Benjamin – First steps in a brand-new incarnation

 

Sinter Mertes veugelke, haet ein roëd keugelke,
haet ein blauw stertje, hoepsa Sinter Merte

Vandaag is Sinter Merte, morge Sinter Krôkke,
dan kômme die gooje herte, die hadde zoe gaer ein stökske
‘n höltje of ein törfke in Sinter Mertes körfke

Hout, hout, hout, en ‘s winters is ‘t koud,
hoera, hoera, waat hebbe de boere ein laeve,
hoera, hoera, waat hebbe de boere ein lol,

ennnn…

Mieke de Woep zoot op de stoep, en leet d’r eine vleege,
Mieke de Woep zoot op de stoep, en leet d’r eine goan,
Hoera, hoera, waat hebbe de boere ein laeve,
hoera, hoera, waat hebbe de boere ein lol.

 

 

St Joseph Ziekenhuis. Venlo.S

Bron: KDC – Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen


15:00 GMT+1 at St. Joseph Ziekenhuis, Venlo / The Netherlands 51° 22’45.52″ N 6°10’31.69″ O

Op 11 November in het jaar 1945, de dag van ‘Sinter Merte’, de heilige Sint Maarten, de dag van de avondlijke gang voor snoep langs de huizen met ‘lampionnekes’, incarneerde ik op zondagmiddag rond de klok van 3 uur in het St. Joseph Ziekenhuis in Venlo, het aan de rivier de Maas gelegen Nederlands-Duitse grensstadje.

Martinus, Johannes Gerardus Verstraaten werd geboren. Zoon van molenaarszoon, de houtdraaier en houtbeitelkunstenaar Henricus Verstraaten uit het idyllische Wanssum aan de Maas, en van de chique stoffenverkoopster Wilhelmina, Dominicus, Johanna Heijligers uit het wufte, eveneens aan de Maas gelegen Maastricht, de hoofdstad in het Limburgse land der vroegere Bokkenrijders en smeuïge stinkkaas. De astrologische kenmerken ten tijde van de geboorte waren: Zon in Schorpioen en tevens in het achtste huis, het huis van de Schorpioen. Een dubbele Schorpioen, en wel met het dromerige teken Vissen op de ascendant.

De zwangerschap liep niet echt van een leien dakje. Door omstandigheden van stress en spanning in een groot gezin waar het 10e kind alweer zijn opwachting maakte, en met de door de Tweede Wereldoorlog ontstane existentiële schrik nog in de Maastrichtse benen, was het geen uitgemaakte zaak dat het kind na een negen maanden lange reis de wereld gezond en wel zou bereiken. De voor mij nog vrijwel onbekende Rooms-katholieke ouders hadden in een soort noveen de Italiaanse heilige Don Bosco aangeroepen en gevraagd zorg te willen dragen voor het welzijn van de baby. De belofte werd gedaan het kind als dank Johannes te zullen noemen, naar Don Johannes Bosco.

De spanning in de weliswaar erg lieve woonbuik van mijn moeder – zo ervoer ik later eens tijdens regressies – waren voor mij zeer onprettig, bijna onhoudbaar en sterk claustrofobisch. Prenatale ervaringen van claustrofobische aard zijn altijd restimulaties van ervaringen uit vorige levens en lopen als een rode draad longitudinaal vanuit vorige incarnaties, via de prenatale periode naar het actuele leven. Tenslotte had ik met hulp van het adviserend incarnatieprincipe dit ouderpaar zelf uitgekozen. Mijn moeder had een prachtig, maar uiterst delicaat zenuwstelsel.
Dit had ik gezien voordat ik het incarnatiebesluit nam tijdens een oriënterende fase toen ik als onbelichaamde ruimtetijd-molecule mij in concentrische cirkels om haar heen had bewogen. Maar eenmaal geboren had ik decennialang veel te stellen met mijn keuze en de claustrofobische ervaringen die dat tot gevolg had. Maar de keuze van mijn ouders om mij te laten komen had uiteraard ook gevolgen voor hen, want tenslotte zou snel blijken dat ik bepaald niet een boreling was van twaalf in het dozijn. Uiteindelijk kreeg ik beter grip op de onprettige en later ook prettige gevolgen van het hebben van een extrasensorisch werkend zenuwstelsel.

De babyjongen met de voorbestemde naam Johannes kreeg op Sinter Merte (11 november, St. Maartensdag), op hevig aandringen van de verpleegsters van het ziekenhuis, uiteindelijk de naam Martien toebedeeld. De roepnaam was afgeleid van de patroonheilige van de stad Venlo, de heilige Martinus, bisschop van Tours, de vooral in de middeleeuwen populaire heilige die zijn mantel ooit in tweeën sneed om een ander daarmee van warmte te kunnen voorzien. Zo vielen voor baby Martien zowel naamdag als verjaardag op één en dezelfde dag, op de 11e november. Johannes werd als tweede naam gekozen. De aan Don Bosco gerelateerde naam kwam pas goed in beeld toen ik op de Nederlandse Antillen voet aan land zette, en het lot Don Bosco en Martinus van Tours verenigde in het Zuid-Amerikaanse ‘Don Martien’, zoals menigeen me noemde.

Het is onvoorstelbaar hoeveel verbindingen en relaties er tussen huidige en vorige levens zomaar voor het oprapen liggen. Vaak ontgaan ons de verbanden en kijken we er helemaal overheen. Het gezin bestond naast vader en moeder uit 7 zussen en 3 broers, ik incluis. Als benjamin was ik naast het hebben van een vader en een moeder ook nog voorzien van 2 extra vaders en 7 extra moeders. Ondanks dat de vader als man het hoofd was van het gezin was de huiselijke sfeer logischerwijs sterk feminien, welke sfeer later op mij als paragnost een grote invloed zou hebben. In de wandelgangen naar de meisjeskamer, een voor jonge mannen als ik verboden burcht, werd gefluisterd over de laatste mode, en hoe ladders in dure nylonkousen met nagellak een halt konden worden toegeroepen.

Voor mij bestond de wereld alleen uit vrouwen, vrouwelijke symbolen met onbekende toeters en bellen. Vrouwen zouden daardoor een hoofdingrediënt gaan vormen op het menu dat het leven me zou voorschotelen, als broer, en later als leraar, docent, trainer, danser en paragnost. Als kind was de man voor mij een gemuteerde vrouw, maar dan met een plassend piemelpistooltje wat als supplement er was aangenaaid. De man droeg ook geen mooie kleding, in ieder geval geen kleding waar kleur in zat, dat was me wel duidelijk geworden. Ook kon hij geen nagels cadmiumrood lakken, noch zich hullen in stoffen waarvan de namen mythische proporties aannamen.

Rondom de gitzwarte kolenkachel werd door de oudere zussen met kennis van zaken gesproken over stoffen als crêpe Georgette, bouclé, gestreepte tafzijde, beige jersey en mousseline. Deze wereld was enorm, weliswaar niet te begrijpen voor mij, maar ik vermoedde dat onder die namen van stoffen voor ons jongens een onbegrijpelijke maar interessante wereld schuil moest gaan. Meer dan dat wisten wij, ik en mijn schoolkameraden, niet. Ingeval ik in latere tijden – als deel van de mannenmensheid – kleding nodig had, werd ik verbannen naar de muisgrijze herenafdeling in een uithoek van de C&A-winkel, waar fantasieloze grauwe herenkostuums onder elkaar zich te goed leken te doen aan depressieve gesprekken, al collectief wachtend op mannelijke klanten die ook geen enkele kleur of leven in hun donder hadden, of zelfs wensten te hebben. De enige ‘gewaagde’ combinaties die te koop waren betroffen Engelse Harris Tweed-colberts op een effen broek.

Door de kennis die ik als medium over vorige levens kreeg, ontdekte ik het belang van gender wisselingen. Ook begreep ik snel dat het voor – machoman tot metroman – van fundamenteel belang was om een forse portie feminien gevoel te hebben, voorwaarde om modeontwerper, cineast, rapper, ondernemer of creatieve topbestuurder te kunnen worden. Door de vele vrouwen in huis in mijn benjamin-tijdperk kreeg ik het specifiek vrouwelijke met de paplepel ingegeven. Er kwam altijd wel ergens een elegante fladderende rok tegen waar een zus in woonde, er was altijd ergens een warme schoot of elegant dijbeen te vinden waar ik op kon zitten, en het huis werd gevuld met warm klinkende mandolines, hoge zangstemmen en een mooie basstem. Die feminiene energie en decor was wat ik in de nieuwe incarnatie nodig had, wilde ik beeldend kunstenaar, docent, museumbestuurder en medium worden. Ik was duidelijk man, met heuse ballen, maar ik zou de feminiene energie nooit meer kwijtraken, en zorgvuldig blijven koesteren. Hoe het was om vrouw te zijn ervoer ik ‘in het echt’ toen ik in een van mijn eerste reïncarnatiesessie mezelf terugvond als mediamieke danseres.

Zie: Mediumistic femal dancer in Portugal and Spain.