot het hebben van verkeerde gedachten, of tot verkeerde contacten, of door verkeerd voedsel, of door verstoring tot de geestenwereld.

Met het maken van een materieel masker of beeld in hout is het niet anders. Alle masker-sjamanen weten dat. De vele vormen in een gezicht, zoals rimpelingen op een wang, worden door abstractie herleid tot één vlak, zo ook met ogen en oogleden, of met de plooien in de lippen of aan een oor. Het masker of beeld wordt gemaakt vanuit de innerlijke structuur van de zieke en vindt een abstracte vorm aan de buitenkant via het harde hout. De vormkant van masker of beeld dient naast magisch attribuut ook als cryptisch patiëntendossier waarbinnen de aandoening van de zieke en ziekte staat ‘beschreven’.

De geesten in de grot leren mij de kunst van het weglaten, de kunst van het herleiden, kubisme in jullie termen, en de kunst om door de zichtbare werkelijkheid heen een andere werkelijkheid waar te nemen, door jullie een op Freud geënt surrealisme genoemd, en ook de kunst om andere elementen aan masker of beeld toe te voegen, assemblage zou dat eeuwen later worden genoemd.

Als Jahh-man heb ik geen weet van al die begrippen. Als Picasso heb ik er weer iets meer kennis over, en het meeste als entiteit die al mijn incarnaties in zich verenigd heeft inclusief de Japanse waar ik blindelings kalligraferen leerde en erotische prenten leerde maken.

M: Hoeveel incarnaties heb je gehad waarbij kunst centraal stond, en in welke volgorde?

Pablo: Zes, waarvan er vijf in beeld zijn. Jahh-man de Afrikaanse masker-sjamaan in de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling, een Japanse kalligraaf en tekenaar van prenten, een hofschilder in de Italiaanse stadstaat Napels, een kleine Marokkaanse koperslager, en Picasso de Spaans-Franse kunstschilder.

M: Pablo, als Jahh-man spoel ik zo dadelijk op tel drie de levensfilm door naar het einde van je Afrikaanse leven. Voel hoe het is te sterven. Een, twee, drie…

Pablo: Ja, ik heb pijn, aan mijn borst, links bovenin, een snerpende pijn die het ademen bemoeilijkt. Het is avond, donker, ik weet dat ik de laatste reis ga maken naar mijn voorvaderen en naar een zoon die eerder stierf. Het zit er op, ik ben ook leeg, ik heb in de grot alles gegeven en weinig zon er voor teruggekregen. Hopelijk is er zon achter de bergen van de dood, en ik hoop dat het er elke dag warm is. Ahh-vrouw die in de grot nooit de nacht met me doorbracht is nu aan mijn zijde, opnieuw woordeloos, mijn hand vasthoudend. Ik voel haar liefde voor mij, ik zal haar nooit vergeten, waar ik ook ben, waar ik ook ga. Er moet een weg zijn haar weer tegen te komen.

M: Je gaat nu sterven. Een, twee, drie…

Pablo: Ik voel het leven uit me wegtrekken, het is als in een droom, en alles in mij staat stil en maakt plaats voor een beweging zonder beweging, geruisloos, op weg naar een andere wereld terwijl ik grotgeesten om me heen zie. De beeltenis van de geest van een oudere man, ik denk dat het de vader van mijn vader was, is het meest duidelijk en het meest aanwezig. En vreemd genoeg, ik voel de hand van Ahh-vrouw nog steeds.

M: Pablo, maak als in een snelle film een overzicht van je Afrikaanse leven als Jahh-man, het oorspronkelijke doel, wat er van geworden is.

Pablo: Het leven van Jahh-man was een voorbereiding voor het leven van Picasso vele eeuwen later waarin hij Ahh-vrouw weer zou tegenkomen, maar als de incarnatie Jacqueline, Jacqueline Roque, die dagelijks zijn hand letterlijk en figuurlijk vasthield in het zonnige Zuid-Franse Mougins, de gelukkigste tijd van mijn leven als Picasso. De grondslag van het kubisme was te vinden in Afrika, het blindelings kunnen tekenen met penseel werd geleerd in Japan waar dag in dag uit ik getraind werd als kalligraaf. Het klassiek, renaissancistisch schilderen leerde ik, eveneens in een zonnige omgeving, als hofschilder in Napels. De Marokkaanse koperslager wilde maar één ding, van vroeg tot laat in de zon zitten voor zijn huisje, om meditatief tik na tik het materiaal decoratief te kunnen beslaan dat hij vormde tot Marokkaanse kommen, kannen en kruiken.

De incarnatie van Jahh-man in Afrika diende om verschillende incarnaties te voeden om volledig uit te monden in werk en leven als Picasso. Jahh-man, de ijverige ambachtsman voedde ook de Japanse kalligraaf en vlijtige prentenmaker, voedde de hofschilder in Napels als deze ambachtelijk en met grote zorg de anatomie en het perspectief bestudeerde, en voedde de ornamentale inslag van de Marokkaanse koperslager als hij tik na tik zijn dagen sleet.

De geest van Jahh-man vervolgde na zijn dood de reis in de kunsten, de magische kunsten. Het was daardoor waarom Picasso in 1907 op zijn benen stond te trillen toen hij voor de vitrine in het Parijse Trocadero museum de Afrikaanse maskers recht in de ogen keek.

.

 

__________________________

NOTEN EN AANBEVOLEN LITERATUUR

Bastide R. (1978). The African Religions of Brazil. Towards a Sociology of the Interpenetration of Civilizations. Baltimore: The John Hopkins University Press.

Cándra CM. (1999). Intérprete de la transformación (los diálogos con el espíritu de Ayrton Senna). Correio da Bahia. Salvador da Bahia, Brasil http://bit.ly/2hGVEMY.

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Dam H ten. (2001). Catharsis en integratie: Handboek regressie- en reïncarnatietherapie. Ommen: Tasso.

Fur le Y. (2017). Picasso primitif: Exposition Jardin du musée du quai Branly. Paris: Flammarion.

Fur le Y. (2008). Masks. masterpieces from the musee du quai branly collections. Paris: Quai Branly

Fur le Y. (2017). Through the Eyes of Picasso: Face to Face with African and Oceanic Art. Paris: Flammarion.

Kardec A. (1857). The Spirits’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/12gX1Re

Kardec A. (1861). The Mediums’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/14oBx81

Kardec A. (1868). The Genesis According to Spiritism. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/11u1cgZ

Madeline L, Martin M, et all. (2006). Picasso and Africa. Cape Town: Bell-Roberts.

O´Brian P. (1994). Picasso: A Biography. New York: Norton.

Richardson J. (1996). A Life of Picasso: 1881-1906: The Painter of Modern Life. Volume I: 1881-1906. New York: Random House.

Richardson J. (2009. A Life of Picasso, Volume II: 1907 1917: The Painter of Modern Life: 1907-1917. London: Random House.

Richardson J. (2007). A Life of Picasso, Vol III: The Triumphant Years 1917-1932. New York: Knopf.

Stepan P. (2006). Picasso’s Collection of African & Oceanic Art: Master of Metamorphosis. New York: Prestel.

Stevenson I. (1980). Twenty Cases Suggestive of Reincarnation. Virginia VA: University of Virginia.

Verstraaten MJG. (2009). Holy Inspiration, Religion and Spirituality in Modern Art – The Stedelijk Museum: On the Origen of Modern Art by Means of Past Life Memories. Mediumistic Journalism. Feb 25, 2009;4:03. http://bit.ly/10FZ0oa

Verstraaten MJG. (2012). Painterly séances in color and the Past Lives of Camilo Villaneuva. Camilo Villaneuva / Reviews, Argentina. Dec 12, 2012. http://bit.ly/18IdxQz.

Verstraaten MJG. (2010). Ayrton Senna: Mijn vorige leven als Tibetaanse monnik (hoofdstuk 4, in): Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen. Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Nederland / Curaçao, Nederlandse Antillen: Destinations NV – Intuïtieve Intelligentie. ISBN 978-90-812836-5-6.

Verstraaten MJG. (2016). Lola Flores: Mijn vorige leven als Franse balletmeester. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2017, via http://bit.ly/2hGZXrB.

Verstraaten MJG. (2017). Isabel la Católica: Mijn vorige leven als promiscue non. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 december 2017, via https://bit.ly/2MkNxYg.

Verstraaten MJG. (2018). Antoni Gaudí: Mijn vorige leven als straatjongen in Istanboel die aan hallucinaties leed. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2018, via https://bit.ly/2Z9qQMU.

Verstraaten MJG. (2019). Tomas de Torquemada: Mijn vorige leven in Belgrado als zoon van een brute moeder. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 2 juli 2019, via https://bit.ly/2H8j0IT.

Wambach H. (1979). Life before Life. New York: Bantam.

Wambach H. (1979). Reliving Past Lives: The evidence under hypnosis (De mens heeft vele levens. Onze herinneringen aan een vorig bestaan. Vert.). New York: Bantam.

Weiss BL. (1993). Through Time into Healing. New York: Simon and Schuster.

Weiss BL. (1988). Many Lives, Many Masters. New York: Simon Schuster.

Woolger RJ. (1988). Other Lives, Other Selfs: A Jungian psychotherapist discovers past lives. New York: Bantam Books.

Woolger RJ. (2011). Healing your Past Lives. Louisville, CO: Sounds True Inc.

Zeeuw G. van der. (1980). Helderziendheid in ruimte en tijd. Deventer: Ankh Hermes.

 


Update 27-01-2020

__________________________________________________________________________________

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil, Spain).

Mediumistic journalist. Author.

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts & metaphysical methodology
NHL University of Applied Science
Formerly Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

Formerly governor of art and culture
Member of the board for Cultural Advice of the County of Groningen
Groningen, Holland
Member of the general board of the Groninger Museum
Groningen, Holland

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Spain – Holland – Curaçao – Brazil
CONSULTORIO PARANORMAL ANDALUCÍA
Jerez de la Frontera, Cádiz, Spain

www.martienverstraaten.com